Home

Jan Toorop, kunsticoon rond 1900, is ‘witgewassen in de Nederlandse kunstgeschiedenis’

Kunstgeschiedenis Beroemd was de schilder Jan Toorop altijd al, maar werd hij ook echt begrepen? Nee, stelt nu het Singer Laren, en presenteert hem voor het eerst expliciet als ‘kunstenaar van kleur’. „Pas door zijn herkomst te kennen kan je zijn werk echt goed begrijpen.”

Willem Witsen, Jan Toorop in het atelier van Willem Witsen, 1892.

Een „koloniaal migrant”, een „man van kleur”, een kunstenaar voor wie zijn Javaanse identiteit van cruciaal belang was, maar wiens biografie in het naoorlogse Nederland is „witgewassen”.

Verrassend politiek-actuele begrippen klinken er, bij de nieuwe grote overzichtstentoonstelling van Jan Toorop in museum Singer Laren. Maar, zegt Suzanne Veldink, museumconservator en samensteller van de expositie De werelden van Jan Toorop, dankzij deze nieuwe blik op de schilder Toorop is zijn werk eindelijk beter te begrijpen.

Erkenning, zegt ze, heeft Jan Toorop (1858-1928) in Nederland heus altijd gehad. Als de „grootste der moderne Hollanders” werd hij in 1913 beschreven, bij zijn begrafenis in Den Haag liepen de straten vol met bewonderaars. In de kunstgeschiedenisboeken van de 20ste eeuw kreeg hij een vaste plek tussen Vincent van Gogh en Piet Mondriaan in, als een cruciale schakel in de Nederlandse moderne schilderkunst.

Maar toch bleef hij ook altijd wat onduidelijk, zegt Veldink: te veel verschillende stijlen probeerde hij uit, impressionisme, symbolisme, religieuze kunst; moeilijk in een hokje te plaatsen was zijn werk, dat wellicht daarom nu ook minder aandacht krijgt dan Van Gogh of Mondriaan. Maar alles valt op zijn plek als zijn ‘kosmopolitische’ herkomst als een rode draad door dat oeuvre wordt gezien, vindt Veldink.

Jan Toorop, ‘O Grave, where is thy Victory?’, 1892.

Voor het eerst na de oorlog gaat een tentoonstelling over Toorop daarom expliciet in op de complexe herkomst van de schilder, wiens vader een Indische, Noorse en Nederlandse achtergrond had, zijn moeder Chinese en Brits-Indische. De familie leefde al meer dan honderd jaar in de Nederlandse koloniën, toen de jonge Jan in 1869 door zijn ouders naar Nederland werd gestuurd om daar naar school te gaan.

‘Jan Toorop is witgewassen’: dat is een flinke stelling. Wat bedoelt u er precies mee?

„In zijn eigen tijd speelde zijn achtergrond als Indo-Europeaan, zoals dat toen heette, altijd mee in recensies en kunstbeschouwingen. In 1941 veranderde dat, zijn Javaanse achtergrond werd in een grote expositie in Den Haag voor het eerst niet meer genoemd. In de decennia na de oorlog verdween het thema zelfs compleet. Hij werd ineens als een witte Nederlandse kunstenaar beschouwd.”

Waardoor kwam die omslag?

„Ik denk dat dat te maken had met het verlies van Indonesië als kolonie, het was de periode rond de onafhankelijkheidstrijd. De lijnen werden doorgeknipt, en in Nederland wilde men de Javaanse achtergrond van Toorop liever vergeten. De nationale trots op Toorop bleef bestaan, maar een Javaanse achtergrond kon hij niet meer hebben. We zouden dat nu framen noemen.”

Tijdgenoten benoemden het wel, zegt u. Waar zie je de invloed van de herkomst het beste?

„Je ziet het al in de vroege zelfportretten, waar hij zich met batik heeft omringd. Maar je ziet het vooral in zijn symbolistische periode in de jaren 1890: door het lijnenwerk dat uit de batik komt, door het gebruik van wajangpoppen, door de kleuren. Over zijn werk De nieuwe generatie uit 1892, met daarin felgroen naast felroze, zei Toorop zelf dat het ‘Chinese kleuren’ waren.”

Jan Toorop, De nieuwe generatie, 1892.

Kan dit niet-benoemen van herkomst na 1941 ook een minder beladen oorzaak hebben: herkomst was in de naoorlogse kunst nu eenmaal minder van belang dan vorm.

„Nee, dit ging verder dan alleen een afnemende interesse in dat thema. Jan Toorop werd gezien als een wegbereider van het modernisme in Nederland, als een voorloper van Mondriaan – en het modernisme werd gezien als een Europese uitvinding. Toorop werd ‘Hollands’ gemaakt, en daarmee moesten de Indonesische, Javaanse en Chinese invloeden worden weggedacht.”

Nu is het thema herkomst juist overal. Hoe kwam u er zelf op?

„In mijn studie rond 2000 kreeg ik veel over Toorop te horen, maar helemaal niets over zijn achtergrond, terwijl ik het zo evident vond. Zijn beeldtaal en heldere kleuren zijn zó anders dan in die tijd in Nederland werden gebruikt, zie de donkere kleuren bij Breitner. Nog in 2016 was er een grote overzichtstentoonstelling in het Kunstmuseum Den Haag, en daar ontbrak het thema ook. Dus toen het Singer Laren mij anderhalf jaar geleden vroeg, wist ik: hier moet het over gaan.”

Welke rol speelde zijn achtergrond in zijn eigen tijd: positief of negatief?

„Beide. Ik denk dat hij zichzelf altijd ‘de ander’ heeft gevoeld. Hij was voor Indonesische begrippen heel lang, en voor Nederlandse heel donker, met zijn blauwzwarte baard en haar. Hij viel op, men onthield hem. Er ging daardoor een grote aantrekkingskracht van hem uit, en hij gebruikte dat ook: hij was een geweldig netwerker.

„Maar er was ook de negatieve kant: Toorop werd door zijn Javaanse afkomst soms ook als een ‘inferieure Nederlander’ gezien, zoals ook in recensies te lezen is. Schrijver Frederik van Eeden had het bijvoorbeeld over het ‘rasverschil’ dat uit de schilderijen zou blijken. Een ander noemde het schilderij De nieuwe generatie een ‘monster van kleur’.”

Jan Toorop, Zelfportret in het atelier met Javaanse gewaden, 1880

In feite stelt u: Toorop laat zien dat de geschiedenis van de moderne kunst anders moet worden gezien.

„Ja. Toorop heeft met zijn ‘Chinese’ kleurgebruik tijdgenoten aanwijsbaar beïnvloed, zoals Floris Verster en Piet Mondriaan. We willen laten zien dat we anders naar de eigen kunstenaars kunnen kijken, niet meer óf Nederlands óf Indonesisch, maar dat het allemaal vermengd kan zijn in dezelfde persoon.”

Kan deze nieuwe ‘kosmopolitische’ invalshoek ook zijn internationale status veranderen?

„Dat gebeurt nu al. De National Gallery in Londen heeft een symbolistisch werk in bruikleen, de Alte Nationalgalerie in Berlijn heeft er een aangekocht. Daar vinden ze hem niet zozeer interessant omdat hij Nederlandse kunstenaar is, maar omdat hij de ‘Aziatische stem’ in de Europese kunst laat zien. Ja, dat is ook framing, maar wel meer in lijn met hoe het echt is.”

Jan Toorop was de vader van schilder Charley Toorop: zouden we ook haar werk anders moeten bekijken?

„Charley Toorop heeft zich juist altijd gedistantieerd van Indonesië. Misschien dat ze dacht: ik ben ook al vrouwelijk kunstenaar, laat dat Nederlands-Indië maar. In onze tijd is dat weer anders: in de expositie hebben we een bijdrage van Eva Toorop, familie van beide schilders. Zij is een jonge theatermaker, die juist een podcast heeft gemaakt over haar zoektocht naar de wortels van haar familie.”

De werelden van Jan Toorop. Singer Laren, t/m 10 mei.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next