Nee, Adriaan van Dis probeert in Alles voor de reis niet zijn gram te halen over de geheime relatie waarbij altijd rekening moest worden gehouden met De Ander. Heel zachtjes zet hij een punt achter het verhaal dat hij met zijn geliefde heeft geschreven.
is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.
Twee rouwadvertenties, onder elkaar in NRC, voor dezelfde vrouw. Maar: met verschillende mannen als afzenders.
‘Wederzijds onverdeelde grote liefde’, schrijft de een. De ander citeert Gorter, Zie ik hou van je.
Een opzienbarend beeld, pijnlijk ook. Hoe zít dit, was mijn eerste, sensationele gedachte. En ook: waarom doen alle betrokkenen zichzelf dit aan?
Waarom doe je jezelf dit aan, het werd steevast aan Adriaan van Dis (1946) gevraagd als het gesprek kwam op regisseur en televisieproducent Ellen Jens (1940-2023), zijn levenspartner. Ruim 38 jaar duurde hun verhouding, een relatie waarin afwijzing zat besloten – Van Dis moest haar delen.
Met De Ander, zoals hij hem in de autobiografische roman Alles voor de reis noemt. Van Dis pikte het, ‘gelukkig met elke kruimel’.
De bijrol, meer gunde hij zichzelf niet. Tot aan haar sterfbed. Daar klinken enkel de verhalen waarin hij en zij, in deze sleutelroman Eefje gedoopt, de dienst uitmaken. Matrasreizen noemt Van Dis het, ‘dwars door de tijd heen, associërend de wereld groter maken dan het hospice. Gekleefd aan een bed waaraan we niet konden ontsnappen’.
Senegal, Parijs, Zuid-Afrika. Haar buitenhuisje, aan de rand van het duin. In hun spel, waarin Eefje niet aan haar naderende dood hoeft te denken, doen ze in gedachten de plekken aan waar hun liefde er mocht zijn, waar hand in hand lopen kon, waar Van Dis haar aan de buitenwereld als zijn vrouw kon voorstellen. Eefje produceert zijn boekenprogramma, samen bezoeken ze schrijvers die in aanmerking komen voor een interview.
In haar werk opereert Eefje in de marge; ‘ze maakte zich klein om een ander groot te maken’. Hoe anders is ze in haar relaties. Van Dis wordt geregisseerd, vooral in wat hij niet mag. De Ander moet ontzien worden, wordt in de waan gelaten de enige te zijn.
Lees ook
Ons interview met Adriaan van Dis over zijn nieuwste boek: Nooit sprak of schreef Adriaan van Dis over zijn geliefde, met wie hij 38 jaar een verhouding had – tot nu
Uitgegumd, dat woord gebruikt Van Dis voor de momenten waarop hij zich inschikkelijk moet tonen. Als Eefje de telefoon in zijn bijzijn opneemt, zegt ze dat ze alleen is. In de studio wordt ze opgehaald door de Ander, ze gaan vrolijk babbelend samen de stad in. Van Dis fietst in zijn eentje naar huis. Het zijn de keren waarop dit alles een platte, klassieke affaire lijkt.
Weer zo’n vraag: is hun liefde wel echt, als die dreiging van de Ander altijd zo nabij is, als je leeft van spaarzaam moment naar spaarzaam moment? Als de knoop waarin je je begeeft maar niet wordt doorgehakt, maar juist alsmaar strakker lijkt te worden aangetrokken?
In Alles voor de reis laat Van Dis overtuigend zien van wel. Wat geeft hij een kraakhelder, teder antwoord op al die vooringenomen vragen. Tussen hem en Eefje is alles volkomen waarachtig – ik geloof niet dat het anders zou zijn gelukt een tekst te schrijven die zo zuiver aanvoelt, speels haast.
Dit is geen stekelig relaas over het zijn van ‘de andere man’. Dit is geen Mijn beter ik van Renate Rubinstein, er hoeft geen verantwoording te worden afgelegd of iets te worden bewezen. Van Dis wil zijn gram niet halen; zijn geliefde in al haar gelaagdheid en grilligheid neerzetten, dat lijkt het doel. Heel zachtjes zet hij een punt achter het verhaal dat hij en Eefje samen hebben geschreven – hun gedeelde waarheid.
‘Eerlijkheid maakt dingen kapot. Laten we lekker geheimzinnig voor elkaar blijven’, zegt hij tegen haar. Alles voor de reis is een verhaal over het bestaan van verschillende versies, over elkaar nooit helemaal kunnen kennen. Over dat dat misschien ook niet uitmaakt. Van Dis heeft zijn Eefje, de Ander de zijne. Klassiek Van Disserig, hoe hij zijn ‘liefje’ weer bij elkaar puzzelt door verhalen op te dissen.
Ook hier toont hij zich vooral een verteller, zo zittend op de rand van haar bed in het hospice, ze proosten stiekem met wijn, voor de strenge verpleging verborgen in theekopjes. Hij kleurt haar in, de donkere tinten van haar studententijd, het licht dat volgde toen ze leerde haar eigen pad te bewandelen. Smoorverliefd, nog altijd, Van Dis’ taal verraadt dat: zijn zinnen zijn kort, opgewekt, lief ondeugend.
Goed – helemaal verheven boven de complexiteit van deze driehoeksrelatie is Van Dis natuurlijk niet, de vrolijkheid heeft een randje. Hij is net zo min een boeddha als dit boek een hagiografie is. Niet van Eefje, die leugengoochelaar die hem verbiedt scheetjes te laten, met altijd die lichte spot in haar ogen, maar ook niet van Van Dis zelf.
Voor moralisten biedt deze tekst tussen de regels door genoeg voer voor speculatie; dat hij het bijvoorbeeld nodig vond te benoemen nét iets meer van Eefjes as te bezitten dan zijn concurrent, heeft dat niet iets zelfgenoegzaams?
Of dat ijdele moment waarop zij laat vallen heus wel te weten dat híj het best bij haar past, niet De Ander. Het is nu eenmaal te laat om echt voor Van Dis te kiezen.
Kleine, smakeloze steekjes onder water? Ik vind van niet. Het is oprechtheid.
Van Dis heeft die bittere kant van zijn relatie met Eefje, en de onvermijdelijke jaloezie die deze verhouding met zich meebracht, het eindeloze concurreren, niet willen wegsnijden. En wat dat doet met iemand, wanneer je in de val loopt van het wensdenken dat nu eenmaal hoort bij zo’n affaire. Die zelfgecreëerde waarheid waarin je haar enige échte geliefde bent, waarin alles anders was gelopen als, als, als…
We weten het niet. Het doet er bij het lezen van Alles voor de reis ook niet toe. ‘Alles is waar, behalve wat ik heb verzonnen’, schrijft Van Dis in zijn nawoord. Ach – als hier dan wordt gelogen, dan gebeurt het in deze roman tenminste elegant.
Adriaan van Dis: Alles voor de reis. Atlas Contact; 208 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant