Home

Ze houden van elkaar, maar hoe houden ze dan hun zelfstandigheid?

Klassieker De wederhelft is al een halve eeuw een hit in Zweden en vindt nu ook een enthousiast internationaal publiek: een onweerstaanbare, verslavende liefdesroman over samen willen zijn en tegelijk ruimte voor jezelf willen houden.

Gun-Britt Sundström: De wederhelft (Maken). Vert. Janny Middelbeek-Oortgiesen.

De Geus, 509 blz. € 25,99

Het is onweerlegbaar: uit Zweden komen de meeste boeken en films over relatieproblemen, huwelijkscrises, liefdesperikelen, bindingsangst. Filmregisseur Ingmar Bergman zorgde met het schokkende Scènes uit een huwelijk (1973) voor een golf van echtscheidingen. Drie jaar later, maar in de tijd zich zo’n tien jaar eerder afspelend, verscheen de imposante roman Maken van schrijfster Gun-Britt Sundström (1945). Letterlijk betekent het De echtgenoot. Het werd zowel nationaal (miljoenen exemplaren gingen over de toonbank) als internationaal een succes, met uiteenlopende titels, waaronder Engagement in de Engelse vertaling bij Penguin Modern Classics en Die beste aller Beziehungen in het Duits.

De eerste Nederlandse vertaling is nu ook uitgekomen en heet De wederhelft. De bestsellerstatus van destijds is begrijpelijk; nog steeds is de roman onweerstaanbaar goed, zelfs verslavend. Het lijkt aanvankelijk een klassiek boy meets girl-verhaal: filosofiestudent Gustav, liefhebber van Dostojevski, en Martina (literatuurstudente) ontmoeten elkaar op de universiteit. Van begin af aan is duidelijk dat er van schuchtere eerste liefde geen sprake is: Gustav is doortastend, wil veel seks met haar, in zijn lichaam woeden hormonen als ‘tijgers’ en des te meer hij haar inpalmt en een traditionele relatie met haar wenst, uitmondend in een voorspelbaar huwelijk – zoals ouders en aanstaande schoonouders zich dat wensen –, des te meer verlangt Martina naar eenzaamheid.

Maar ook weer niet. En weer wel. Nietes-welles.

Tegenstrijdige gevoelens

„Ik wil hem, ik wil hem echt. Ik wil alleen niet dat hij mij bezit”, is een van de talloze oneliners. Martina kan niet zonder en niet met hem, ze wil bij hem zijn en tegelijk het recht bezitten alleen te zijn. Om haar dubbele gevoelens kracht bij te zetten citeert ze „vrolijk”, zoals ze het zelf noemt, uit De tragedie der liefde, een Noors toneelstuk uit 1904 van Gunnar Heiberg: „Dit moet Ge weten, dat hoe meer de een liefheeft, hoe meer de liefde van de ander afneemt.” Die tegenstrijdige gevoelens zorgen ervoor dat ze zich „gekrenkt en schuldbewust voelt”.

Gekrenkt: omdat ze zijn aanhoudende en vooral veeleisende liefde niet kan en wil beantwoorden, en schuldbewust, want ze kan niet écht voor hem kiezen. Begrijpelijk dat vertaler Janny Middelbeek-Oortgiesen als Nederlandse titel De wederhelft kiest in plaats van bijvoorbeeld De echtgenoot: Martina en Gustav zijn immers niet getrouwd, maar voelen zich wel onlosmakelijk met elkaar verbonden, tot elkaar aangetrokken, maar Martina wil koste wat het kost haar zelfstandigheid behouden.

De handeling van het boek is minimaal, evenals het aantal personages, een handjevol. Afgezien van een enkele vriendin is er van Martina een andere man in het spel, Aron. Ook Gustav heeft ergens nog een geliefde, maar dat is alles. Voor een Scandinavische roman met die omvang is dat verfrissend weinig. Eigenlijk speelt Sundström die vijfhonderd bladzijden lang met dit idee van wel of niet, ja en tegelijkertijd nee, alles toegespitst op Martina en Gustav.

Memostickers

Er zit verrukkelijke humor in het boek, zoals in de passage waarin Martina met Gustav voor de zoveelste keer een afscheidsgesprek voert, ditmaal gaat het over een nieuwe man in Martina’s leven, Arno, en Gustavs jaloezie. Of ze Arno nog ziet of aan hem denkt, vraagt hij. Martina reageert met: „‘Hij komt en hij gaat’, zing ik (en het maakt mij niet uit, zingt de goedkope rode wijn in mij.)”

In een recent interview voor The Guardian met de inmiddels tachtigjarige schrijfster – in Engeland leidde de uitgave van Engagement tot een hit – zegt Sundström dat een jonge lezeres haar een exemplaar van het boek liet zien, volgeplakt met memostickers: „Als ik in de problemen ben of onzeker, dan zoek ik op: wat zou Martina gezegd hebben?”

Dat is herkenbaar. Van iemand houden en toch alleen willen zijn, of af en toe alleen willen zijn, getuigt van een innerlijke verscheurdheid waarop nooit een eenduidig antwoord is te formuleren. Dat weet Martina al te goed. Deze amoureuze paradox is spannend, hoe loopt het af? Kiest Martina voor Gustav, Arno of toch voor zichzelf? De slotscène is onvergetelijk, en ontroerend. Ze steekt een straat over, en dan…?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next