is oud-politicus, adviseur en podcastmaker.
Toen een pedoseksuele zwemleraar in Leiden kwam wonen, waren de rapen gaar. Bezorgde en soms ook woedende ouders van jonge kinderen stonden voor het huis van de man. Als vader van toen nog drie jonge dochters kon ik me daar alles bij voorstellen. Voor een man die aan kinderen zit, kennen we weinig genade. We zijn in staat ons een weg te banen door demonstrerende buurtgenoten heen en vooraan te gaan staan. Met een steen in de hand om die op een goed moment als eerste te gooien.
Er zijn jaarlijks – naar schatting van het Openbaar Ministerie – zo’n twintigduizend Nederlandse mannen die het risico op woedende buurtgenoten en stenen door de ramen niet willen lopen. Die kruipen op een zolderkamertje achter hun computer en vinden daar een weg naar gruwelijk onrecht, op bijvoorbeeld de Filipijnen. Ze boeken een ticket, een hotelkamer en een kind. Het misbruik vindt dan niet meer bij ons om de hoek plaats, maar als we erover lezen schudden we uiteraard vol onbegrip ons hoofd. En zeggen we tegen elkaar: als we zo iemand in een donker steegje tegenkomen, staan we niet voor onszelf in.
Voor andere mannen is een reis naar de Filipijnen te veel gedoe. Te duur ook. Ook zij kruipen op hun zolderkamertje achter hun computer, maar zoeken dan een livestream op. Voor een paar tientjes kunnen ze vanuit hun vinexwijk hun wensen laten botvieren op een Filipijns kind. En dat zijn er veel meer dan die enkele zwemleraar en die twintigduizend pedoseksuelen die naar de Filipijnen afreizen.
Uit een onderzoek van de Universiteit van Nottingham en International Justice Mission (IJM) blijkt dat 1 op de 100 Filipijnse kinderen er slachtoffer van is. Jaarlijks. Dat zijn alleen al op de Filipijnen bijna 500 duizend kinderen die voor een webcam gedwongen worden tot de meest vernederende en pijnlijke handelingen. En als we zoiets lezen, vinden we dat erg. Heel erg.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Deze week was ik in Amsterdam bij de première van de documentaire Streaming Hell. Programmamaker Rachel Rosier en officier van Justitie Linda van den Oever lieten zien hoe een huis met nog hele jonge kinderen wordt binnengevallen door de politie. Twee daders gingen in de boeien. De kleine kinderen werden in veiligheid gebracht, maar een jongetje liet nog even op zich wachten, omdat hij eerst zijn broek nog aan moest doen.
Rosier en Van den Oever lieten ook zien hoe wordt samengewerkt met de Filipijnse justitie en juristen van IJM, waardoor ook een Nederlandse dader van dit hemeltergende onrecht veroordeeld kon worden. Tot 24 maanden. En we vinden die straf aan de lage kant.
Dit voorjaar sprak ik in de Verenigde Staten met een vertegenwoordiger van de Amerikaanse techbedrijven die dit digitale kindermisbruik mede mogelijk maken. Hij vertelde over hun inspanningen om deze ellende te bestrijden. Ik zei hem dat er software is die het misbruik van kinderen via deze livestreams kan detecteren en blokkeren. Die zou het businessmodel van dit kwaad stukmaken. En natuurlijk wist hij dat al lang.
Maar toen ik hem vroeg wat er zou gebeuren als de Europese Unie het gebruik van deze software wettelijk zou afdwingen, zei hij: ‘Then all hell breaks loose.’ Nieuwe regulering van Amerikaanse techbedrijven zou tot een nieuwe harde confrontatie tussen Europa en de VS leiden. Toen JD Vance vorig jaar in München heel vroom de vrijheid van meningsuiting verdedigde, ging het onder andere hierover. En een beetje fatsoenlijk mens spreekt daar natuurlijk schande van.
En toch. Zo’n 30 procent van het wereldwijde digitale kindermisbruik wordt door Nederlandse servers gehost. En we doen er niets aan. We verdienen er geld aan. Toen Europa met wetgeving kwam om digitaal kindermisbruik tegen te gaan, was Nederland veel bezorgder over onze eigen privacy dan over het misbruik van Filipijnse kinderen. Zelfs toen andere tegenstribbelende landen onlangs na aanpassing van de wet vóór stemden, bleef Nederland in Brussel zich tegen de wet verzetten.
Als we weten waar een pedoseksueel woont, zijn we bereid om als eerste een steen te gooien. Maar als de strijd tegen kindermisbruik op de Filipijnen onszelf een klein beetje geld of privacy dreigt te kosten, blijkt dat we het gewoon niet erg genoeg vinden. Shame on us.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns