Home

Wilfried de Jong presenteert zijn eerste roman: ‘Ik word met een hilarische roast weggezet als zijn aandachtsgeile muze’

Boekpresentatie Wilfried de Jong presenteert in Kantine Walhalla in Rotterdam zijn eerste roman ‘Mist’. Bij de boekpresentatie treedt hij kort op met Cok van Vuuren op gitaar. „Cok en ik spelen best lekker. Mijn vingers glijden zelfs losjes naar het hoogste register op de G-snaar.”

Wilfried de Jong krijgt tijdens de presentatie van zijn roman 'Mist' een toespraak en een kus op zijn voorhoofd van goede vriend en fotograaf Stephan Vanfleteren.

Donderdag 15 januariLunch met vier gangen

De sommelier van toprestaurant Il Gattopardo op Katendrecht staat met een fles witte wijn aan onze tafel. Hij wacht tot ons gesprek stokt en draait dan pas het etiket onze kant op. Mijn redacteur Harminke Medendorp en uitgever Sladjana Labovic luisteren. „Kristalkleurige wijn, niet te hoog in de zuren, groene appel, witte bloemen, mineralen. Heb ik zelf opgehaald, in de buurt van Napels. Het komt van Tenuta Irpinia Falanghina.’

We krijgen een scheutje. Onze neuzen verdwijnen in de wijnglazen en we proeven.

„Hij is heerlijk”, zeg ik.

Nog nooit heb ik een wijn geweigerd. Ik heb een fors, krom reukorgaan dat het verschil tussen wijnen niet goed kan beoordelen. De sommelier schenkt de glazen vol: „Voordat ik de eigenaar spreek, loop ik zelf altijd eerst naar de wijngaard. Even kijken of de ranken er netjes bij staan.”

Harminke en Sladjana krijgen deze lunch met vier gangen vanwege hun harde werk rond mijn eerste roman Mist. Sladjana pakt twee enveloppen uit haar tas. Het boek komt net van de drukker en is zorgvuldig verpakt in bubbeltjesplastic. Ik aai ik over de buik, de rug en de achterkant. Hardcover, een gedurfde foto van Stephan Vanfleteren op het omslag, off-white papier binnen. Zo geef je een boek uit.

Het eten landt vanuit de Siciliaanse hemel op ons bord. En zo smaakt het ook.

Zondag 18 januariStilte voor de mediastorm

Stilte voor de mediastorm. Ik kan nu nog even op de racefiets stappen en een rondje Rotte rijden. Ter hoogte van de roeibaan scheur ik op mijn stalen Pegoretti langs een elektrisch aangedreven sukkel.

Na het douchen ga ik naar mijn werkkamer. Tussen wanden vol boeken en elpees pak ik mijn contrabas. Bij de boekpresentatie morgenavond ga ik kort optreden met Cok van Vuuren op elektrische gitaar.

Ik zet een heruitgave van jazzpianist Bill Evans op, Live at Kongsberg, Norway 1973. Virtuoos Eddie Gomez speelt contrabas in het trio. Ik probeer mee te spelen op ‘Come rain or come shine’. Sinds mijn zestiende verslingerd aan het lage geluid uit de klankkast dat zo lekker zoemt tegen mijn buik. Het indrukken van de dikke snaren is pure topsport.

Morgen moeten mijn vingers soepel zijn.

Wilfried de Jong wacht op de metro met de skyline van Rotterdam als decor.

Maandag 19 januariAandachtsgeile muze

Op Katendrecht is Kantine Walhalla volgestroomd. Op de toneelvloer staan een net aangeschafte waterkoker en een gammel stoomstrijkijzer. In de hoek blaast een rookmachine. Ik wilde zo veel mogelijk mist in de zaal.

Het publiek kijkt door de glazen pui uit over de Wilhelminapier. Vroeger was Hotel New York daar het hoogste gebouw, nu staan de wolkenkrabbers in het gelid. Eind jaren tachtig woonde en werkte ik in het vooroorlogse Oude Noorden. In die tijd werd er nog gemopperd op hoogbouw. Een PvdA-wethouder van stadhuisvesting noemde de Shelltoren aan het Hofplein „de erectie van het grootkapitaal”. Nu pronkt de gemeente met de viriele, architectonische uitspattingen.

Als jongen reed ik met mijn vader soms mee naar zijn diepvriesgroothandel aan de Coolhaven. Door de voorruit zag ik hoe het centrum in razend tempo veranderde. Overal kranen, betonmolens, ritmisch gedreun van heimachines. Daar komt mijn liefde voor grote steden, abstracte kunst en moderne jazz vandaan, vermoed ik.

Cok en ik spelen best lekker. Mijn vingers glijden zelfs losjes naar het hoogste register op de G-snaar. Daarna krijgt Sladjana het eerste exemplaar. Ze windt de zaal om haar vinger. Mijn boezemvriend en fotograaf Stephan Vanfleteren neemt de microfoon over. Ik word met een hilarische roast weggezet als zijn aandachtsgeile muze.

We omhelzen elkaar langdurig.

Wilfried de Jong arriveert bij theater Kantine Walhalla waar de boekpresentatie van zijn roman ‘Mist’ plaatsvindt.

Wilfried de Jong signeert zijn roman ‘Mist’ in Theater Kantine Walhalla.

Boekhandel Donner heeft beneden stapels boeken klaarstaan. Mijn rechterpols maakt overuren tijdens het signeren. Na sluitingstijd schuift het Walhalla-personeel tafels tegen elkaar voor mijn vrouw Anneloek en mijn twee kinderen, vrienden en collega’s. Laatste ronde.

Martin van Waardenberg zit tegenover me. We halen verhalen op uit onze theatertijd. Hoe we na een voorstelling in Maastricht terugreden in een dikke mist. Martin: „Iedereen reed heel voorzichtig op de rechterbaan. Kon ik lekker op de linker scheuren. Met een uur en kwartier waren we thuis.”

Dinsdag 20 januariHouten kop

Als ik met een houten kop uit bed stap, lees ik op mijn telefoon dat Willem de Wielrenner (78) is overleden. Een legendarische kerel. Zijn echte naam was Willem Koopman. Nadat hij in 1967 Nederlands kampioen op de baan werd, raakte hij verslingerd aan de dope. Willem waakte over Rotterdam. Op skates of racefiets raasde hij over straat en naar eigen zeggen ’s nachts via ondergrondse tunnels naar Oostende. Hij sliep buiten in de bosjes tegen een stadsverwarmingsbuis.

Ik vroeg hem ooit hoe hard hij reed. Hij was even stil en riep toen keihard: „Tak! Tak! Is dat snel?”

Woensdag 21 januariInterview met de koning

Omdat ik al decennia hetzelfde lichaamsgewicht heb, kan ik als ‘pakkenman’ mijn oude kostuums nog aan. Hoeveel hangen er aan de verchroomde stang? Misschien wel vijftig.

Vanavond ben ik op televisie bij Tijd voor MAX. Ik kies een pak van Dries van Noten: chocoladebruin met een mosterdkleurige turtleneck eronder.

Nadat mijn kale hoofd met poeder is ontspiegeld ga ik in de studio zitten. Vlak voor aanvang zie ik een vlek op mijn manchet. Alsof de mouw in de soep heeft gehangen. Er zit niets anders op dan de plek onder de tafel te lijf te gaan met een beetje spuug uit eigen keuken.

Live beginnen ze even over mijn interview met de koning, bijna tien jaar geleden. Of ik hem daarna nog wel eens ontmoet heb. „Ja, twee weken na de uitzending, bij hem thuis op de bank in de … ehhh…Adelaarshorst.”

„De Eikenhorst”, verbetert presentatrice Martine van Os. De Adelaarshorst is het voetbalstadion van Go Ahead Eagles, bedenk ik me.

Had nog best willen vertellen dat ik als zoetekauw – heb ik van mijn moeder – bij de koning alle pralines uit een schaaltje op at en niets voor hem overliet.

Een halfuur later praat ik over de hoofdfiguur uit mijn roman. De man gaat na een leven op de begane grond op 150 hoog in een wolkenkrabber wonen. Voor het uitzicht, maar ja: het mist. Hij blijft binnen en ontmoet allerlei mensen in hun appartementen.

Achteraf hoor ik niemand over mijn vlek.

Net als ik Rotterdam binnenrijd, belt Sladjana. „Ik heb gekeken. Ging goed. Maar ik heb nog iets mooiers: je gaat één dag na verschijning naar een tweede druk.”

Ik geef een harde ram op de claxon.

Het boek ‘Mist’ van Wilfried de Jong.

Source: NRC

Previous

Next