Home

‘Individuele vrijheid is een pure fictie’

Opinie-interview Volgens filosoof Markus Gabriel is er geen revolutie tegen het neoliberalime nodig, geen degrowth, maar moet de vernieuwing juist vanuit het kapitalisme zélf komen.

A murmuration of starlings above the the small village of Rigg, near Gretna, in the Scottish Borders.

Weinig plekken op aarde zijn zo kapitalistisch als een Ikea-vestiging, zou je denken. Het draait er om kopen, kopen, kopen. Om winst maken, groei, consumptie, de koopjeshoek. Individuele keuze en vrijheid in overvloed. Maar van die blik op een Ikea-winkel als een ultieme tempel van liberale, individuele keuzevrijheid klopt bij nadere inspectie eigenlijk helemaal niks, zegt filosoof Markus Gabriel:

„Bij Ikea is er een institutionele structuur. Mensen hebben arbeidscontracten. Iemand doet ’s ochtends de deur open.” De winkel functioneert in een maatschappelijk en juridisch kader, waardoor mensen juist níét zomaar alles mogen doen, zegt hij. „Gelukkig schieten ze me normaal gesproken niet neer bijvoorbeeld.”

Er zijn daarnaast leveranciers. Het hout voor de meubels moet ergens groeien, zodanig dat er over een paar jaar nog steeds genoeg is voor nieuwe meubels. „Er is een zeer complex sociaal en ecologisch systeem dat alleen functioneert omdat iedereen zijn individuele vrijheid juist ínperkt, zodat we dit samen kunnen doen.”

Markus Gabriel (1980) is hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Bonn en daar directeur van het International Centre for Philosophy en het Center for Science and Thought.

In 2009 werd hij de jongste filosofieprofessor in de Duitse geschiedenis. Hij is medeoprichter van de filosofische stroming nieuw realisme en schreef diverse populair-filosofische boeken. Zijn boek Waarom de wereld niet bestaat (2013) werd een internationale bestseller. Op 29 januari verschijnt Goed Doen bij uitgeverij Ten Have. Op 19 februari is hij te gast bij Brainwash in Amsterdam.

Gabriel (45), rossig haar, vijfdagenbaardje, zit voor een boekenkast tijdens het digitale gesprek. Hij draagt een zwarte capuchontrui met daarop grote witte letters: ICON. Hij is één van de populairste filosofen van Duitsland, werd op zijn 29ste de jongste Duitse hoogleraar ooit in zijn vakgebied aan de universiteit van Bonn, en heeft een reeks invloedrijke boeken op zijn naam staan. In zijn nieuwste werk, Goed doen, houdt hij een pleidooi voor wat hij ‘eco-sociaal liberalisme’ noemt.

Volgens Gabriel is er geen revolutie tegen het neoliberalisme nodig, geen nieuw marxisme, geen ‘degrowth’, maar moet vernieuwing juist vanuit het liberale kapitalisme zelf komen. Daarvoor is dan wel een vrij radicale herijking nodig van de basisbeginselen. Het klassieke liberalisme draait bovenal om individuele vrijheid, en überhaupt het bestáán van het individu. Daar klopt eigenlijk niks meer van, vindt hij.

„Individuele vrijheid is de bron van economische waarde, van welvaart, van geluk: dat was de basisaanname. Maar het blijkt dat we helemaal geen individuen zijn in die zin. Individuele vrijheid, zoals begrepen door de Hobbesiaanse liberale traditie, bestaat simpelweg niet. Het is pure fictie.”

Verbonden met omgeving

Gabriel meent dat de natuurwetenschappen hem in deze kwestie gelijk geven. Die tonen namelijk aan dat het invididu helemaal niet los kán staan van zijn omgeving. „Neem de moleculaire biologie: we weten nu dat ons microbioom, de triljoenen bacteriën in ons lichaam, essentieel is voor ons functioneren. Of de epigenetica: we weten inmiddels dat gedrag en omgeving direct invloed hebben op hoe onze genen tot expressie komen. Inzichten uit de ecologie, de complexiteitswetenschap, de deeltjesnatuurkunde: ze tonen allemaal aan dat wij diep verbonden zijn met onze omgeving en met talloze organismen en andere mensen om ons heen.” Die inzichten botsen inderdaad met het klassiek-liberale beeld van de mens als los van de rest.

De Japanners noemen dit nieuwe wetenschappelijke wereldbeeld waarin alles met alles is verbonden kyosei, de Chinezen hebben het over gongsheng. Symbiose. Of Co-becoming, in moeilijk vertaalbaar Engels: iets als ‘samen-worden’.

Alhoewel, nieuwe wereldbeeld? Dit zijn geen baanbrekend nieuwe ideeën, erkent Gabriel, „maar vooral in het Westen moeten we ze dringend herontdekken”.

Toch ziet hij geen reden om het liberale kapitalisme overboord te gooien. „Mijn concept van sociale vrijheid maakt mij helemaal geen socialist. Daarom noem ik mijn visie nog steeds liberaal.”

„De vrijheid is alleen niet mijn eigendom. Het is een eigenschap van een sociale infrastructuur.” Dus hoort bij het koesteren van vrijheid ook het zorgen voor die infrastructuur. „De uitoefening van onze individuele vrijheid heeft dus alleen zin binnen een systeem van wederzijdse hulp.”

En toch: waarom klampt hij zich dan vast aan dat liberalisme? Voor Gabriel speelt ook mee dat veel andere ideologieën worden ingezet om Europa zwakker te maken in plaats van sterker. „Extremistische narratieven” die zich afzetten tegen ‘het kapitalisme’ of ‘de liberale elite’ spelen volgens hem vooral de geopolitieke ‘vijanden’ van Europa in de kaart: „Ik bekritiseer specifieke vormen van liberalisme. Maar de aanval op het liberalisme als zodanig is naar mijn overtuiging informatiepropaganda, gesponsord door onze militaire vijanden.” Hij noemt Rusland en China als voorbeelden.

Staat in dat rijtje inmiddels ook Trumps Amerika? Daarover heeft Gabriel uitgesproken opvattingen. „Het probleem met Amerika is juist dat ze niet kapitalistisch genoeg zijn”, zegt hij. „Europa is veel kapitalistischer dan de VS.”

Pardon? „Winner takes all is geen kapitalisme. Silicon Valley-monopolisten en Wall Street-financiers zijn geen echte kapitalisten. Mensen chanteren om hun olie of data te krijgen is geen bedrijf runnen. Dat is gewoon piraterij. Kapitalisme is nu juist het idee van vrije markten.”

Ethisch kapitalisme

Het is volgens hem belangrijk dat er snel werk wordt gemaakt van „ethisch kapitalisme”. Gabriel definieert dat onder meer als een systeem waarin bedrijven actiever samenwerken met hun omgeving: niet alleen voor aandeelhouders, maar ook voor werknemers, omwonenden en het natuurlijke ecosysteem. Het doet denken aan het zogeheten Rijnlandse model van het kapitalisme, of aan hoe Japanse, Koreaanse en Chinese bedrijven van oudsher functioneren: „De economische ruimte is daar al veel langer georganiseerd rondom samenwerking.”

Neem ASML, dat lange tijd weinig investeerde in zijn omgeving maar nu scholen en woningen helpt bouwen. Is dat wat Gabriel bedoelt? Is dat werkelijk meer dan liefdadigheid voor de bühne, window dressing?

„Zelfs als het slechts window dressing is, is het beter dan onbeklede ramen”, zegt Gabriel. Maar er zit een diepere laag onder. „Als een bedrijf het moreel juiste doet op zoveel mogelijk manieren – met een geweldige werkplek, prachtige producten, hoge betrouwbaarheid, professionalisme – en tegelijkertijd óók scholen en woningen bouwt, dan is mijn voorspelling dat het bedrijf op lange termijn succesvoller zal zijn.”

Een van concrete manieren om het liberale kapitalisme te updaten die Gabriel voorstelt: bedrijven zouden een chief philosophy officer moeten aanstellen, net zoals ze een chief financial officer of chief executive officer hebben. Zo’n cpo anticipeert op realistische toekomstscenario’s en komt met voorstellen om de winst te verhogen door moreel goed te handelen. „Geen filosoof-koning die in zijn eentje de ethische koers van een bedrijf dicteert, maar een moderator van complexe vragen.”

Een filosoof die zegt dat bedrijven meer filosofen moeten inhuren: wij van wc-eend? „Filosofen weten nou eenmaal beter hoe ze complexe omgevingen moeten modereren. Ze hebben geen speciale kennis over waar te investeren, maar ze hebben speciale kennis over hoe je uitkomsten kunt optimaliseren door te investeren in moreel goede zaken.”

Maar filosofen staan er niet bepaald om bekend dat ze het vaak met elkaar eens zijn. De Australiër Peter Singer vindt het onder bepaalde omstandigheden acceptabel om gehandicapte baby’s te doden – hem zou je niet graag in het bestuur van je rolstoelenbedrijf hebben. De Amerikaanse denker Michael Sandel vindt meritocratie immoreel, terwijl promotie maken op basis van prestaties moeilijk los te zien valt van het moderne bedrijfsleven. En de Duits-Amerikaanse investeerder Peter Thiel, aanjager van het monopolie-kapitalisme waartegen Gabriel zich juist afzet, is óók filosoof. Welke filosoof mag van Gabriel dan cpo worden?

Gabriel ziet de cpo als een klein team van drie tot zeven mensen. „Stel dat Peter Singer zou werken voor dat rolstoelbedrijf. Dan zou hij toch echt mensen met een beperking in zijn team moeten hebben om hem bepaalde feiten te vertellen waarvan hij zich duidelijk niet bewust was toen hij sommige van zijn uitspraken deed.”

Het idee is niet louter theoretisch. Gabriel is senior global advisor van het Kyoto Institute of Philosophy, waar de directeuren van Japanse techgiganten NTT en Hitachi in het bestuur zitten. Vorig jaar organiseerde het instituut een conferentie, waar onder meer bestuurders van Japanse en Zuid-Koreaanse bedrijven als Nintendo, Toyota, Kawasaki en Samsung aanwezig waren.

Rand van afgrond

Een Europees voorbeeld: Lego. Het Deense speelgoedbedrijf stond rond 2005 op de rand van de afgrond, maar werd gered met hulp van consultancybureau ReD Associates. Dat bedrijf hanteerde onder meer de filosofie van Heidegger en hielp Lego begrijpen wat spelen écht betekent voor kinderen en ouders – niet via traditioneel marktonderzoek, maar via etnografisch en filosofisch onderzoek. Onder invloed van die koerswijziging richtte Lego zich op een kernfilosofie van ‘goed spelen’ en ‘creatief bouwen’. „Lego zou niet bestaan zonder deze cpo-achtige aanpak”, zegt Gabriel.

Ethischer kapitalisme is natuurlijk ook al niet echt een fonkelnieuwe gedachte. Het WEF in Davos organiseert er al jaren congressen over. In Silicon Valley gaan, en gingen, in razend tempo ethische teams, bedrijfsfilosofen en ‘AI-alignment’– idealen rond. Tal van bedrijven omarmden de laatste jaren diversiteitsbeleid (DEI) en duurzaamheidsdoelen (SDG’s). Maar juist vanuit de VS is nu een stevige tegenbeweging gaande: het afschaffen en afstraffen van alles wat DEI, SDG of ‘woke’ is.

Gabriel ziet de oorzaak voor deze tegenwind vooral in hóe deze ethische kaders zijn ingevoerd. Ze waren te weinig filosofisch doordacht: „Er zaten vanaf het begin af aan veel te veel contradicties ingebakken.” Neem de focus op huidskleur, bijvoorbeeld door mensen met een niet-witte huidskleur voorrang te geven bij sollicitaties. „Mensen classificeren op basis van huidskleur is een dom idee. Het is alsof je mensen classificeert op basis van hun oren. Niemand denkt dat het een goed plan is om mensen te classificeren door te vragen: laat je oren zien.” Zelfs als zo’n aanpak op korte termijn ongelijkheid verkleint, is het morele fundament te wankel om het op lange termijn zo aan te pakken, vindt hij.

Het doel zou kleurenblindheid moeten zijn, betoogt Gabriel: „Als je denkt dat het doel niet kleurenblindheid is, maar mensen segregeren in wit en zwart, dan is je idee gewoon immoreel. Daarom konden de Trumpisten winnen. MAGA-politici zeggen soms zowaar moreel correcte dingen. Dat is het slechte nieuws hier.”

Ondanks alles blijft Gabriel optimistisch. „Net als bij beleggen loont het om anticyclisch te denken. Terwijl moraliteit post-woke in waarde lijkt te zijn gedaald, zeg ik: dit is het moment om moraliteitsaandelen te kopen.”

En de ‘slechte’ bedrijven? Die lijken misschien aan de winnende hand op de korte termijn, maar ze hebben een fundamenteel probleem, zegt Gabriel. „Ze hebben een gevaarlijke blinde vlek. Ze zien de realiteit niet voor wat die is.” En de realiteit heeft er nou eenmaal een handje van om zichzelf uiteindelijk onvermijdelijk te maken, zegt hij. „Daarom denk ik dat bedrijven die zichzelf als volledig los blijven zien van de rest sneller zullen falen dan we nu voor mogelijk houden.”

Source: NRC

Previous

Next