Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegen aan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Arnout le Clercq krijgt post van de Poolse overheid en vraagt zich af of het toch tijd wordt voor een noodpakket.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Begin deze maand plofte de poradnik bezpieczeństwa (veiligheidsgids) op mijn deurmat, net als bij 13 miljoen andere huishoudens in Polen. Het boekje moet ons voorbereiden op noodsituaties: stroomuitval, cyberaanvallen, overstromingen, oorlog.
Net op tijd, gezien het wereldnieuws in de eerste weken van dit jaar. Onlangs was ik bij een seminar waar een Poolse analist stelde dat we van een ‘periode van onzekerheid’ zijn beland in een ‘periode van het ondenkbare’ (Poolse seminars bezoek je niet voor je gemoedsrust).
Daarnaast begon het nieuwe jaar in Polen met een mededeling van de regering dat tussen kerst en oudjaar een grote cyberaanval is afgeweerd. Als deze was geslaagd, waren een half miljoen huizen zonder stroom komen te zitten.
Toch maar even bladeren dus. Voor wie door de Poolse taal al in paniek raakt – ga maar even rustig zitten voor termen als osoby z niepełnosprawnościami (mensen met een beperking) – is er online een Engelse versie beschikbaar. Ook zijn er illustraties. Vooral het hoofdstuk ‘Luchtaanvallen’ spreekt tot de verbeelding: ga in een greppel liggen.
Baat het niet dan schaadt het niet, al schuilt het grootste gevaar in januari vooralsnog in vallende ijspegels. Dat is ook zo ongeveer de consensus in mijn omgeving.
Kritiek is er ook, niet verrassend in een land waar de draak steken met de overheid de nationale sport is. Er zijn klachten dat de regering hier rijkelijk laat mee is, aangezien buurland Oekraïne het vijfde oorlogsjaar ingaat; dat de informatie wel heel summier is; of dat de 5 miljoen euro aan belastinggeld die het drukwerk kostte, beter besteed had kunnen worden.
Bezorgdheid klinkt ook door, al is het maar omdat een van de geschetste scenario’s oorlog is. Een onheilspellend en zeer Pools zinnetje op pagina 39: ‘Geloof geen informatie over de ineenstorting van het land of capitulatie.’
Voor zover ik weet zijn er geen boekjes bij stapels retour gestuurd, zoals in Nederland het geval was bij een vergelijkbare gids van de NCTV in november (in mijn appartementengebouw heeft wel één buur de Poolse envelop ongeopend in de papiermand gegooid).
Veiligheidsgids uit, verder met de essays van Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz die ik deze weken herlees om de donkere en koude Warschause winter door te komen.
Ik bleef hangen bij een passage in De geknechte geest (1953), waarin hij schrijft dat mensen in het oosten van Europa westerlingen maar moeilijk serieus kunnen nemen, ‘omdat ze niet de ervaring kennen die de mens leert hoe betrekkelijk hun oordelen en denkgewoontes zijn’.
Miłosz doelt op de Tweede Wereldoorlog, die uitbrak toen hij een jonge man was. Hij verwijt westerlingen die het systeem waarin ze leven als vanzelfsprekend beschouwen ‘een gebrek aan verbeelding’. Toch kunnen ‘ook zij op een dag vuur, honger en het zwaard leren kennen.’ (Miłosz lees je in principe ook niet voor je gemoedsrust.)
Als correspondent en westerling, zij het eentje die al lang in het oosten woont, voelde ik me een beetje aangesproken. Ik heb niet eens een noodpakket in huis. Zou ik, met wat ik in Polen zie en hoor, niet beter moeten weten?
Afgelopen jaar bezocht ik een nieuwe verdedigingslinie langs de grens met Kaliningrad en Belarus, woonde ik een weerbaarheidstraining bij voor burgers en maakte ik een reportage over de schietbanen in mijn woonplaats. Het aantal wapenvergunningen stijgt jaar op jaar. Mensen die ik sprak, namen het zekere voor het onzekere. Of, om bij bovengenoemde Poolse analist te blijven, misschien proberen ze het ondenkbare te denken.
Een wapen haal ik niet in huis, maar beginnen met genoeg water kan geen kwaad. Of batterijen voor de zaklamp. Kan ik tenminste nog Miłosz lezen als het licht uitgaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant