Home

De vriendschap tussen Salim en mevrouw Mes: een Rotterdamse ondernemer met een zilverwitte dame (103) aan zijn zij

Salim Elfassi (43) begon in 2018 KOCO. Dat is een restaurant in de Rotterdamse volkswijk Carnisse, op de begane grond van een ouderenflat. Het is een soort huiskamer geworden voor de wijk, waar je makkelijk binnenloopt. Maar het is óók een plek waar bedrijven vergaderingen en bijeenkomsten kunnen houden en catering bestellen, want er moet ook geld worden verdiend. Toen Aboutaleb nog burgemeester was, vergaderde hij er wekelijks.

Salim organiseerde indertijd als kennismaking een gratis diner voor alle flatbewoners. Toen kwam mevrouw Mes binnen, voluit Helena Antoinette Mes-Campschroer. „Zeg maar Lenie.” Heerlijk, zei ze tegen Salim, eindelijk weer eens wat anders dan soep uit blik.

Mevrouw Mes zag er niet fris uit, dat zag hij meteen. Gek was dat niet, ze was toen al 95 en had geen hulp. Ze had geen kinderen of familie.

Dagelijks kwam mevrouw Mes naar beneden. Ze bloeide op van het gezelschap en van het lekkere eten, maar droeg wel elke dag dezelfde roze trui. „Zal ik eens helpen met wassen”, vroeg Salim. Ze weigerde alle hulp. Zij kon prima voor zichzelf zorgen, zei ze.

Tot ze viel. Beneden in het restaurant. Ze brak haar heup. Terwijl ze in het ziekenhuis lag, ging Salim haar huis binnen. Het was zwaar vervuild. Misschien was er sinds de dood van haar man tien jaar eerder niet meer schoongemaakt, dacht hij. „Het beddengoed was zeker een jaar niet gewassen.” Met vrienden poetste hij het hele huis, kocht nieuw beddengoed en ondergoed, verving kapotte lampjes en zorgde voor een nieuwe bank.

Het was nog even spannend of ze niet boos zou worden vanwege de ongevraagde schoonmaakactie. Toen ze de deur opendeed, was ze eerst sprakeloos. Toen brak ze. Sindsdien is Salim haar zoon, vindt ze. En hij pakte die handschoen op.

Salim Elfassi en mevrouw Mes

Hoe hij de zorg voor mevrouw Mes met zijn drukke bestaan combineert? Simpel. Is hij aan het werk in de zaak, scharrelt ze rond: kletsje hier, kletsje daar. Gaat hij ‘s avonds naar vrienden, een barbecue of een feestje, dan neemt hij haar mee. Al snel was iedereen gewend. Als deze Marokkaans-Nederlandse sociaal ondernemer ergens binnenkomt, is er vaak een oude, zilverwitte dame aan zijn zij. Dit jaar wordt ze 103.

Mevrouw Mes is makkelijk mee te nemen. „Als ik zijn stem hoor, is mijn dag goed.” Andersom, zegt Salim, heeft hij ook veel aan haar. Hij heeft geen kinderen en het geeft voldoening om voor iemand te kunnen zorgen.

Ze steunt hem. Toen hij de zaak net begon, was er weerstand van een paar bewoners uit de flat. Wilde de ondernemer hen islamiseren? Waarom stond er anders geen varkensvlees op het menu? In de lift hingen opeens anonieme briefjes over een boycot. Salim vond het verschrikkelijk en overwoog te stoppen maar mevrouw Mes zei dat hij zich niet moest laten kisten. Hij luisterde, organiseerde kroegavonden met gratis hapjes, bingo en spelletjesmiddagen. De klachten verstomden. Trouwens, de slavinken die hij later eens inkocht, bestelden de bezoekers nooit.

Sinds een jaar woont mevrouw Mes in een verzorgingstehuis. Lopen ging slecht en ze kon niet meer zelfstandig naar het toilet. Sindsdien komt ze drie keer per week met de rolstoeltaxi naar KOCO. Vandaag is ze er ook. Kijk, daar zit ze, kwetsbaar met haar bijna doorschijnend, perkamenten huid, achter een glaasje sinaasappelsap.

Hier zie ik mijn kennissen en hier zie ik hem, zegt ze met een vrolijke twinkeling in haar ogen. Over Salim: „Een moordgozer.”

Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag

Source: NRC

Previous

Next