Journalist Nick Klaessens schreef met Ravage een boek over de aanrijding, tien jaar geleden, waarbij zeven wielrenners van Giant-Alpecin in Spanje aan de dood ontsnapten. En waarin hij zelf volkomen toevallig ook een rol speelde.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Nick Klaessens reisde voor een interview met Tom Dumoulin naar de Spaanse Costa Blanca, maar redde in plaats daarvan het leven van de Amerikaanse wielrenner Chad Haga. Zeker drie kwartier lang hield hij de halsslagader dicht van de coureur die samen met zes andere collega’s overhoop gereden was door een Britse toerist, die met haar SUV aan de verkeerde kant van de weg was opgedoken. Er was geen ontkomen aan voor de renners van Giant-Alpecin.
Tien jaar na dat afgrijselijke ongeluk schreef Klaessens het boek Ravage, dat afgelopen week verscheen. Het is een zoektocht naar de impact van het ongeluk op de renners die die bewuste dag aan de dood ontsnapten: John Degenkolb, Ramon Sinkeldam, Søren Kragh Andersen, Max Walscheid, Warren Barguil, Fredrik Ludvigsson en Haga, die er het slechtst aan toe was. Het is geen reconstructie, geen zoektocht naar schuld en boete, zegt Klaessens in Chasse Patate, een fietswasserette annex koffiezaakje in Amsterdam. ‘Ik was vooral benieuwd in het verhaal erna.’
Als freelancer met weinig wielerkennis was hij door Vogue Man ingehuurd voor een interview met Dumoulin, de kopman van de ploeg. Dat hij op 23 januari 2016 in de auto achter een aantal renners zat, naast ploegleider Mattias Reck, was omdat hij wat kleur wilde toevoegen aan zijn stuk. De training was eigenlijk voorbij, de renners en staf waren op de terugweg naar het hotel en toen Reck de auto om een blinde bocht stuurde, zag Klaessens hoe de weg bezaaid was met stukken fiets en kermende renners. Kragh Andersen, die de Britse auto ternauwernood ontweken had, rende in paniek rond in de overtuiging dat zijn ploegmaats dood waren.
Klaessens handelde nuchter in de chaos. Hij belde de nooddiensten en probeerde de situatie in te schatten. Het leek erop dat Sinkeldam het zwaarst getroffen was, de Nederlander lag onbeweeglijk in de berm. Klaessens ging bij hem zitten, praatte met hem, maar al snel bleek dat Haga, die vlak naast zijn ploegmaat op de grond zat, veel meer gevaar liep. Het bloed gutste uit zijn hals op het ritme van zijn hartslag. Klaessens ging achter hem zitten, zodat de Amerikaan tegen hem aan kon leunen en drukte de wond met een wielerjack van het team dicht. Zelf wil hij zijn rol niet te groot maken. ‘Als ik daar niet was geweest, had er iemand anders gezeten. Iemand van de ploeg.’
Een paar uur na de crash, en nadat de renners met ambulances – en Haga met een traumahelikopter – waren afgevoerd, stond Klaessens alweer op het vliegveld van Alicante, een met bloed besmeurd vest in zijn koffer. De gekste werkdag van zijn leven zat erop. In de dagen erna vatte hij zijn ervaring nog in een artikel dat na een paar maanden in het Algemeen Dagblad verscheen, maar daarna sprak hij er nog weinig over. ‘Wanneer komt zoiets ter sprake?’
Het leven hernam zijn loop, voor de renners en voor Klaessens. Hij zag van een afstandje hoe de coureurs wonder boven wonder allemaal terugkeerden in koers. Zelf begon hij aan zijn debuutroman Alles rustig? Een voetbalroman, die in 2018 uitkwam. Tijdens het schrijven nam alcohol steeds meer bezit van zijn dagen. ‘Ik heb altijd veel gedronken. En dat was heel lang gezellig. Maar tijdens het schrijven van het boek is het naar binnen geslagen. Ik was heel onzeker en wat eerst één biertje om 4 uur was, werden zware biertjes gedurende de hele dag. Ik kon ook niet met zaken omgaan en ben failliet gegaan.’
Hij had een boek op zijn naam, maar ook een schuld van zo’n 30 duizend euro en een ontwrichtende verslaving. ‘Ik heb heel veel therapie gehad’, vertelt hij. ‘Ik ben in twee, drie pogingen gestopt met drinken. En ik heb heel hard gewerkt om uit die schulden te komen. Dat waren echt pittige, saaie jaren.’
Hij zei de journalistiek vaarwel en vond een baan bij een marketingbureau. ‘Ik vond het verschrikkelijk dat ik moest liegen. Zeggen: dit product is geweldig of over een vliegtuigmaatschappij schrijven dat ze groen bezig zijn door bossen aan te leggen.’ Later ging hij aan de slag als chatbotbouwer. Minder bezwaarlijk dan marketing, maar even saai.
De dag nadat hij zijn schulden had afgelost, liet hij zijn baas weten op zoek te gaan naar een andere baan. Dat werd verslaggever bij sportnieuws.nl. Twee weken nadat hij was aangenomen, stond Klaessens als journalist op de Olympische Spelen van Parijs. Daar liep hij Peter Reef tegen het lijf, de man die in 2016 als persvoorlichter van Giant-Alpecin ook op het trainingskamp was en nu voor NOCNSF bij de olympische wielerploeg betrokken was.
Ze begroetten elkaar als oude vrienden, al hadden ze elkaar in de tussenliggende jaren niet gezien. ‘Daar kreeg ik plots het idee. Niet per se voor een boek, maar wel om iets te doen met die dag. Ik wilde vooral ook weten hoe het met Chad was.’
Bij sportnieuws.nl, dat vooral lezers trekt met opgepompte koppen en weinig inhoud, zat Klaessens niet op zijn plek. Toen zijn contract begin 2025 niet werd verlengd was dat een opluchting en voor hem het teken om echt werk te maken van wat inmiddels in zijn gedachten was uitgegroeid tot een boek. Hij wilde iedereen die er die dag bij was, op de slingerweg bij Benigembla, opzoeken en hun verhalen horen.
Klaessens overtreedt naar eigen zeggen in Ravage een belangrijke regel die hij op de School voor Journalistiek leerde, om het woordje ‘ik’ te allen tijde te vermijden. Maar hoe had hij dat kunnen doen? Hij is deel van het verhaal en koos ervoor om de interviews grotendeels als dialogen weer te geven. Geen dikgedrukte vragen van hem als journalist en dan het antwoord van de geïnterviewden, maar gesprekken tussen mensen die eenzelfde verleden delen. De lezer krijgt het gevoel echt mee te luisteren. ‘Ik vond dat ik zo veel preciezer kon zijn over hoe iemand reageerde, wat het voor diegene betekent, zonder dat ik dat probeer te interpreteren.’
Wie Ravage leest, kan de indruk krijgen dat het drankprobleem van Klaessens en zijn financiële en professionele val samenhangen met het ongeluk. Vooral als hij beschrijft hoe hij in januari 2025, als hij met het vliegtuig onderweg is naar Haga, niet kan stoppen met huilen. De stewardess komt hem vragen of alles in orde is. Maar het is niet het ongeluk zelf dat hem aangrijpt, maar de tussenliggende jaren. Het besef dat na dat moment in 2016 zijn eigen leven helemaal naar ‘de ratsmodee’ was gegaan en dat hij nu weer zijn weg hervonden had. Hij was weer journalist, had weer de mogelijkheden een eigen verhaal te vertellen. ‘Dit was mijn manier om een comeback te maken.’
In Ravage toont Klaessens hoe iedereen de gruwelijkheden van die januaridag op een eigen manier verwerkt. Sommigen kunnen er met afstand over spreken, anderen raken nog altijd emotioneel. En Haga werpt voor zijn oud-collega’s een vraag op die iedereen eveneens op een andere wijze beantwoordt: ‘Had je gewild dat het niet gebeurd was?’
Wat is Klaessens eigen antwoord op die vraag? Hij lacht als het hem wordt voorgelegd, net nadat hij verteld heeft hoe belangrijk het schrijven van dit boek voor hem persoonlijk is geweest. ‘Die vraag had ik kunnen verwachten. Ik had absoluut gewild dat dit niet gebeurd was. Ik gun niemand om zo geraakt te worden door een auto’, zegt hij.
De thematiek van Ravage, de emoties die bij zo’n ongeluk komen kijken en de verwerking ervan, is universeel. Klaessens betwijfelt zelfs of het strikt genomen wel een wielerboek is. ‘Het was geen wielercrash, maar een verkeersongeluk. Dat heb ik afgelopen jaar beseft: dat het appelleert aan angsten van wielrenners, maar ook van iemand die gewoon op een stadsfiets rijdt. Uiteindelijk is het een boek met gesprekken over leven, dood, angst.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant