Trump grapt vaak over de hondensleebrigades in Groenland. Maar nadat een Amerikaanse bommenwerper er in 1968 was neergestort, bleken de hondensleeën onmisbaar – en vreesden de VS het einde van de hechte samenwerking met Denemarken.
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
Op 21 januari 1968 brak er brand uit in een Amerikaanse B-52-bommenwerper met vier kernbommen aan boord, die op dat moment boven een Amerikaanse legerbasis op Groenland vloog. Door een fout in het verwarmingssysteem werd er te hete lucht de cabine ingeblazen, waardoor enkele kussens in brand vlogen.
De zevenkoppige bemanning wist het vuur niet te blussen. Toen er steeds meer rook ontstond, gaf de gezagvoerder de opdracht de schietstoelen te gebruiken. Terwijl de bemanningsleden naar de besneeuwde grond parachuteerden, stortte de B-52 met een enorme explosie op een stuk zeeijs. De conventionele explosieven ontploften, maar de kernbommen niet. Wel lekte er een grote hoeveelheid plutonium op het ijs.
Op de Amerikaanse basis werd een urenlange reddingsoperatie opgetuigd. Vanwege de extreme weersomstandigheden, de Arctische duisternis en het onbegaanbare ijs waren de Amerikanen aangewezen op inheemse hondensleeteams. Eén bemanningslid werd dood gevonden – er waren maar zes schietstoelen aan boord. Een ander werd pas na 21 uur gered.
De Amerikaanse president Donald Trump maakt de laatste tijd veel grappen over Deense hondensleebrigades, die voor hem symbool staan voor de slechte beveiliging Groenland.
Na weken van dreigementen dat hij het eiland goedschiks of kwaadschiks zou verkrijgen, sloot hij deze week een akkoord. De VS en Denemarken, waar Groenland onder valt, gaan opnieuw onderhandelen over hun militaire samenwerkingsverdrag uit 1951.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Na de crash met de B-52 in 1968 vreesden de Amerikanen juist voor een einde aan dit verdrag. De Denen en de Amerikanen hadden sinds de Tweede Wereldoorlog een hechte samenwerking op Groenland. Tijdens de oorlog werd Denemarken bezet door nazi-Duitsland en gaf het groen licht aan de VS om het eiland te gebruiken als uitvalsbasis voor acties in Europa.
Na de oorlog probeerden de Amerikanen tevergeefs Groenland te kopen. Wel kwam er het verdrag, dat de VS bijna ongelimiteerde militaire mogelijkheden gaf op Groenland.
De vlucht met de B-52 was deel van de Koude Oorlog-strategie om voortdurend een aantal met kernwapens uitgerust vliegtuigen in de lucht te hebben. Als het tot een (kern)oorlog met de Sovjet-Unie zou komen, was het zaak snel te kunnen reageren.
Vanaf 1961 vlogen de bommenwerpers ook boven de Thule-basis in Groenland, waar radars stonden (en nog altijd staan) die Russische ballistische raketten konden detecteren. Dat was een voorzorgsmaatregel. Mocht het contact tussen de basis en het Amerikaanse vasteland ooit wegvallen, dan kon de bemanning in de B-52 vaststellen of sprake was van een aanval of een technische storing.
De vluchten gingen in tegen het officiële Deense beleid om een kernwapenvrij grondgebied te hebben, maar in 1957 had de regering in Kopenhagen tijdens geheime onderhandelingen toegezegd nooit vragen te zullen stellen over wat de Amerikanen vervoerden.
Het ongeluk met de B-52 en de vier waterstofbommen bracht beide landen in grote verlegenheid. De officiële verklaring luidde dat de bommenwerper door een noodgeval uit koers was geraakt, maar dat verhaal was niet overtuigend.
Uit vorig jaar geopenbaarde diplomatieke berichten blijkt dat de Amerikanen zich grote zorgen maakten over mogelijk gevolgen voor de samenwerking. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Dean Rusk, vroeg aan de Deense ambassadeur of Kopenhagen problemen had met de verdere ‘Amerikaanse militaire aanwezigheid’ op Groenland.
Kopenhagen liet weten dat de samenwerking intact kon blijven, maar dat de Amerikanen het vervuilde gebied helemaal moesten schoonmaken. De Denen waren bang dat het jachtgebied van de lokale Inuit-families, die leefden van vogels, zeehonden en walrussen, verpest zou worden als het ijs smolt.
Daarnaast werd op last van het Deense parlement het verdrag uit 1951 aangepast. In een toevoegsel kwam te staan dat de VS Groenland kernwapenvrij zouden houden. De Amerikanen gingen akkoord, met een (mondeling) voorbehoud dat in het geval van een crisis het transport van kernwapens wel was toegestaan.
Pas in 1995 werd bekend dat de Amerikanen voor het ongeluk met de B-52 in 1968 dagelijks met kernbommen boven Groenland hadden gevlogen. Het leidde tot een groot politiek schandaal in Denemarken en een parlementaire enquête. Daaruit bleek later dat de VS voor 1968 ook kernwapens op Groenlandse bodem hadden gestald.
In 2008 onthulde de BBC dat een van de vier kernbommen nooit was teruggevonden. Later bleek het alleen om een deel van de bom te gaan, het fusie-element. Misschien dat de Amerikanen dat eerst kunnen terugvinden, voor ze hun aanwezigheid op Groenland uitbreiden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant