Home

Kunstroof uit Zilvermuseum Doesburg: ‘Twintig jaar verzamelen, je verdiepen in zilver, mosterd, mosterdpotjes. En dat is in een paar minuten voorbij’

Kunstroof Een jaar nadat een gouden helm uit het Drents Museum werd gestolen, heeft er nu een kunstroof in het Zilvermuseum plaatsgevonden. Zijn musea wel goed beveiligd? „Heb je te weinig budget voor beveiliging, dan moet je geen kostbare tentoonstelling organiseren.”

Het Zilvermuseum in de Martinikerk te Doesburg ligt vol glas na de inbraak.FOTO ERIC BRINKHORST

Overal liggen glasscherven. Het Zilvermuseum Doesburg, dat op een verhoging ligt in de Martinikerk, is niet begaanbaar. Maar via een steiger die er speciaal voor nieuwsgierige journalisten is neergezet, valt de schade een beetje te zien. Op de grond liggen twee omgevallen glazen die de dieven niet hebben meegenomen. In een van de weinige vitrinekasten die nog heel is, staat keramiek. Verder is er vooral veel zilver buitgemaakt in de nacht van dinsdag op woensdag.

„Toen ik van de inbraak hoorde, hoopte ik dat ze dat zouden hebben gestolen”, conservator Martin de Kleijn wijst naar de vitrinekast met zilveren souvenirs die bezoekers kunnen kopen. Maar helaas hadden de dieven, op camerabeelden zouden er twee te zien zijn, het gemunt op zijn collectie zilver, met onder meer veel mosterdpotjes. Doesburg staat bekend om zijn mosterd.

De Kleijn verzamelde altijd al zilveren antieke voorwerpen en richtte zich nadat hij in Doesburg kwam wonen op zilveren mosterdpotjes. Vijf jaar geleden is het museum geopend, „zodat andere mensen er ook van kunnen genieten”. De kerk trekt zo’n 30.000 bezoekers per jaar, zo’n 2.000 daarvan gaan ook naar het museum.

Zombie

In eerste instantie was hij dan ook vrij aangeslagen. Hij reageerde „als een zombie”, zegt hij in de Martinikerk. „En dan daalt het langzaam in. Twintig jaar verzamelen, je verdiepen in zilver, mosterd, mosterdpotjes. En dat is in een paar minuten voorbij.” Maar, zegt hij: „Mij krijgen ze niet klein. We gaan door. Op welke manier dan ook. Je moet nooit opzij gaan voor dit grove geweld en mensen zonder geweten.”

Wat er precies weg is, weet De Kleijn niet. Hij heeft het museum nog niet mogen betreden, de politie is nog niet klaar met het onderzoek. De dieven zijn binnengekomen via een houten deur die naar de kerktoren leidt. Die is geforceerd, net als de deur erna en vervolgens zijn twee alarmen en camera’s kapotgemaakt.

De beveiliging van musea ligt uitermate gevoelig. Wie je er ook naar vraagt – de museumvereniging, museumdirecteuren, handelaren, beveiligingsexperts – bijna iedereen doet er het zwijgen toe. „Je wil geen boeven op ideeën brengen”, zegt de directeur van een klein museum, die niet wil dat zijn museum in de krant komt, „want dan vestigt u de aandacht op het feit dat we een interessante collectie hebben.” Een zilverspecialist wil alleen op achtergrondbasis praten, „omdat mensen anders mijn naam gaan googelen om te kijken waar ik woon, in de veronderstelling dat ik thuis een mooie collectie heb.”

„Als het over de beveiliging van musea gaat schiet iedereen in een kramp”, zegt Ton Cremers, die de afgelopen veertig jaar 450 musea in binnen- en buitenland adviseerde over hun beveiliging. In 2013 waarschuwde hij al bij Eén vandaag dat de beveiliging van Nederlandse musea een jaar na de veelbesproken schilderijenroof uit de Kunsthal in Rotterdam, weinig verbeterd was. Die roof „zou een wake-upcall moeten zijn”, zei hij, „maar ik houd mijn hart vast”.

Op de vraag hoe het er nu voorstaat, zegt Cremers: „Niet veel beter. Dat heeft onder meer met prioriteitsstelling te maken. Ik hoor nog té vaak museumdirecteuren verzuchten: beveiliging is zó duur, we hebben daar onvoldoende budget voor. Ik antwoord dan dat ze schuld bekennen. Zeker bij kostbare tentoonstellingen moet je beveiliging optimaal zijn. Heb je te weinig budget voor beveiliging, dan moet je geen kostbare tentoonstelling organiseren. Anders neem je een risico.”

Ernst Boesveld, voorzitter van de stichting van het Zilvermuseum, laat foto’s van gestolen items zien

Te veel struikgewas

Renate van Leijen, specialist Veilig erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, probeert musea via studiedagen bewuster te maken van de risico’s van onder meer diefstal. Kijk eens door de ogen van de dief, raadt ze musea aan. Loop een ronde door én om het gebouw. Is het terrein goed verlicht? Is er niet te veel struikgewas? Moeten we die paar topstukken ’s nachts niet in de kluis zetten? Hou bouw je vertragingsschillen in bij een inbraak? „Dat kost veel tijd en geld”, zegt ze. „Maar liever dát dan uit bed gebeld worden.”

Van Leijen vermoedt dat het de dieven in Doesburg – maar ook die van de gouden helm van het Nationaal Historisch Museum in Roemenië, die vorig jaar uit het Drents museum werd gestolen – was te doen om de hoge prijs voor edelmetalen. „Want ze gaan die stukken vast niet thuis opstellen in de vitrine.” 

Volgens Cremers leunen musea te veel op de indemniteitsregeling, een garantieregeling waarbij de Nederlandse staat een deel van het risico van een belangrijke bruikleen op zich neemt, zoals bij het Drents museum. Dat werkt in de hand dat verzekeraars onvoldoende eisen stellen aan de beveiliging van musea, zegt hij, omdat de overheid toch wel over de brug komt. „Met zo’n regeling schiet je jezelf in de voet.”

Conservator Martin de Kleijn

Zilver en tabak

Het Zilvermuseum Doesburg is verzekerd, het is niet bekend hoeveel de collectie waard is. Ernst Boesveld, voorzitter van de stichting van het Zilvermuseum, noemt de roof een drama maar hoopt dat er ook iets nieuws uit kan ontstaan. „Hoe mooi zou het zijn als mensen die hiervan horen en thuis nog een zilveren mosterdpotje hebben staan, dat beschikbaar willen stellen. Dat zou geweldig zijn.”

Want hij weet het zeker: „We willen het museum graag voortzetten.” Het bestuur komt vrijdag samen om te kijken wat er komende tijd mogelijk is. „Kunnen we überhaupt open met de hoeveelheid die we nog hebben? Of moeten we zeggen: eerst maar een tijd dicht.”

In april zou een nieuwe tentoonstelling over zilver en tabak opengaan. De Kleijn heeft nog wel een collectie, maar het is de vraag of dat genoeg is om een heel museum mee te vullen. „Wat je in twintig jaar verzamelt, kun je niet in een paar dagen of paar maanden weer bij elkaar krijgen”, zegt hij.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next