Home

Voorkom dat al die Europese wapens worden ingezet

Geopolitiek Duurzame vrede vraagt naast meer defensie-uitgaven om economisch evenwicht en herstel van sociale cohesie, zeggen Blanche Voorneman en Patrick de Vries. Europa kan een grotere rol spelen in conflictbemiddeling.

Bezoeker op de wapenbeurs in Ahoy in 2019.

Alle seinen staan op rood: geopolitieke rivaliteit neemt toe, de multilaterale orde brokkelt af, internationaal vertrouwen is op een dieptepunt beland en het aantal gewelddadige conflicten staat op een historisch hoog niveau. Europa reageert daarop vooral met herbewapening, afschrikking en machtspolitiek. Maar militaire middelen alleen lossen geen conflicten op. Ze zijn essentieel om te beschermen, maar versterken ook een dreigingslogica die zelden leidt tot duurzame oplossingen. De cruciale vraag is daarom: hoe voorkomen we dat al die nieuw aan te schaffen Europese wapens daadwerkelijk moeten worden ingezet – in Europa of daarbuiten? Een pleidooi voor bredere en vernieuwende conflictbeheersing.

Blanche Voorneman is internationaal conflictonderhandelaar en voormalig diplomaat, en medeoprichter van conflictbemiddelings-organisatie Mircury.

Patrick de Vries is internationaal conflictonderhandelaar en voormalig diplomaat, en medeoprichter van conflictbemiddelings-organisatie Mircury.

We zien drie alarmerende Europese trends. Allereerst, we praten nauwelijks met landen waarmee we op gespannen voet staan. Dialoog met Moskou en Beijing wordt in toenemende mate gemeden. De Russen moeten worden afgeschrikt en van de Chinezen dienen we economisch te ontkoppelen. Afschrikking, ontkoppeling en uitsluiting – het leidt zelden tot een ander perspectief en gedrag.

Ten tweede, Europa hamert steeds minder op het belang van internationaal recht. Bondgenoten kunnen militaire acties uitvoeren zonder duidelijke juridische grondslag, terwijl Europa grotendeels zwijgt – of het nu gaat om militaire operaties in de Caribische regio, territoriale dreigementen richting Groenland, of het systematisch schenden van het internationaal recht in het Midden-Oosten. Internationaal recht is niet een waarde die selectief toegepast kan worden, maar een belang dat ons allen beschermt.

Ten derde, Europa lijkt mee te gaan in de Amerikaanse machtspolitieke coercive diplomacy, waarin militaire en economische druk centraal staan en vertrouwen geen vertrekpunt meer is voor onderhandelingen. Op de korte termijn, denk aan een wapenstilstand, kan dat zeker effectief zijn, maar het verleden leert dat op de lange termijn conflicten blijven etteren wanneer niet wordt ingezet op duurzame vrede. De huidige spanningen in Bosnië en Herzegovina illustreren hoe machtspolitieke afspraken een conflict kunnen bevriezen maar niet oplossen.

Europese dubbele standaard

Het blijft niet onopgemerkt: Europa dat minder praat, het internationaal recht overboord gooit als het niet uitkomt en een consensusmodel ondergeschikt lijkt te maken aan het recht van de sterkste. Het ongenoegen over een Europese dubbele standaard neemt internationaal toe en de relevantie van Europa als bruggenbouwer af. En dan bevinden we ons ook nog eens in een situatie met de meeste dodelijke conflicten sinds het einde van WOII. In een wereld die steeds meer fragmenteert en transactioneel wordt, is dit geen goede Europese uitgangspositie om conflicten – en in het kielzog daarvan migratiestromen en economisch verval – te beteugelen.

Duurzame vrede vraagt niet alleen om stijgende defensie-uitgaven, discussies over een Europees leger, een wapenwedloop en afschrikking. Dat miskent de complexiteit van onderhandelingen met dikwijls partijen met extreme en rigide standpunten in conflicten. Wat nu vooral nodig is, zijn inzichten en maatregelen die conflicten duurzaam kunnen beheersen en de hoop voeden dat die ook zonder wapengekletter en bloedvergieten kunnen worden opgelost. Europa heeft bij uitstek de mogelijkheden om daarin het voortouw te nemen. Dat vraagt om andere keuzes in de benadering van conflicten.

Ten eerste moeten we erkennen dat nieuwe bemiddelaars het speelveld betreden. Landen als Turkije, Qatar, Saudi-Arabië en Kenia werpen zich nadrukkelijker op als mediators; China lanceerde een nieuw bemiddelingsplatform met vooral steun van de Global South. Het handelsmerk van deze landen is simpel: ze praten met iedereen en over alles. Inclusiviteit – het niet uitsluiten van partijen – is belangrijk voor legitimiteit van een uiteindelijke deal. Europa zou veel meer aansluiting moeten zoeken bij deze netwerkdiplomatie, waarin invloed ontstaat via dialoog, vertrouwen en langdurige relaties – ook met lastige gesprekpartners. Zo hebben Golfstaten een goede relatie met Moskou. Met hen kan worden besproken of zij invloedrijke Russische en Europese bruggenbouwers bijeen kunnen brengen in een geheime dialoog. Daarin kan, na een wapenstilstand in Oekraïne, worden verkend hoe Rusland en Europa (het blijven buren) op termijn anders ten opzichte van elkaar komen te staan in politiek, veiligheid en economisch opzicht. Er moet meer flexibiliteit komen voor nieuwe onderhandelingsgremia die niet alleen op Westerse normen en belangen zijn gericht.

 Daarnaast is economische ontwikkeling een cruciale, maar structureel onderschatte factor in conflictbeheersing. Als er in conflictbeheersing niet wordt nagedacht over een aantrekkelijk sociaaleconomisch toekomstperspectief, is de kans dat geweld oplaait vele malen groter. Investeerders en ondernemers moeten daarom in een vroeg stadium in een conflictbeheersingsproces worden meegenomen. Europese bedrijven beschikken over mondiale netwerken, investeringskracht en uitvoeringsvermogen om politieke afspraken te verankeren in stabiliteit. Sterke en onafhankelijke private sectoren in (post-) conflictlanden kunnen een weg bieden uit de conflict dynamiek en voorkomen dat partijen bij het minste of geringste naar wapens teruggrijpen. Waar klassieke machtspolitiek inzet op afdwingen en afschrikking, werkt deze economische netwerklogica via wederzijdse afhankelijkheid en verbinding.

Ten slotte wordt de sociaalpsychologische dimensie van vredesonderhandelingen structureel onderschat. Niet omdat relaties, emoties en vertrouwen daarin onbekende factoren zijn, maar omdat ze zelden als volwaardig onderhandelingsmateriaal worden behandeld. In de praktijk blijven ze vaak impliciet, terwijl juist dáár de doorslag wordt gegeven. Duurzame akkoorden ontstaan pas wanneer partijen niet alleen formeel instemmen, maar ook daadwerkelijk hun gedrag en onderliggende overtuigingen veranderen. Dat zijn trage, weerbarstige en continue processen die zich slecht laten vangen in machtspolitieke kortetermijntransacties of afschrikking. In Our Brains at war; The Neuroscience of Conflict and Peacebuilding zet de Ierse beleidsmaker Mari Fitzduff – destijds betrokken bij de vredesonderhandelingen in Noord-Ierland – overtuigend uiteen hoe instincten, intuïtie en context gedrag beïnvloeden. Het gevoel niet erkend en gehoord worden bouwt emotionele weerstand op met enorme impact op rationele afwegingen. Daarnaast verdwijnen diepgeworteld wantrouwen, ongelijkheid en sociale verdeeldheid niet als het vechten stopt.

Versterk de sociale cohesie

Er is een sterke relatie tussen sociale cohesie en gewelddadig conflict. Als het versterken van de sociale cohesie niet in onderhandelingen wordt meegenomen (kijk naar gespleten samenlevingen in de Balkan, Irak, Afghanistan, Somalië) blijven angst en wantrouwen elke vrede ontregelen, althans kwetsbaar maken. Juist hier heeft Europa, met zijn ervaring in verzoening en institutionele inbedding, veel te bieden.

Deze drie invalshoeken vragen ook om andere expertise en andere meer innovatieve manier van conflictbeheersing. Europese onderhandelingsteams zouden niet alleen uit diplomaten moeten bestaan maar ook uit ondernemers uit het bedrijfsleven, sociaalpsychologen, juristen, militairen en stedenbouwkundigen die bij wederopbouw nadenken over integratie en sociale cohesie. Veel vaker dan niet spatten vredesregelingen na enkele jaren uiteen omdat niet genoeg bij implementatie ervan wordt stilgestaan. Duurzame stabiliteit is gebaat bij een meer multidisciplinaire en incrementele benadering van conflict, juist omdat complexe vraagstukken zich niet laten oplossen vanuit één discipline.

Wij pleiten er daarom voor om juist in de huidige veranderende multipolaire context de aanschaf van wapens en focus op afschrikking te plaatsen binnen een veel bredere en geïntegreerde wijze van conflictbeheersing. Dat punt zou in het narratief van de defensiehoek en van de secretaris-generaal van de NAVO meer aandacht kunnen krijgen. Europa beschikt over meer ervaring en kracht dan het zichzelf toestaat te erkennen.

De Europese Unie is het grootste en meest duurzame vredesproject uit de moderne geschiedenis. Al meer dan tachtig jaar houden voormalige aartsvijanden elkaar in evenwicht via regels, instituties, economische verwevenheid en politieke samenwerking – met ongekende sociale en economische vooruitgang tot gevolg. Die kracht is geen historische toevalligheid, maar het resultaat van bewuste keuzes: macht inperken via recht, conflict kanaliseren via overleg, en wederzijdse afhankelijkheid gebruiken als stabiliserende kracht. Juist daar ligt ook voor landen als Nederland een verantwoordelijkheid – en een kans.

Europa moet de eigen geschiedenis serieuzer nemen en zich vanuit die positie tot de wereld verhouden – niet door naïef idealisme, maar door zelfbewust leiderschap. Juist vanuit die positie zou Europa meer leidend moeten zijn in een bredere en meer geïntegreerde manier van conflictbeheersing, en zijn invloed inzetten om vanuit eigen kracht het roekeloze „recht van de sterkste” te begrenzen. Uiteindelijk is dit de kern: niet hoe we ons voorbereiden op het inzetten van wapens, maar hoe we voorkomen dat ze ooit moeten worden ingezet.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next