nieuwsbriefNRC Broncode
NRC Broncode In mijn tijdlijnen op de socials viel de afgelopen weken de ene na de andere post op van mensen die vertellen welke alternatieven ze zijn gaan gebruiken voor Amerikaanse techdiensten. Maar ik zag die berichten doordat ze op Amerikaanse platformen staan.
Ewout Irrgang is vicepresident van de Algemene Rekenkamer. Ik interviewde hem ongeveer een jaar geleden over de gevaarlijk grote afhankelijkheid van de Nederlandse overheid van Amerikaanse clouddiensten. Sindsdien heeft hij privé geprobeerd zijn afhankelijkheid van Amerikaanse techdiensten terug te dringen.
„Net als veel Nederlanders werd ik niet heel enthousiast van Trump”, vertelt hij telefonisch. „Ik ben gaan kijken wat ik anders kon doen. Ik ben geen IT-expert, maar verandering bleek niet ondoenlijk.” In plaats van Safari gebruikt hij nu bijvoorbeeld de Duitse browser Ecosia. Protonmail is in de plaats gekomen van Gmail.
Je leest hier een artikelversie van onze nieuwsbrief NRC Broncode. Wekelijks schrijven wij over technologische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor de NRC Broncode
Een van de complexere stappen was het overzetten van zijn playlists van Apple Music naar Spotify. Dat heeft Irrgang uiteindelijk door een betaalde (Amerikaanse) app laten doen, om niet handmatig nummer voor nummer opnieuw te hoeven invoeren.
„Je moet het gewoon niet allemaal in één dag willen doen. Neem er de tijd voor en begin bijvoorbeeld met een nieuw e-mailadres en geef dat door aan je bank, of iets anders wat je belangrijk vindt. Met ieder stapje geef je bijvoorbeeld Google weer minder data waaraan ze veel geld verdienen.” Die les geldt wat hem betreft voor overheden net zo hard als voor particulieren.
Bij overheden ziet Irrgang in het jaar na het Rekenkamer-rapport „veel overeenstemming over de richting”, maar nog niet meer dan dat. „We zijn nog in afwachting van een aangescherpt cloudbeleid. En dat is nog steeds geen aangescherpte uitvoering ervan. Plannen zijn queen, uitvoering is king.”
Ik zag de coming out van Irrgang als detoxer van Amerikaanse tech op LinkedIn (van Microsoft). Want afscheid nemen van sociale media blijkt lastig, geeft hij onmiddellijk toe. Daar doet het netwerkeffect zijn werk. Het is er leuk omdat het sociaal is. Irrgang: „Mastodon, tsja. Als daar weinig mensen zijn, heb je er niet zoveel aan.”
Voor Gerwin Hoogsteen was zijn post op LinkedIn van 16 januari wel zijn laatste. „This account will cease to exist on Tuesday 21 January 2026”, stond erboven. Dat is bewust precies een jaar na de tweede inauguratie van Trump. En inmiddels is hij inderdaad van het platform af. Hij heeft wel eerst een backup gemaakt.
Hoogsteen doet aan de universiteit Twente onderzoek naar duurzame energiesystemen. Hij schat dat hij zijn afhankelijkheid van Amerikaanse tech in een jaar tijd met zo’n negentig procent heeft verminderd. Microsoft Office heeft hij vervangen door LibreOffice en Windows door Fedora Linux.
Niet alles lukt. „Mijn cloud zit niet bij Microsoft. Maar alle inlogdingen wél. Dus kom je er dan nog bij? En hoe snel kan men dát herstellen als er iets gebeurt?” Dat is een knelpunt waar meerdere Broncode-lezers op hebben gewezen.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Hoogsteen was al niet zo actief op de socials. YouTube heeft hij wel gehouden. Daar beleeft hij veel plezier aan. En omdat hij verder geen google-diensten meer gebruikt kan het moederbedrijf van Google (Alphabet) minder dwarsverbanden leggen bij de profielopbouw.
Wie hem ergens wil volgen moet nu op Mastodon zijn, in de fediverse dus. Waar zei je?
Er zijn mensen die al jaren sleutelen aan ‘een beter internet’. Belangrijk daarin is het begrip fediverse, wat zowel klinkt naar federatief, als naar universum en divers. Dat begrip vergt uitleg: een van de problemen om te tackelen is dat we wél (gratis) online met elkaar willen praten, geinen en de actualiteit volgen, maar niet dat de eigenaren van die platformen onze gesprekken kunnen censureren, onze data misbruiken of via ondoorzichtige algoritmen bepalen wat we te zien krijgen en belangrijk gaan vinden.
Dan helpt het wellicht om sociale media decentraal te organiseren. Voorbeelden waarbij dat wordt geprobeerd zijn de X-alternatieven Bluesky en Mastodon. Daar kun je bijvoorbeeld zelf een server beginnen, waarop jij de regels bepaalt. En zelf bepalen hoe je tijdlijn eruit ziet. In het geval van Bluesky kun je er ook voor kiezen dat door een algoritme te laten doen, maar dan door een transparant algoritme. Bij Mastodon kan dat niet.
Sociaal en decentraal tegelijk is een moeilijke combinatie. Ik stel me de servers op Mastodon voor als talloze eilandjes in de virtuele wereld. Ze hebben allemaal een eigen cultuur en eigen voorwaarden, maar zijn ook met elkaar verbonden, omdat ze allemaal dezelfde infrastructuur gebruiken. Een belangrijk voordeel: als iemand mét zijn volgers naar een ander eiland wil verkassen kan die dat gewoon doen.
Die eilandjes kunnen relaties met elkaar aanknopen en inwoners kunnen posts zien en delen van bewoners van andere eilanden. Ik heb al een tijdje een slapend Mastodon-account. Deze week ben ik maar eens gaan posten en gluren. De omgeving voelt heel anders dan Bluesky, dat op Twitter/X lijkt, maar dan in de regel politiek correcter (en saaier). Als je posts wilt zien, moet je mensen actief gaan volgen en moeten servers elkaar ook toelaten. Het is daardoor moeilijker te zien wat er op Mastodon gebeurt en waar anderen opgewonden over zijn.
Dat werkt technisch prima, hoewel ik het iemand deze week ook hoorde vergelijken met rijden op een karrespoor in plaats van op een snelweg. Maar het wordt er niet vanzelf leuk en interessant. Daar heb je toch echt interessante andere mensen en nieuwe info of goede grappen voor nodig.
Positief geformuleerd: het voelt er dus écht anders. En het is er vrij stil, maar misschien kan het er nog leuk worden. Dat ga ik de komende tijd uitproberen.
Source: NRC