Niet alleen mensen, ook dieren in de veehouderij verdienen volgens de Vakbond voor Dieren arbeidsrechten. Voorzitter Marjolein de Rooij: ‘Als je niet aan tafel zit, sta je op het menu. Dat geldt voor dieren letterlijk.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Veel vakbonden kampten de afgelopen decennia met teruglopende ledenaantallen. Bij de Vakbond voor Dieren, opgericht in 2023, ligt dat anders. Die heeft helemaal geen leden. De achterban daarentegen is enorm: het zijn de 81 miljoen kippen, 10 miljoen varkens en 3,5 miljoen koeien in de Nederlandse veehouderij. Die dragen dagelijks bij aan de voedselvoorziening, maar hebben zelf geen stem.
Ook op het congres dat de Vakbond deze zaterdag houdt in Bussum, kunnen ze niet meepraten. In plaats daarvan gaan wetenschappers, dierenbeschermers, voorloperboeren en een paar bedrijven met elkaar in gesprek over ethiek in de veehouderij. De landbouwsector laat grotendeels verstek gaan, evenals het ministerie. ‘Ze vinden zo’n ethische discussie nog heel spannend’, zegt vakbondsvoorzitter en -oprichter Marjolein de Rooij (53).
De Rooij, opgeleid als civiel ingenieur, zet zich al sinds 2000 in voor dierenwelzijn. Ze was betrokken bij de oprichting van de Partij voor de Dieren en werkte bij tal van maatschappelijke organisaties. ‘Op een paar details na is er in die tijd heel weinig veranderd. De veehouderij is alleen maar intensiever geworden.’ Ze richtte de Vakbond op om fundamentele ethische vragen te stellen over de omgang met dieren.
De focus ligt op de veehouderij. ‘Huisdieren zijn onderdeel van onze morele cirkel geworden. Als je een hond zonder verdoving zijn staart afbrandt, krijg je een boete. Doe je dat met een varken, dan krijg je subsidie.’
De huidige dierenwelzijnsregels gaan voornamelijk over ‘licht, lucht en ruimte’, aldus De Rooij. Arbeidsrechten, zoals de Vakbond voor Dieren bepleit, gaan veel verder: het recht op inspraak bijvoorbeeld, of gezondheid. ‘Arbeidsrecht is iets wat mensen snappen’, zegt De Rooij. ‘Het is makkelijk om een parallel te trekken met arbeidsrechten voor mensen.’
Waarom zouden we die vergelijking überhaupt moeten maken? Zijn dieren gelijkwaardig aan mensen?
‘Nee, maar kinderen zitten ook in onze morele cirkel, net als mensen met dementie. Die hebben ook niet dezelfde capaciteiten als een gezonde volwassene. We hebben altijd zwakkeren onderdeel gemaakt van onze morele cirkel.
‘Bovendien: de argumenten die we altijd gebruikt hebben om dieren daar niet in te plaatsen, vallen weg. We weten steeds meer over de intelligentie en taal van dieren. Natuurlijk zijn dieren geen mensen. Maar het is wel tijd dat we de belangen van dieren serieus nemen en daar op een meer ethische manier nadenken over onze omgang met dieren.’
Dieren kunnen niet zeggen wat ze wel of niet willen. Hoe kun je hun belangen dan vertegenwoordigen?
‘Er zijn natuurlijk manieren om dieren vragen te stellen. Ze zijn heel duidelijk in hun keuze, bijvoorbeeld als je ze twee soorten voer aanbiedt. Of je kunt op basis van kennis en onderzoek bepalen wat een dier zou willen.
‘Heel veel dingen zijn ook bekend: een varken wil bijvoorbeeld wroeten. Nu zegt men: dat is binnen het systeem niet haalbaar. Vinden we het acceptabel dat we dieren hun primaire levensbehoefte ontnemen? Die vraag stellen we niet, omdat de sector bepaalt dat het niet haalbaar is.’
Afgelopen zomer sloot het ministerie van Landbouw met twaalf andere partijen het convenant ‘stappen naar een dierwaardige veehouderij’. De Rooij vindt de afspraken ‘enorm teleurstellend’. ‘Het gaat over centimeters meer ruimte, over daglicht voor kalveren dat ook met kunstlicht gerealiseerd mag worden.’ Ze wijst erop dat vooral boerenorganisaties en marktpartijen aan tafel zaten. ‘Verandering wordt nooit aangewakkerd door mensen die het meest te verliezen hebben. Als je niet aan tafel zit, sta je op het menu. Dat geldt voor dieren letterlijk.’
De Dierenbescherming sprak namens de dieren, maar stond alleen en denkt volgens De Rooij ‘binnen het systeem’. ‘Met onze huidige kennis over dieren zouden we het systeem nooit zo ingericht hebben.’
Is dat zo? Of vinden de meeste mensen het prima zolang vlees betaalbaar blijft en het leed buiten hun gezichtsveld plaatsvindt?
‘Dat kan, maar ik denk niet dat we dat met elkaar hebben besloten. Het is zo gegroeid en we hebben het aan de markt overgelaten. Het feit dat het buiten je gezichtsveld gebeurt, wil niet zeggen dat het acceptabel is. Aan ons de taak om dat in het gezichtsveld te brengen. En ik vind het een plicht van de overheid om dieren tegen bepaalde omgevingen en gedragingen te beschermen.’
Jullie willen dat dieren met pensioen kunnen. Hoe werkt dat bij vleeskuikens?
‘Sommige sectoren zullen nooit in een ethisch systeem passen. De vleeskuikensector is er één van, en niet alleen vanwege de korte levensduur van de dieren. Ze zitten vast in een ongezond lichaam dat onnatuurlijk snel groeit. Die hele sector is moreel verwerpelijk.’
Dan verplaatst de productie zich dus naar het buitenland, waar de dierenwelzijnsnormen lager zijn.
‘Ik probeer weg te blijven van de discussie over wat we eten. Maar ik denk dat we allemaal weten dat minder dierlijk voedsel beter is voor het klimaat, de volksgezondheid en de dieren.
‘Daarnaast kun je op basis van je eigen morele normen zeggen: ik wil dat hier niet. In Nederland hebben we kinderarbeid verboden, terwijl we weten dat er nog producten uit Bangladesh komen waar wellicht wel kinderen aan hebben gewerkt. Als je zelf een morele grens trekt, kun je die uitdragen en anderen erop aanspreken.’
Jullie pleiten niet voor het recht om niet gedood te worden. Dat lijkt me een heel basaal recht.
‘Dat is het ook. Maar het doden van dieren voor voedsel is op dit moment maatschappelijk geaccepteerd. Als je die realiteit volledig verwerpt, plaats je jezelf buiten het gesprek. Ik kies ervoor om wél in dat gesprek te blijven, juist om de positie van dieren stap voor stap te verbeteren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant