Verenigd Koninkrijk Journalist Niels Posthumus reisde door Groot-Brittannië en sprak Britten uit alle lagen van de bevolking. Op die manier brengt hij de vele scheidslijnen die door het Verenigd Koninkrijk lopen vakkundig in kaart.
Peterhead, Schotland 2018.
Het Verenigd Koninkrijk is op drift geraakt. Na de Tweede Wereldoorlog viel het ooit zo machtige Britse wereldrijk uit elkaar en sindsdien zijn de Britten naarstig op zoek naar hun plek op de aardbol. De Europese Unie leek een veilig thuis, maar na het beruchte Brexit-referendum zeilen de Britten nu al weer zo’n vijf jaar solo. Daarbij ervaren ze veel tegenwind en er zijn dan ook meer dan genoeg mensen te vinden die bij nader inzien spijt als haren op hun hoofd hebben van hun leave-stem.
Tegelijkertijd is het Verenigd Koninkrijk zelf ook sterk veranderd in de afgelopen decennia. Beginnend met de zogeheten Windrush-generatie die afkomstig was uit het Caraïbisch gebied, ontstond in Groot-Brittannië een multiculturele samenleving. Het verschil tussen stad en platteland is groot, met speciale vermelding voor Londen. De traditionele klassenmaatschappij mag dan een aantal scherpe kanten hebben verloren, er gaapt nog altijd een grote kloof tussen arm en rijk. De Britse bovenlaag leeft in een parallel universum.
Niels Posthumus: Verdeeld Koninkrijk. Op reis door het Groot-Brittannië van Charles. Balans, 302 blz. € 23,99
Niels Posthumus (1981) werkte tien jaar als journalist in Afrika, maar reist sinds 2021 als correspondent voor dagblad Trouw kris kras door het Verenigd Koninkrijk om al deze scheidslijnen in kaart te brengen. Onderweg tussen Dover en Glasgow sprak hij Britten uit alle lagen van de samenleving, van anti-vossenjacht-activisten tot verstokte Brexiteers. Dat resulteerde de afgelopen jaren in mooie reportages.
Na zijn boeken Liefdes verdriet (2017) en Alle problemen begonnen met Van Riebeeck (2021) over Zuid-Afrika is daar nu Verdeeld Koninkrijk. Het wordt gepresenteerd als een reis door het Groot-Brittannië van koning Charles III, maar de monarch dient in feite vooral als kapstok voor een knappe mix van uitgebreide versies van artikelen die eerder zijn verschenen en een paar hagelnieuwe hoofdstukken.
Door de gekozen opzet is het boek een hybride van reportage en biografie geworden. Dat voelt bij tijd en wijle wat gekunsteld aan, alsof Posthumus zich bij oudere reportages zoals die over het verdwijnen van traditionele pubs ook nog even de vraag heeft gesteld: ‘Wat zou Charles hier van vinden?’ Steevast volgt dan een variant op het ‘holistische wereldbeeld’ van de koning met zijn ‘op het oog progressieve denkbeelden over culturele diversiteit en duurzaamheid’, die ‘van origine wortelen in een reactionaire afwijzing van delen van de Verlichting.’
Veel interessanter is het wanneer Posthumus op pad gaat en gesprekken aanknoopt met gewone Britten. Dan toont de correspondent zich een vaardig observator met een oog voor sprekende details. Zo noteert hij tijdens een bezoek aan de probleemwijk Possilpark in een schrijnend hoofdstuk over Glasgow: ,,Ik zie meer mensen met overgewicht, meer scootmobielen en meer rollators. En als iemand lacht, ontbreken vaak enkele tanden – Britse achterstelling toont zich het eerst in het gebit.” Wie wel geld heeft, kiest voor private zorg, want het publieke NHS-zorgstelsel kampt door tekorten met lange wachtlijsten. Ook gezonde voeding is duur en uitzichtloosheid werkt verslaving en andere psychologische problemen in de hand. Het is een vicieuze cirkel die maakt dat het verschil tussen arm en rijk ook leidt tot een ongelijke levensverwachting.
Posthumus kiest steevast voor de menselijke maat om abstracte problemen te beschrijven. Op die manier brengt hij de vele scheidslijnen die door het Verenigd Koninkrijk lopen vakkundig in kaart. En hij laat mooi zien hoe Groot-Brittannië op verschillende terreinen is veranderd. Van het verval van de eerder genoemde pubs tot het betaald voetbal en van het medialandschap tot het denken over het slavernijverleden. Wie Verdeeld Koninkrijk uiteindelijk dichtslaat heeft een duidelijk beeld van hoe de Union Jack erbij hangt. En dat is min of meer halfstok.
Posthumus spreekt zelf van een land op zoek naar zichzelf, maar de mensen die hij spreekt zeggen stuk voor stuk te weten wie ze zijn en wat ze nodig hebben. ‘De politiek’ doet daar echter weinig mee. Het vertrouwen in politici is dan ook historisch laag. De gewone Britten voelen zich ‘te vaak met mooie beloftes belazerd’. Een deel van hen zag de Brexit als een kans op radicale verandering. Het was een kwestie die het Verenigd Koninkrijk tot op het bot verdeelde, zelfs gezinnen en vriendschappen gingen eraan onderdoor.
Het vertrek uit de EU bracht echter – al dan niet geholpen door het coronavirus – alleen maar meer malaise. Posthumus laat weliswaar zien dat het aanvankelijke enthousiasme over Brexit is verstomd, maar heeft minder oog voor het feit dat één specifiek programmapunt van de Brexiteers nog steeds in het middelpunt van de maatschappelijke belangstelling staat: immigratie. Niet verrassend, want die bereikte juist na de Brexit een recordhoogte.
Nu premier Keir Starmer en zijn Labourpartij er niet in lijken te slagen om de puinhopen van veertien jaar Conservatief beleid op korte termijn op te ruimen, vliegen de zwevende kiezers richting de politieke flanken. Daar geven rechts-nationalistische politici buitenlanders nog steeds de schuld van alle Britse problemen – oud-Brexiteer Nigel Farage en zijn nieuwe politieke vehikel Reform UK voorop. Sinds afgelopen zomer wordt onder het mom ‘Unite the Kingdom’ driftig met Britse én Engelse vlaggen gezwaaid: een xenofobe oplossing voor het verdeelde koninkrijk dat Posthumus trefzeker portretteert.
Vingerwijzen en vlagvertoon lossen natuurlijk niets op. Wie het boek van Posthumus heeft gelezen, weet dat de Britten blijven sukkelen zolang de echte onderliggende sociaal-economische en maatschappelijke problemen niet worden aangepakt. De op het omslag beloofde ‘scherpe analyse’ blijft echter uit. Posthumus laat wel experts aan het woord, maar trekt daar jammer genoeg lang niet altijd conclusies uit.
Wat ook mist is een afrondend hoofdstuk, waarin Posthumus alle touwtjes aan elkaar knoopt. Het slot van het boek is nu vooral een beschouwing over de verbindende en stabiliserende rol die Charles in Posthumus’ ogen zou moeten pakken. Waarschijnlijk een kansloze missie, juist omdat het Verenigd Koninkrijk – zoals Posthumus laat zien – zo ontzettend is veranderd sinds zijn moeder Elizabeth in 1952 als vorstin de troon besteeg. De verdeeldheid zal niet verdwijnen en het blijft ongetwijfeld nog lang onrustig aan de overkant van de Noordzee.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC