Zuid-Afrika Sinds Donald Trump aan zijn tweede termijn begon, staan buitenlandse regeringen voor de vraag: hoe ga je om met een president die openlijk de confrontatie zoekt? De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa weigert zijn koers erop af te stemmen. „Zuid-Afrika speelt met vuur.”
De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa en de Amerikaanse president Donald Trump tijdens een ontmoeting in het Witte Huis in Washington in mei.
Publiekelijk heeft de Zuid-Afrikaanse regering niet gereageerd op de toespraak van de Canadese premier Mark Carney bij het World Economic Forum in het Zwitserse Davos, waarin hij dinsdag fel uithaalde naar de Verenigde Staten zonder het land bij naam te noemen. Toch sluit Carneys betoog nauw aan bij de kritiek die Zuid-Afrika al langer uit. In het afgelopen jaar bracht de regering herhaaldelijk thema’s naar voren als het verval van de internationale rechtsorde, de noodzaak van multilateralisme en het machtsmisbruik door dominante landen.
Zo waarschuwde president Cyril Ramaphosa in september vorig jaar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties dat wereldmachten steeds nadrukkelijker de internationale orde naar hun hand zetten. „Er is een toenemende afhankelijkheid van unilaterale militaire acties die in overtreding zijn van het internationale recht,” zei hij.
Tegen die achtergrond houdt Zuid-Afrika zich voorlopig op de vlakte. Het land is verwikkeld in een diplomatieke ruzie met de Verenigde Staten, die Pretoria onder meer valselijk beschuldigen van genocide op de witte minderheid. In dat conflict zet de regering-Trump regelmatig drukmiddelen in om Zuid-Afrika te treffen. Zo kreeg het land een relatief hoog handelstarief van 30 procent opgelegd en werd het uitgesloten van deelname aan de G20-bijeenkomsten, die dit jaar onder Amerikaans voorzitterschap plaatsvinden.
Tegelijk heeft de Zuid-Afrikaanse regering in Pretoria sinds het aantreden van Trump zich in woord en daad strijdlustig opgesteld tegenover de druk uit Washington. Naast de Amerikaanse beschuldiging van genocide beticht Trump de regering van landonteigening zonder compensatie en hekelt hij de genocidezaak die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Ook dringt Washington erop aan dat Pretoria wetgeving terugdraait die bedoeld is om raciale economische ongelijkheid te verkleinen.
De Zuid-Afrikaanse regering is niet gediend van deze Amerikaanse megafoondiplomatie. Ramaphosa heeft dat herhaaldelijk benadrukt: „Wij laten ons niet pesten.”
Waar Europese regeringen zich in hun omgang met Washington vaak terughoudend opstellen, blijft Pretoria vasthouden aan zijn positie, ziet Ofentse Donald Davhie, analist bij het Centre for Risk Analysis (CRA) in Pretoria. „Zuid-Afrika heeft werkelijk aan geen enkele kritiek van Trump toegegeven. Wetgeving om de economische ongelijkheid tussen de zwarte en witte bevolking aan te pakken staat bijvoorbeeld nog overeind en de ICJ-zaak tegen Israël is niet teruggetrokken.”
Daarnaast uitten Zuid-Afrikaanse diplomaten ook openlijk kritiek op de Trump-regering. Zo stelde Ebrahim Rasool, destijds Zuid-Afrikaans ambassadeur in Washington, in maart vorig jaar dat Trump „de ideologie van witte overheersing mobiliseert”. Dat leidde ertoe dat Marco Rubio, Trumps minister van Buitenlandse Zaken, Rasool persona non grata verklaarde. Tot op de dag van vandaag heeft Zuid-Afrika geen ambassadeur in de Verenigde Staten.
In een poging de relatie te herstellen reisde Ramaphosa afgelopen mei met een tienkoppige Zuid-Afrikaanse delegatie naar Washington. De opdracht was helder: de banden met de Verenigde Staten aanhalen, met het oog op het handelsbelang.
Trump stelde de Zuid-Afrikaanse president op de proef met een video die de vermeende genocide op witte Zuid-Afrikaanse boeren moest aantonen. Ramaphosa bleef kalm en verwees aan de hand van feiten en statistieken naar Zuid-Afrika als functionerende democratie en rechtsstaat. Trump liet zich niet overtuigen en toonde zich zichtbaar geïrriteerd.
Oud-diplomaat en geopolitiek analist Kingsley Makhubela noemt de ontmoeting in het Witte Huis een mislukking. „Je gaat de krokodil nooit bevechten in het water,” zegt hij. „Ramaphosa had de beschuldiging van witte genocide achter gesloten deuren moeten bespreken en Trump niet moeten uitdagen in het bijzijn van de media.” Daarmee trapte de Zuid-Afrikaanse delegatie „showman Trump” op zijn tenen, aldus Makhubela. „Zuid-Afrika heeft geen enkele doelstelling behaald. In plaats van een reset zijn de diplomatieke banden sindsdien verslechterd.”
De diplomatieke strategie van Pretoria brengt volgens Davhie bovendien risico’s met zich mee. „Zuid-Afrika speelt met vuur, want de regering hangen nieuwe sancties boven het hoofd. De enige reden dat die er nog niet zijn, is omdat Trump momenteel met andere dossiers bezig is, zoals Venezuela en zijn plan om Groenland te annexeren.” Volgens de analist bungelt Zuid-Afrika daardoor laag op Trumps prioriteitenlijst, terwijl zijn aandacht vooral uitgaat naar het noordelijk halfrond en de Amerika’s.
