Home

‘Ik geloof niet in dat irritante, radicale activisme, waarbij je meteen op een vrachtwagen klimt’

Lesley Moffat, oprichter van dierwelzijnsorganisate Eyes on Animals, doet er alles aan om het lijden van dieren te verminderen. Ze ontwierp zelfs een diervriendelijker slachthuis. Loopt ze daarmee niet het risico vuile handen te maken?

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Als 10-jarige krijgt ze van haar Joods opgevoede grootmoeder een ‘romantisch’ verhaal opgedist over de gang van zaken bij het slachten van een koe. De rabbijn komt langs om het dier te bedanken voor zijn leven en voor het vlees dat het de mensen geeft, zo vertelt haar oma. ‘Een totaal nepverhaal, maar als kind geloof je volwassenen en ben je ervan overtuigd dat ze het beste met dieren voor hebben’, blikt Lesley Moffat terug.

Haar grootouders hebben een boerderij met een veertigtal zoogkoeien, even ten noorden van het Canadese Toronto. Moffat, een stadsmeisje uit Montreal en de dochter van een astronoom en een bibliothecaresse, voelt zich sterk tot hun boerenbedrijf aangetrokken. Diepe indruk maakt een voorval met een pasgeboren kalfje. Dat komt ongelukkig ter wereld, met zijn kop ingeklemd in een gat tussen twee rotsen. Haar grootvader sprint erop af en doet er alles aan om het dier te bevrijden, tot de stier te dichtbij komt en hij het kalfje aan zijn lot moet overlaten. ‘Ik zag hoeveel risico en passie hij aan de dag legde, dat heeft grote invloed op me gehad.’ Ze trekt zich het lot van alle dieren aan. ‘Ze zijn voor mij niet anders dan wij, ze hebben ook emoties.’

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Als 16-jarige komt ze bij een bezoek met haar opa aan een slachterij erachter dat haar oma een wel erg rooskleurig beeld van het slachtproces heeft geschetst. ‘Het was afschuwelijk, koeien werden gedood terwijl ze nog bij bewustzijn waren.’ Een veemarkt schokt haar evenzeer: ‘Dieren die niet waren verkocht, omdat ze bijvoorbeeld kreupel waren, werden daar op een berg gegooid en achtergelaten. Sommige leefden nog. Het schokte me dat mensen daartoe in staat waren. Ik heb een biggetje meegenomen, dat heeft nog enkele maanden geleefd.’

Sindsdien staat haar leven in het teken van dierenwelzijn. Op de middelbare school wordt ze veganist en droomt ze van de oprichting van McVegan, als tegenhanger van McDonald’s. ‘Ik dacht dat iedereen veganist zou worden als ik foto’s van het slachten van dieren zou laten zien.’ In haar studententijd kiest ze voor een studie diergedrag, haar masterscriptie wijdt ze aan de scharrelbehoefte van kippen. ‘Ik wilde wetenschappelijk bewijzen dat legbatterijen (grootschalig kippen houden met drie tot vijf kippen per kooi, red.) zouden moeten worden verboden. In Europa is dat uiteindelijk ook gebeurd.’

Haar relatie met een Duitse boer leidt in 2001 tot haar verhuizing naar Europa, tegenwoordig leeft ze in Brabant met een Nederlandse boer – de 50-jarige Canadese woont inmiddels haar halve leven in Europa. In Duitsland werkt ze sinds 2001 bij Animal Angels, een pressiegroep die dierentransporten dwars door Europa achternarijdt om misstanden aan autoriteiten en media te melden. In 2009 richt ze in Nederland haar eigen organisatie op, Eyes on Animals. Die spoort niet alleen op dezelfde manier misstanden op, maar gaat ook het gesprek met slachterijen aan om het lot van dieren te verbeteren. Voorlopig hoogtepunt is het door haar ontworpen slachthuis in opdracht van een Gelders bedrijf. Dat functioneert inmiddels: ‘Van die opdracht had ik al zo lang gedroomd’.

Al sinds 2001 volgt u vrachtwagens waarmee dieren door Europa worden vervoerd. Wat doet u dan precies?

‘Rijden, rijden, rijden. We willen weten hoe de transporten zijn: hoelang duren ze en onder welke omstandigheden leven de dieren? Daarvoor gelden in Europa normen. Er wordt enorm met dieren gesleept, soms wel over duizenden kilometers. De omstandigheden kunnen veel te zwaar zijn: geen water, geen voedsel, of allebei niet. Ook staan er soms veel te veel dieren bij elkaar en kunnen sommige niet staan, met het risico te worden vertrapt.

‘Wanneer de chauffeur stopt bij een tankstation, kun je contact leggen. Ik vraag dan beleefd of ik een kijkje mag nemen. Ik geloof niet in dat irritante, radicale activisme, waarbij je meteen op een vrachtwagen klimt. Ik zou niet willen dat iemand zoiets bij mij zou doen. Meestal mag ik wel kijken.

‘Vaak weet je niet hoelang een rit duurt. Ik ben weleens tot Bari, in de laars van Italië, gereden. Gelukkig ben je altijd met een collega. We waren toen al een dag op de veemarkt, daarna moesten we de hele nacht door en pas de volgende middag kwamen we aan – wat was ik moe. Daarna maken we een rapport. Bij Animal Angels lichten we de Europese Commissie in, omdat die de regels over dierentransporten heeft opgesteld. Het is aan autoriteiten van de afzonderlijke landen om die te handhaven, maar die doen dat lang niet altijd.’

Wat gebeurt er met uw rapporten?

‘Van Brussel kregen we altijd te horen dat dierenwelzijn extreem belangrijk is, blablabla, en dat ze contact zouden opnemen met de nationale autoriteiten. Maar in de praktijk zagen we niks veranderen. Neem de Ierse kalverexport naar Nederland, waarvan het traject via het Franse Cherbourg loopt. Jaarlijks gaat dat om tienduizenden kalveren. Die beestjes zijn nog geen maand oud, zijn dagenlang onderweg en krijgen niet de melk waar ze recht op hebben. Dat is in strijd met de Europese regels. We stellen dit al decennia aan de kaak, maar het gaat nog altijd gewoon door. Aanvankelijk meldden we het bij Brussel, de Ierse overheid en de Ierse industrie. Omdat er niets veranderde, zijn we ook de media gaan inschakelen, ook al doe ik dat liever niet. De maatschappij is al gepolariseerd genoeg; mensen gaan dan negatief oordelen, waardoor een dialoog met de industrie onmogelijk wordt.’

Andere dierenrechtenorganisaties schakelen juist direct de media in om met schokkende beelden de publieke opinie te beïnvloeden.

‘Dat is ook nuttig en daar ben ik ook zeker niet op tegen, alleen is het niet wat ik doe. Het is goed wanneer, zoals wel is gebeurd, een slachterij moet sluiten, omdat daar dieren worden mishandeld. Maar zo’n sluiting leidt niet tot minder dode dieren, een andere slachterij neemt het werk dan over. Met protesteren kun je de publieke opinie beïnvloeden, maar daarmee verander je nog niet de omstandigheden van de dieren. Daarom richt ik me op concrete verbeteringen, in dialoog met de slachterijen. Weigert een bedrijf dat of probeert het ons voor de gek te houden, dan kunnen we altijd nog naar de media stappen. Maar eerst ga ik het gesprek aan.’

Loopt u daarbij niet het risico vuile handen te maken? U hebt zelf een slachthuis ontworpen voor een slachterij in Gelderland.

‘Natuurlijk zou ik graag in een paradijs leven waarin geen enkel dier en geen enkele mens lijdt. Maar ik ben niet wereldvreemd, dus vind ik het al heel wat wanneer we het lijden van dieren weten te verminderen, dat is tenminste iets. Als we ons er niet mee zouden bemoeien, is het zeker dat slachterijen doorgaan met het slachten van varkens met veel stress. Ze werken namelijk met een CO2-verdoving, waardoor varkens twintig tot veertig seconden pijn en paniek moeten verduren voordat ze hun bewustzijn verliezen. Die methode wordt toegepast, omdat die het goedkoopst is en slachterijen in staat stelt duizend varkens per uur te slachten. Bij onze slachtlijn gaat het er veel rustiger aan toe – wij laten ze kalm naast elkaar lopen, zij aan zij, dat vinden ze fijn. Dan raken ze niet gestresst. De verdoving is elektrisch en werkt onmiddellijk, wat ook veel beter is.’

Dus u heeft niet het idee hiermee vuile handen te maken?

‘Nee, totaal niet. Dat zou juist het geval zijn wanneer ik niets doe, als ik verbeteringen zou kunnen aanbrengen maar dat nalaat om zo ‘schone handen’ te houden. Dat wij dit doen, maakt ons niet medeplichtig. Ik zie het als een vorm van barmhartigheid, gericht op minder lijden. We gaan niet meemaken dat de meerderheid van de mensen veganistisch wordt. Dus dieren zullen hoe dan ook worden geslacht. Laten we ons dan inspannen om dat zo humaan mogelijk te doen.

‘Het verwijt van vuile handen doet me denken aan de discussie die ik had met dierenrechtenorganisaties over Kalverliefde, dat is een initiatief om zuivel te verkopen van boeren die koeien en kalveren drie maanden bij elkaar in de wei houden, in plaats van ze abrupt van elkaar te scheiden. Dat is beter voor zowel de koe als het kalf. Ik vroeg dierenrechtenorganisaties om Kalverliefde, dat je bij supermarkten kunt krijgen, bij hun volgers onder de aandacht te brengen. Maar een aantal wilde dat niet doen, omdat het in hun ogen dierenmishandeling blijft en het ten koste zou gaan van hun veganistische boodschap. Zo houden ze misschien schone handen, maar ik zie het vooral als een gemiste kans.’

De slachterij waar u die slachtlijn voor heeft ontworpen, wil niet met haar naam in de krant. Waarom is dat?

‘Ze zijn bescheiden en vrezen dat het irritaties in hun branche oproept. Als bekend zou worden dat zij zich serieus voor dierenwelzijn inzetten, staan andere bedrijven klaar om hen te verwijten dat ze betweterig en arrogant zijn. Daar hebben ze geen zin in, zoals ze ook geen behoefte hebben aan het commentaar van activisten dat het toch niet diervriendelijk genoeg zou zijn.’

U bent trots op die slachtlijn. Heeft u nog meer concrete resultaten geboekt?

‘Waar ik ook trots op ben, is dat we in Frankrijk het politietoezicht hebben verbeterd. Dat begon bij het volgen van een transport met kreupele paarden. We probeerden toen de gendarmerie in actie te krijgen, dat lukte pas bij de tunnel van Fréjus, vlak bij Italië. Een van de gendarmes, een kapitein, trok zich het lot van de paarden zeer aan, maar hij kon toen niets betekenen, omdat hij geen kennis had van de Europese regels. Dat zat hem echt dwars. Hij is met ons in gesprek gegaan, met als uitkomst dat we een training aan zijn brigade mochten geven. Dat trok media-aandacht, waarna we bij het nationale trainingscentrum van de gendarmerie aan de slag mochten. Daardoor zijn onze trainingen landelijk ingevoerd. Ook de carabinieri in Italië zijn inmiddels beter getraind.

‘In Turkije is een van onze inspecteurs erin geslaagd zestien slachterijen zover te krijgen dat ze schietmaskers gebruiken om dieren mee te verdoven voordat ze worden geslacht. Dat is bijzonder, omdat verdoving er ten onrechte als strijdig met de halal-voorschriften wordt gezien. Mogelijk gaan de imams in Turkije het afleggen tegen het belang van dierenwelzijn. En in Ghana is het een inspecteur van ons gelukt bij acht varkensslachterijen schietmaskers te introduceren. Een grote vooruitgang, want tot dan toe werden varkens met een stuk hout op hun kop geslagen tot ze doodgingen.’

Wat hoopt u nog mee te maken?

‘Dat we in meer landen trainingsprogramma’s kunnen opzetten, waardoor er beter toezicht komt en dus minder dieren lijden. We zijn maar een kleine organisatie, het zou mooi zijn als we daarvoor financiële steun van donateurs krijgen. Verder hoop ik vooral dat mensen op den duur radicaal anders met dieren omgaan, maar dat ga ik vermoedelijk niet meer meemaken. Voor nu is mijn grootste hoop dat genoeg jonge mensen zich bij ons aanmelden om dit werk voort te zetten.’

Boektip: Animals in Translation van Temple Grandin

‘Dit boek heeft me geleerd hoe dieren de wereld zien en ervaren. Factoren zoals licht, geluid en beweging kunnen angst of juist rust veroorzaken. Door aandacht daarvoor kan veel dierenleed worden verminderd. De Amerikaanse zoöloog Temple Gradin heeft met haar werk mijn denken over de bescherming van dieren sterk beïnvloed.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next