Home

NSC en de staatsrechtelijke modderpoel

In de VS rijden anonieme witte busjes rond met gemaskerde ICE-agenten die mensen intimideren, opjagen en met geweld afvoeren. Bestemming onbekend. Zonder toegang tot gezondheidszorg of juridische bijstand, alleen omdat ze illegaal verblijven in de VS.

Vanuit Nederland lijkt het een ver-van-je-bedshow, en toch zetten we stappen in diezelfde richting. Straks plegen tienduizenden mensen, wanneer zij hun kind van school halen, naar het ziekenhuis gaan, gewoon naast je wonen, een strafbaar feit. Dat zijn mensen die hier illegaal verblijven. Ze begaan geen overtreding, maar een misdrijf.

Strafbaarstelling van illegaliteit lijkt een tautologie, maar als de wet straks definitief is, betekent dat in de praktijk dat tienduizenden zo goed als vogelvrij zijn verklaard. Nu is het ook onwenselijk dat mensen hier zonder verblijfsrecht wonen, ze horen hier niet thuis. Maar die soepele menswaardige procedure waarmee we hen kunnen uitzetten functioneert niet. Je wil ze ook niet opjagen, mishandelen, en in razzia’s uit hun huis wegslepen. Je wil dat illegale sekswerkers zich veilig genoeg achten om aangifte te doen tegen hun pooier. Je wilt dat mensen zorg blijven zoeken. Beschaving betekent minimale leefbaarheid en rechten voor je kwetsbaarsten.

Het Amerikaanse scenario wordt natuurlijk nog geen realiteit met deze wet. Maar de eerste stap is gezet. En de partijen die de rest van het scenario willen realiseren, die voortdurend pleiten voor actiever opjaagbeleid –„alle illegalen eruit”- zijn de afgelopen jaren aan de macht geweest in Nederland.

Daar was ik zelf mede voor verantwoordelijk. Als Kamerlid voor Nieuw Sociaal Contract heb ik ook ingestemd met het kabinet-Schoof. NSC was tegen de strafbaarstelling illegaliteit en zo stond het ook in het Hoofdlijnenakkoord. Maar dat bleken slechts woordjes. Ondertussen kwamen dankzij ons partijen en bewindspersonen aan de macht met een ronduit gevaarlijke ideologie. NSC probeerde dat met teksten als die in de rechtsstatelijke basislijn te beteugelen. Maar het was roekeloos. Het probleem zat in de geest, niet in de letter.

Een PVV-amendement stelde niet alleen illegaliteit strafbaar maar ook „personen of organisaties die illegaal in Nederland verblijvende vreemdeling helpen onder te duiken (…)”. Een meerderheid van de Kamer, inclusief BBB en VVD vond dat ook hulp aan illegalen een misdrijf moest worden.

NSC stemde niet voor het amendement maar wél voor de wet waar het in stond; asielwetgeving was immers een prioriteit. Minister Van Weel (VVD) stuurde op ons verzoek een brief waarin hij schreef dat hij het PVV-amendement, waar zijn eigen fractie nota bene voor had gestemd, nooit in deze vorm in werking zou laten treden en dat was voor ons voldoende.

Het was de zoveelste keer dat we ernstig in de knel kwamen vanwege de populistische reflexen van de partijen met wie we zelf een samenwerking waren aangegaan.

Een „staatsrechtelijke modderpoel”, zoals Mirjam Bikker (CU) het mooi verwoordde. Het tegenovergestelde van het goede bestuur dat NSC wilde bereiken. Regeren met ducttapeoplossingen.

Hoe kon dat gebeuren? Hoe kon een partij met ogenschijnlijke nobele doelen en goede mensen zo mislukken? NSC kwam voort uit grote woede over de gevestigde orde, de Rutte-kabinetten. In de toeslagenaffaire werden onschuldige burgers gecriminaliseerd, hun kinderen uit huis geplaatst. Wanhoop in de ogen van redelijke mensen.

Maar in dat afzetten tegen die gevestigde orde zat er in de partij niet dezelfde aversie tegen het gevaar aan de overkant. Bij sommigen was er meer weerstand tegen samenwerken met de VVD dan met de PVV.

NSC begaf zich in het woestijnlandschap tussen technocratie en autocratie. De breuken in de samenleving liepen dwars door de partij. Het ene deel van de achterban was boos over samenwerken met de PVV. Een groter deel boos omdat we ‘zand in de motor’ van die samenwerking gooiden. En onze leider was mentaal niet in staat om ons hierdoorheen te trekken. Het ontbrak aan het leiderschap om de ultieme beslissing te nemen: uit deze roekeloze regering stappen. Het was reden voor mij om uiteindelijk mijn zetel op te zeggen. Laat. Té laat. Ik keerde terug toen de PVV uit de regering stapte en dus mijn grootste bezwaar wegviel.

Nederland keert terug naar normaal, de oude machtspartijen zijn weer aan het roer – opluchting alom. En tegelijkertijd wordt razendsnel vergeten welke staatsrechtelijke modderpoel er ontstond onder eerder bestuur van reguliere partijen. Wat hebben zij precies geleerd? En letten de nieuwe machthebbers, ambtenarij, rechtelijke macht, wetenschap, media, organisaties nu wél op nieuwe misstanden? Zijn zij zelf in hun aversie tegen de autocraten alert genoeg op het gevaar aan de overkant?

Ik ben niet meer actief voor NSC, wel lid. Maar ik verblijf immer in dat woestijnlandschap, alert op gevaar, van beide kanten.

Source: NRC

Previous

Next