Dat Zuid-Afrika in de diplomatieke omgang met de Verenigde Staten zo voorzichtig moet opereren, raakt volgens Davhie aan de kern van Carneys betoog. Middelgrote landen trekken in onderhandelingen met supermachten structureel aan het kortste eind. „In het geval van Zuid-Afrika is die ongelijkheid nog gemakkelijker uit te buiten, omdat binnenlandse problemen, zoals de hoge werkloosheid, de onderhandelingspositie verzwakken.”
Zowel Davhie als Makhubela zien dat de regering-Trump probeert Zuid-Afrika diplomatiek te isoleren. „Zuid-Afrika probeert internationaal thema’s als sociale rechtvaardigheid, klimaat, diversiteit en inclusie te agenderen,” zegt Davhie. „Washington verzet zich daartegen en zet zijn gewicht in om de verspreiding van die agenda te blokkeren.”
Om die reden, menen de analisten, hebben de Verenigde Staten Zuid-Afrika dit jaar buitengesloten van deelname aan de G20. Washington bekleedt dit jaar het roterend voorzitterschap en nam dat besluit in strijd met de geldende regels van het forum.
Zuid-Afrika, het enige Afrikaanse land dat lid is van het forum, heeft zich hierover beklaagd bij de overige G20-landen en hen opgeroepen om voor Pretoria in de bres te springen. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz zei openlijk dat hij Trump probeert te overtuigen van de noodzaak om Zuid-Afrika aan boord te houden. Ook andere landen, waaronder China, deden een vergelijkbare oproep. Washington weigert echter van koers te veranderen.
Trump uitte vorig jaar stevige kritiek op de G20, die volgens hem te groot zou zijn om effectief te functioneren. Hij noemde het forum een „G100” en pleitte openlijk voor een „G2”, waarin de Verenigde Staten en China het voor het zeggen hebben en andere landen zich naar die besluiten zouden moeten schikken. Later dat jaar besloten de Verenigde Staten de G20 te boycotten.
Dat verscherpte de diplomatieke ruzie met Zuid-Afrika, dat op dat moment het voorzitterschap van de G20 bekleedde. Ondanks de Amerikaanse boycot eiste Trump dat er geen gezamenlijke slotverklaring zou worden aangenomen na de G20-top van staatshoofden in Johannesburg. Onder leiding van president Ramaphosa kwam die verklaring er alsnog, tot onvrede van Washington.
In de slotverklaring schaarden de overige negentien lidstaten zich achter plannen op het gebied van klimaatbeleid, schuldverlichting voor ontwikkelingslanden en diversiteit, gelijkheid en inclusie. „We zijn overeengekomen om te werken aan een betere, meer duurzame wereld, met meer gelijkheid,” zei Ramaphosa bij de presentatie van het document.
Zuid-Afrika presenteerde de slotverklaring als een bevestiging van het belang van multilateralisme. Vooral middelgrote landen uit het mondiale zuiden zagen daarin ruimte om hun stempel op het document te drukken. Dat was volgens oud-diplomaat Makhubela mede mogelijk door de afwezigheid van de Verenigde Staten. „Een Amerikaanse delegatie had deze slotverklaring kunnen blokkeren. Door weg te blijven heeft Trump die mogelijkheid uit handen gegeven.”
De slotverklaring bood Zuid-Afrika, en andere landen, enig perspectief. Via multilaterale verbanden kan het wel invloed uitoefenen, zegt Makhubela. „Het liet zien dat Zuid-Afrika niet alleen staat. Ook andere landen zoeken naar manieren om zich te verhouden tot de machtsuitoefening van de VS, maar ook van China en Rusland.”
Een recente kwestie rond de banden met Iran vormt een nieuwe uitdaging voor de Zuid-Afrikaanse diplomatie. Eerder deze maand nam de Iraanse marine deel aan een gezamenlijke oefening met China, Rusland en Zuid-Afrika in de wateren rond Kaapstad. De Verenigde Staten uitten scherpe kritiek en verweten Pretoria op dat moment toenadering tot Iran te zoeken, terwijl het Iraanse regime protesten hard neerslaat. Dat wringt met het beeld dat Zuid-Afrika van zichzelf uitdraagt als pleitbezorger van mensenrechten.
Mensen lopen op 6 januari in de vissershaven van Kalk Bay, waar het Chinese marineschip Tangshan voor de kust ligt, nabij Kaapstad.
Ramaphosa probeerde de deelname van Iran aan de oefening te voorkomen, maar zijn instructies werden binnen het ministerie van Defensie genegeerd. De regering onderzoekt de gang van zaken. „Dat maakt de reactie van de Amerikaanse regering iets milder,” zegt Davhie, „maar de controverses stapelen zich wel op.”
Toch reisde de Zuid-Afrikaanse delegatie met zichtbaar zelfvertrouwen af naar Davos voor het World Economic Forum. Zoals een woordvoerder van de regering het op een persmoment vooraf verwoordde. „We zijn hier om voort te bouwen op de koers die is ingezet na het G20-voorzitterschap en om internationale dialoog te bevorderen”.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC