Geheimen Juliet Nicolson beschrijft in haar boek de geschiedenis van geheimen aan de hand van drie generaties vrouwen. Zo nodigt ze de lezer uit tot overdenken van vrouwenlevens in iemands eigen familie aan de hand van hun geheimen, schrijft Stine Jensen.
Een aantal jaar geleden, tijdens een spelletje rummikub met een glas port erbij, onthulde mijn inmiddels overleden oma onverwachts twee geheimen. Het eerste verklaarde waarom een deel van de familie in Duitsland woont. De zus van mijn oma werd in de Tweede Wereldoorlog verliefd op een Duitse soldaat en raakte zwanger; ze verhuisde onder druk naar Duitsland. Er werd nooit over gesproken, het was een schandvlek. Het tweede geheim kwam van haarzelf: als jonge vrouw reisde ze stiekem naar Parijs om de man te verrassen op wie ze verliefd was geworden.
Ze had hem ontmoet in Kopenhagen tijdens haar werkzaamheden als secretaresse. Ze hadden geflirt, misschien wel meer dan dat, en hij had haar beloofd dat ze elkaar in Parijs, zijn woonplaats, zouden treffen. Hij bleek getrouwd. Mogelijk had ze het uit schaamte verzwegen of wilde ze de pijnlijke herinnering wegdrukken. Voor een vrouw was het in die tijd – de jaren dertig van de vorige eeuw – waarschijnlijk ook taboe om alleen op zo’n missie te gaan.
Juliet Nicolson: The Book of Revelations: Women and Their Secrets from the 1950s to the Present Day. Chatto & Windus, 352 blz. €34,99
Precies hiertoe nodigt The Book of Revelations van de Britse schrijver Juliet Nicolson (1954) uit: het overdenken van vrouwenlevens in je eigen familie aan de hand van hun geheimen. Nicolsons boek is een mengeling van memoir, persoonlijke verhalen van vrouwen en sociale geschiedenis. Als kleindochter van het beroemde schrijversechtpaar Vita Sackville-West en Harold Nicolson, en als dochter van schrijver Nigel Nicolson, groeide ze op in een gezin vol onuitgesproken zaken. Ze beschrijft de geschiedenis van vrouwengeheimen aan de hand van drie generaties: die van haar moeder (volwassen in de jaren 1950-1970), haarzelf (1970-2000) en haar dochters (2000-2025).
Deze generationele aanpak is de sterkste vondst van het boek. De eerste generatie – vlak na de Tweede Wereldoorlog – kenmerkt zich door geheimen over vooral seksualiteit en oorlogstrauma. Ze wordt ook wel getypeerd als de ‘stille generatie’. Haar eigen generatie kent meer openhartigheid over intieme kwesties en moederschap, dankzij de Tweede Feministische Golf en de psychologisering van de samenleving: de toegenomen mate waarin mensen hun eigen gevoelens onder woorden gingen brengen en daarbij therapeutisch jargon zich eigen maakten om over gevoelens na te denken en te spreken.
Haar dochters’ generatie profiteert van waarheidsbewegingen als #MeToo, maar worstelt met de paradox van de online ’transparantie’: enerzijds kun je steeds meer en vrijer delen wat je bezighoudt, anderzijds is er ook sprake van een vorm van zichtbaarheidsdwang om hieraan mee te doen en blijft het ‘ware’ innerlijke leven vaak verborgen omdat het perfect ogende leven op sociale media vaak prevaleert.
Geheimen zijn altijd beladen, stelt Nicolson. Ze leggen de taboes en mores bloot van een tijd, land, cultuur en gezin. Over het algemeen houden vrouwen, ongeacht hun generatie, meer lichamelijke informatie en aan seksualiteit gerelateerde zaken geheim (denk aan ervaringen met abortus, ziekte of moederschap); mannen verzwijgen vaker hun economische perikelen en affaires. Een ander genderverschil: vrouwen zijn vaker de hoedster van familiegeheimen. Zij besluiten wanneer de geheimen geopenbaard worden.
Hierin ziet Nicolson emancipatoir potentieel: wanneer vrouwen hun geheimen publiek maken, verandert de samenleving. Denk aan de slogan van de Tweede Feministische Golf: het persoonlijke is politiek. De scheiding tussen privé en publiek werd omver geworpen: wat binnenshuis gebeurde – in bed, in de keuken – was een politieke kwestie. Doordat vrouwen er openlijk over spraken en schreven ging niet alleen het taboe eraf, het openbaren van ‘geheimen’ was ook een kwestie van macht: niet langer kwamen mannen weg met wangedrag. Dat was natuurlijk ook onderdeel van #MeToo: het ongezegde publiekelijk openbaren en zo de schaamte omdraaien: die ligt niet bij de slachtoffers, maar bij de dader.
Ze lijkt er dan ook van overtuigd dat het delen van geheimen vooral iets goeds is, al constateert ze bij de jongste generatie ook een neiging tot ‘oversharing’: het delen van persoonlijke informatie in een context die daarvoor niet geschikt is, denk aan het delen van intieme details over je gezondheid of seksuele leven op online platformen. Dit kan kwetsbaar maken omdat privacy allesbehalve gewaarborgd is en biedt ook vaak geen werkelijke steun. Nicolson veroordeelt ook de celebritycultuur waarin de jacht op het geheim commerciële handelswaar is geworden.
Maar ze schaart zich achter dichteres en queer feminist Audre Lorde die in 1977 zei dat de ,,transformatie van stilte in taal en actie er een is van zelfonthulling en dat gaat altijd gepaard met angst.” Deel ze maar, die geheimen, spoort Lorde je aan, want je wordt nooit een heel persoon als je delen van jezelf stilhoudt die eigenlijk uitgesproken willen worden: ,,Als je het niet uitspreekt, op een dag komt het gewoon boven en beukt het tegen de binnenkant van je mond.”
Wat weten we eigenlijk over geheimen? Nicolson geeft nergens een definitie van wat een geheim is, of wanneer iets ophoudt een geheim te zijn. Zelf zou ik zeggen dat het altijd iets is wat je bewust verborgen houdt voor anderen. Een geheim kan je alleen hebben, maar ook samen. In dat laatste geval bestaat er een (stilzwijgende) afspraak ergens niet over te spreken. Nicolson citeert een Amerikaanse psychotherapeut die stelt dat de gemiddelde persoon dertien geheimen tegelijk heeft, waarvan vijf nog nooit met iemand gedeeld zijn, en een of twee geheimen neem je mee je graf in. Heel fijn natuurlijk zo’n getal, vergelijkbaar met de semi-precieze berekening van het aantal leugens dat mensen zouden vertellen op een dag, maar het is, lijkt me, ook een beetje een slag in de lucht.
Nicolson bakent de reikwijdte van geheimen niet af, waardoor het spectrum nogal breed wordt: van verslavingen tot schulden, van geheime relaties tot incest, van ‘ware’ gevoelens over moederschap of je partner tot abortus. Nicolson geeft de voorkeur aan lichamelijke en intieme geheimen in vrouwenlevens; andere geheimen, zoals een crimineel verleden of het verhullen van je afkomst vanwege schaamte, blijven achterwege.
Juliet Nicolson was zich als kind al sterk bewust dat volwassenen zaken voor je achterhouden. Stemmen die verstommen als je binnenkomt, gesprekken achter gesloten deuren. Lastiger was het toen dit gevoel aanhield naarmate ze ouder werd en ze het gevoel had dat er nog steeds allerlei geheimen waren in de familie. Nicolson zocht haar toevlucht in lezen en schrijven. Al fantaserend kun je de gaten in je familiegeschiedenis met je verbeelding dichten.
Toch heeft haar familie zich bepaald niet onbetuigd gelaten, als het gaat om het publiek ontrafelen van gevoelige zaken. Zowel haar vader als haar grootouders zouden wereldberoemd worden met hun boeken waarin familiegeheimen werden onthuld. Haar vader Nigel Nicolson vond in 1962 het dagboek van zijn moeder Vita Sackville-West die getrouwd was met Harold Nicolson, maar over haar buitenechtelijke verliefdheid op een vrouw schrijft. Het resulteerde tien jaar later in het boek Portrait of a Marriage over het huwelijk van zijn ouders die er beiden andere relaties op na hielden (onder anderen met Virginia Woolf). Het boek werd iconisch als pleidooi voor vrije biseksuele liefde. Zijn eigen vader, Harold, had er overigens zelf ook over geschreven.
Juliet Nicolson schrijft op haar beurt over het huwelijk van haar moeder met Nigel. Ze vertelt hoe haar moeder bepaalde zaken juist niét geheimhield, en haar daarmee belastte. Zo vertelde haar moeder haar op een dag dat ze een affaire had, maar dat moet ze vervolgens geheimhouden voor haar vader. Hetzelfde gold voor de scheiding die volgde. Dat werd op een tamelijk zakelijke toon medegedeeld aan Juliet, maar haar werd wel gevraagd niet met de buitenwereld over de oorzaken van de scheiding te spreken. Precies dit fenomeen, waarbij geheimen overgaan van moeder op dochters, maakt vrouwen tot de ‘secret keepers’ binnen gezinnen.
Maar hoe weet je welke geheimen mensen écht hebben? Hoe krijg je ze als socioloog, schrijver of historicus te pakken? Ethisch dubieus is dat Nicolson via een familielid heimelijk gemaakte opnamen in handen krijgt van therapeutische gesprekken die begin jaren zestig zijn gevoerd. Ze luistert toch: de gedeelde geheimen blijken even alledaags en herkenbaar als persoonlijk en intiem: ze gaan over seksuele beleving (een teveel of te weinig aan plezier), over verliefd zijn op een ander, of bijvoorbeeld over het taboe op het opgelucht zijn dat een van je ouders dood is.
De tweede generatie die Nicolson bespreekt, valt samen met haar eigen volwassen periode, en is doordrenkt van de feministische ontsluiting van het geheim. Ze bespreekt bekende publicaties: van Betty Friedan die een boekje opendeed over het mentale vage gevoel van ongeluk dat veel huisvrouwen ervoeren (The Feminine Mystique), tot de seksuele revolutie met Erica Jong (Fear of Flying). Het is de periode dat Nicolson voor het eerst zwanger wordt en de geadviseerde geheimhouding van drie maanden wat langer aanhoudt – want vanaf dan verandert haar status als vrouw.
In het laatste deel richt Nicolson haar aandacht op de opmars van de bekenteniscultuur op televisie. Vanaf de jaren negentig worden geheimen en publieke bekentenissen het fundament van een nieuw entertainmentgenre. De aanwezigheid van camera’s maakt het mogelijk dag en nacht naar elkaar te kijken. Publieke bekentenissen doen en stiekem meeloeren worden mediasuccesformules, met als blauwdruk het programma Big Brother. Ook talkshows als die van Oprah Winfrey en Jerry Springer drijven op het schandaal; geheimen onthullen wordt de sleutel van de entertainmentindustrie.
Jammer genoeg zijn Nicolsons eigen dochters de grote afwezige in dit deel. Dat is een gemis, omdat ze hiermee een belofte niet inlost. Want wat zijn de gevolgen van internet voor de relatie tot geheimen? Nu zijn we zélf de handelaren van ons intieme kapitaal geworden. BN’ers brengen zelf het nieuws over hun zwangerschap of echtscheiding naar buiten. Het persoonlijke leven is een verdienmodel: zo houd je de aandacht vast als je buzz creëert rondom je persoon, en je ontneemt ook anderen de kans om ermee aan de haal te gaan. Geheimen zijn verhandelbare privacy.
Jonge vrouwen lijken enerzijds de hele dag door aan publieke zelfonthulling te doen – van babbelvriendinnenpodcasts over mentaal welzijn tot opnames voor de badkamerspiegel. Tegelijkertijd wordt hun tanende mentale gezondheid voortdurend zorgelijk aangekaart. Het mogelijke verband tussen deze twee zaken laat zich raden: iemands zelfbeeld kan omlaag gaan, als je jezelf op sociale media steeds vergelijkt met anderen.
The Book of Revelations schiet als systematische analyse tekort, daarvoor is het geheel te willekeurig. Maar als persoonlijke verkenning van een fascinerend thema opent het deuren naar het onderzoeken van je eigen relatie tot geheimen en die van je oma, moeder of dochter. Bij mij kwam ook de vraag op naar de functie en waarde van het geheim. Als kind heb je een zeker recht op geheimen, meen ik. De (badkamer)deur die op een dag dichtgaat bij de tiener is onderdeel van een gezonde ontwikkeling van een eigen ik. Een levensfase waarbij het hebben van een geheim (innerlijk) leven onderdeel uitmaakt van je vrijheid en autonomie.
Een dochter kan ook overmatig belast worden met de geheimen van een moeder. Maar een kind heeft er altijd last van als écht belangrijke zaken of gevoelens verzwegen blijven, blijkt uit Nicolsons boek.
Vooruit, nog eentje dan, om af te sluiten. Na de dood van mijn moeder stuitte ik tijdens het opruimen op een sierlijk uitgevoerd dagboek. Ik wist niet dat ze een dagboek bijhield. Het voelde intiem (té?) om in haar handschrift de spaarzame korte notities van haar laatste maanden te zien. Op een bladzijde zag ik ineens mijn naam staan. Ze schreef in telegramstijl dat mijn dochter en ik die dag waren langs geweest in het verzorgingstehuis. Dat had ze fijn gevonden. Het stond daar zomaar, toevertrouwd aan haar dagboek. Dat lijkt geen ‘groot’ geheim, maar ze had het nooit hardop gezegd, en de woorden waren niet voor mijn ogen bedoeld. Nu had iets van haar innerlijke leven me toch bereikt.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC