Rijzende sterren Thor Braun was als kind al acteur en werd beroemd dankzij zijn rol in de populaire tv-serie ‘Oogappels’. Hij ging naar de toneelschool en blonk meteen uit als theatermaker. „Al die veren in mijn reet is natuurlijk fijn, maar ik heb ook ontdekt dat het me niet zoveel oplevert.”
Acteur Thor Braun
Een kindster was hij al, Thor Braun, dankzij een scala aan rollen in films en tv-series vanaf zijn negende, het meest spraakmakend in tv-serie Oogappels. Maar afgelopen jaar liet hij zien zich ook in het theater staande te kunnen houden, met een enthousiast ontvangen afstudeervoorstelling, Jongens, gemaakt onder de hoede van regisseur Char Li Chung. Ook tijdens zijn afstudeerstage, vorig voorjaar bij de voorstelling Op Grond van Leven van collectief Blauwdruk, maakte Braun een uitstekende indruk.
Een talent om te koesteren, schreef NRC in september over hem in de recensie van Jongens, zijn afstudeervoorstelling voor de Toneelschool van Arnhem, over het werk en leven van filmer en schrijver Pier Paolo Pasolini. Deel van zijn onstuimige optreden was hoe gedreven hij op witte vellen met zwarte verf naakte jongens, pikken en billen schilderde.
Naam: Thor Braun
Leeftijd: 25
Beroep: Acteur, theatermaker
Jongens gaat dit voorjaar in reprise, in coproductie met Theater Oostpool. Braun heeft sowieso genoeg te doen. Hij maakt dit jaar een korte solo voor De Parade en speelt later in komende zomer in een voorstelling van Steef de Jong. Dit jaar is hij bovendien te zien als een van de hoofdpersonages in de nieuwe film van Michiel van Erp, Downtown, over de aidsepidemie in de jaren tachtig.
Toch heeft Braun nog veel geleerd tijdens zijn stage bij Blauwdruk, vertelt hij in een Amsterdams café. „Zij hebben een hoge dichtheid aan grappen en schakels in hun scènes. Dan moest ik iemand aankijken en vier schakels spelen. Vier emoties, stuk voor stuk. Heel elementair: niet de hele macaroni spelen, maar elk onderdeel los proberen te pakken. Dat had ik op school wel gehad, maar daar moest ik in groeien. Dus technisch was dat uitdagend.”
Hij beschouwt zichzelf niet als een bij uitstek technisch acteur. „Ik benader teksten vanuit mijn verbeelding. Ik probeer bij mijn gekste fantasie over een personage te komen en de wereld zo rijk mogelijk te maken aan gedachtes en gevoelens. In een film over aids moest ik me inleven in die tijd, en de consequenties van aids. Dan roep ik zoveel mogelijk beelden op van situaties waarin je kan belanden met die ziekte: het ziekenhuis, slangen in je lijf, etcetera. Wat denk je dan? Wat voel je dan? Ken ik vergelijkbare omstandigheden?”
Anders gezegd: hij leeft zich in. Kan hij als 25-jarige al terugvallen op vergelijkbare situaties met tegenslag en verdriet? Hij lacht bij de vraag. „Ik heb een gelukkig leven, een fijne vriend, ik heb veel mee. Uit mijn jeugd heb ik geen trauma’s. Ik groeide op in een fijne omgeving waar ook mijn gay zijn goed kon bestaan. Dus ik moet het hebben van fantaseren. Als je moet spelen dat je niet meer wilt leven, dan moet je daar diep genoeg over verder denken, zodat je je er iets bij kan voorstellen. Ik geloof dat ik voor dat doordenken wel talent heb.”
Thor Braun
Zijn voorspoed zit hem wel eens in de weg, denkt Braun. „Dan vraag ik me af: moet ik niet eenzamer zijn? Ik denk dat eenzaamheid goed voor je is. Als ik alleen ben, krijg ik rare gedachtespinsels. Dan kan ik schrijven zonder mijn pen van het papier te halen. Als mijn vriend dan thuis komt, denk ik: ‘Nee! Nee! Nog niet thuis komen!’ Want dat gaat ten koste van mijn kunstenaarsgedachten.” Hij lacht bij dat laatste woord, dat hij enigszins ironisch uitspreekt. „Dan hou ik de deur van mijn kamer dicht, om de knusheid van ons samenzijn op afstand te houden. Ergens zit ik vast aan het idee dat je moet worstelen om goede dingen te kunnen maken.”
Blauwdruk maakt comedy. En dan is de connectie met zijn moeder, Maike Meijer, ook actrice en één van de maaksters van de hilarische sketchshow Toren C, snel gelegd. Hij bewondert wat ze maakt, haar tv-werk, maar ook haar tekeningen en haar boek. „Die onvermoeibare kracht en creativiteit zou ik ook willen hebben.” Maar hij wil zijn eigen pad bewandelen. „Ik wil loskomen van het idee dat mijn werk net als dat van mijn moeder grappig moet zijn.”
Een ander obstakel is zijn gewenning aan complimenten. „Ik speel al vanaf dat ik negen was, onder veel oh’s en ah’s van mijn familie. Ik tekende en schilderde ook, dus zij noemden me een wonderkind. Al die veren in mijn reet, en die constante bevestiging, ook vanuit mijn ouders: dat is natuurlijk fijn. Maar ik heb ook ontdekt dat het me niet zoveel oplevert. Het inspireert niet en het weerhoudt me misschien van durven falen. Ik wil ook dingen maken die mogen en kunnen mislukken.”
Zoals zijn komende solo op de Parade. „Dagelijks spreek ik tapes in, en ik schilder met olieverf, wat ik voor het eerst doe.” Dat inspreken in een recordertje heeft hij van David Wojnarowicz (1954-1992), „een aan aids overleden gay kunstenaar”. „Met deze methode braakte hij allerlei vulgaire, woedende, erotische, walgelijke gedachtes uit, zoals dat hij mensen onder wil kotsen. Hij gaat voorbij een punt van zelfbewustzijn, doordat hij maar doorpraat.”
Zo ver probeert hij zichzelf ook te brengen. „Al heb ik niet zoals David Wojnarowicz op straat geleefd en heb ik niet mijn lijf verkocht. Maar ik heb een grote interesse in perversiteit.”
Dat blijkt ook uit Jongens, waarin hij een beeld schetst van de liefde voor jonge jongens van Pasolini. „Op een expositie in Monaco zag ik zijn werk, een ode aan de schoonheid van jongens, met een melancholiek verlangen naar seksualiteit. Dat diep wroetende verlangen heb ik ook sterk. Daarom vertel ik in Jongens over een zomer die ik niet heb beleefd: een droom over met jongens naar de rivier gaan, naakt zwemmen, vrije seksualiteit. En over je er tegelijk vies over voelen als je thuiskomt.”
Braun voelt zich verwant aan het amorele en apolitieke karakter van Pasolini’s werk. „Mijn seksualiteit zie ik net als hij niet als een politiek standpunt. Tegelijkertijd voelde ik wel de drang om zijn liefde voor minderjarige jongens te benoemen in mijn voorstelling. Terwijl Jongens ook gaat over het feit dat ik nachtenlang schilderde, en daarin een kinderlijke energie terugvond. Ik hoop dat ik, hoe meer ik maak, steeds dichterbij mijn perverse, kinderlijke kern kom.”
Waar zit dat perverse in? „Dat zit in mijn hoofd, want ik leid een lief, burgerlijk bestaan. Ik doe geen perverse dingen, maar heb wel het verlangen die in het theater te kunnen doen. Daar kwam ik achter toen ik op school een moeder moest spelen die gevoelens kreeg voor het vriendje van haar zoon, een puberjongen. Dat vond ik enorm leuk om te doen, vanwege die verboden seksualiteit.”
Vanwaar die fascinatie? „Omdat het zo dubbel is. Pasolini had stiekeme verlangens naar jongens die daar eigenlijk niks mee te maken wilden hebben. Het is verboden en verkeerd, maar hoe hij zijn verlangens beschrijft, nooit expliciet, met een kathedraal van woorden, is zó mooi, zó erotisch. Ik kan me daar mee identificeren.”
Hij heeft het ook met dieren, zegt hij. „Ik hou erg van dieren, maar ik wil ze ook vastpakken om ze van dichtbij te kunnen bekijken. Ik heb altijd dieren in terraria gehouden.” Hij zoekt naar de juiste formulering. „Ik heb een dubbele verhouding met schoonheid. Misschien is dat het?”
Zijn Jongens eindigt met een verontschuldiging voor de pedofolie van Pasolini. Die term valt ook. Braun: „Ook voor die voorstelling heb ik tapes ingesproken, commentaar op Pasolini’s werk. Dat ik hem een smeerlap vond. Want af en toe besefte ik dat ik walgelijke gedachtes aan het romantiseren was.”
Van wat voor toekomst droomt Braun? „Ik wil meer worden dan alleen acteur en alle creatieve aspecten van mezelf benutten. Als acteur, in theater en film, als maker van eigen werk, maar ook als schilder. Ik ben in gesprek met de Accademia di Belle Arti in Florence om daar lessen te nemen. Daar leer je nog klassiek, technisch schilderen. Op Nederlandse kunstopleidingen gaat het vooral over jezelf, maar ik heb in vier jaar toneelschool genoeg over mezelf nagedacht. Ik wil leren hoe je goed een hand tekent.”
Hij wil zich ook als mens ontwikkelen. „Ik hoop meer meegemaakt te hebben, meer eenzaam te zijn geweest.” Hij lacht er hard bij. „En ik hoop dat er mooie rollen op mijn pad komen. En dat ik minder bezig ben met wat anderen van me denken en mijn eigen rare verbeelding weet over te brengen.” Met weer een gulle lach: „Nou ja, ik hoop gewoon dat ik werk heb over tien jaar.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC