Home

Na het overleven van twee moties van wantrouwen lijkt de Franse staatsbegroting voor 2026 in zicht

Bezuinigingen Ondanks zijn eerdere belofte drukt de Franse premier Sébastien Lecornu de staatsbegroting door zonder stemming in het parlement. Twee partijen dienden daarop een motie van wantrouwen in, die vrijdagochtend werden verworpen.

Premier Lecornu afgelopen dinsdag in de Assemblée Nationale.

Hij zou het echt niet doen, beloofde de Franse premier Sébastien Lecornu begin oktober stellig. Sinds 2022 gebruikten zijn voorgangers ieder jaar een omstreden grondwetsartikel om de staatsbegroting zonder stemming in het parlement in te voeren. Hij zou het lot van de begroting wél in handen van de Assemblée Nationale leggen. Dat is geen eenvoudige opgave in de Franse politiek, die sinds de laatste parlementsverkiezingen verdeeld is in drie blokken waarvan geen de meerderheid heeft: links, centrumrechts en radicaalrechts. 

Om een meerderheid achter zijn financiële plan te krijgen, probeerde Lecornu met grote concessies de steun van links te krijgen. Zo maakte hij in oktober bekend de door links gehekelde pensioenhervorming uit te stellen tot na de presidentsverkiezingen in 2027. Die strategie leek te werken, want begin december nam de Assemblée nipt het deel van de begrotingswet aan dat over sociale zekerheid gaat. 

Een paar dagen later kwam het verantwoordelijke parlementaire comité met vertegenwoordigers van de Assemblée en de Senaat er toch niet uit. Daardoor begon Frankrijk het jaar voor de tweede keer op rij met een oude begroting. 

Begin dit jaar deed Lecornu nog een paar verwoede pogingen om de begroting rond te krijgen, maar die bleken tevergeefs. Ruim 350 uur aan debat, zoals Le Monde berekende, was niet genoeg om tot overeenstemming te komen. Na overleg met president Emmanuel Macron zag hij zich maandag toch genoodzaakt het grondwetsartikel 49.3 in te roepen, met „spijt” en „verbittering”. 

Twee moties van wantrouwen

Artikel 49.3 is niet alleen omstreden, maar ook risicovol voor de premier die het hanteert. Na toepassing daarvan hebben parlementariërs namelijk de mogelijkheid een motie van wantrouwen in te dienen. Dat kostte premier Michel Barnier in december 2024 de kop. 

Ook deze week maakten twee partijen – het radicaalrechtse Rassemblement National en het radicaallinkse La France Insoumise (LFI) – meteen van de mogelijkheid gebruik om een motie van wantrouwen in te dienen. Tijdens de stemming vrijdagochtend werd een regeringsval op het nippertje voorkomen. 

Dat was te danken aan de Socialistische Partij (PS). Nadat Lecornu de socialisten vorige week opnieuw tegemoetkwam, onder meer door tweeduizend extra banen in het onderwijs te creëren en maaltijden voor 1 euro aan te bieden in universiteitsrestaurants, beloofden zij de motie niet te steunen. Dat betekent een opvallende draai voor de partij: in oktober stelde partijleider Olivier Faure Lecornu’s belofte om 49.3 niet te gebruiken nog als voorwaarde voor  onderhandelingen over de begroting. Deze week zei Faure dat hij het gebruik van het artikel nog steeds betreurt, maar dat het op dit moment „de minst slechte” oplossing is. 

Door de steun van de socialisten én de rechtse partij Les Républicains, die ondanks hun bezwaren tegen de begroting stabiliteit boven regeringsval verkozen, overleefde Lecornu. De LFI-motie werd verworpen met een verschil van 19 stemmen, de motie van Rassemblement National kreeg 142 stemmen, terwijl er 288 nodig waren voor een meerderheid. 

De premier kan verder met het budgettaire proces, dat hij in de eerste week van februari hoopt af te ronden. En dat is belangrijk, want Frankrijk kan een nieuwe staatsbegroting goed gebruiken. Het land heeft een torenhoge staatsschuld (115,6 procent van het bbp, bijna twee keer zoveel als het EU-maximum van 60 procent) en moet dringend bezuinigen.

Lecornu’s voorganger François Bayrou presenteerde vorige zomer een miljardenbezuiniging, maar die stuitte op grote weerstand. Hij overleefde een door hemzelf uitgeroepen vertrouwensstemming niet. Daarna was de beurt aan Lecornu, die al na een weekend aftrad en een maand later weer aangesteld werd, om een begroting te vormen. Hoewel de concessies aan de socialisten de overheidsuitgaven iets hebben opgedreven ten opzichte van Lecornu’s eerste voorstel zegt de premier het begrotingstekort dit jaar terug te dringen tot 5 procent van het bbp. Vorig jaar was dat 5,4 procent. 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next