Huishoudens hebben dit jaar iets minder te besteden dan eerder werd verwacht, zo blijkt uit berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Dat is vooral het gevolg van een afgezwakte loonstijging.
De koopkracht komt uit op 0,9 procent, terwijl op Prinsjesdag nog sprake was van een plus van 1,3 procent. "Dat betekent dat we gemiddeld zo'n vier tientjes per maand meer kunnen besteden", zegt Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen.
De loonstijging werd eerder geschat op zo'n 4,2 procent, maar lijkt dit jaar lager uit te vallen. De voorspelling is nu dat de loonstijging uitkomt op 3,7 procent. Tegelijkertijd verwacht het Centraal Planbureau (CPB) dit jaar een inflatie van 3,2 procent.
Uit cijfers van werkgeversvereniging AWVN blijkt dat de loonstijging vorig jaar uitkwam op 3,8 procent. Er is sprake van een langzaam dalende trend ten opzichte van de jaren daarvoor. Werkgevers houden vaker de hand op de knip vanwege stijgende kosten en economische onzekerheid.
De koopkracht stijgt nog wel, maar de stijging verschilt per huishouden. De stijging is namelijk mager en houdt geen rekening met onvoorziene uitgaven.
Het Nibud roept huishoudens dan ook op om de inkomsten en uitgaven goed in de gaten te houden. "Het is maar de vraag of de lonen in een bepaalde sector wel net zo hard stijgen als het gemiddelde. Andere mensen kunnen te maken krijgen met een hogere energierekening."
Bovendien is er veel economische en geopolitieke onzekerheid in de wereld en dat kan gevolgen hebben voor de inflatie, meent Gijsbertsen. "Als de prijzen ineens verder stijgen, blijft er weinig meer over van de koopkracht. De marges zijn dun."
Er is één groep voor wie de koopkrachtveranderingen nu wel positiever zijn, namelijk de huishoudens die minder verdienen dan het minimumloon. Zij zien hun koopkracht met 2 procent stijgen.
Het gaat om mensen die laagbetaald werk doen, vaak in deeltijd en met veel onzekerheid. Voor deze groep is de arbeidskorting extra omhooggegaan waardoor zij meer te besteden hebben.
Voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen die met hun fonds of verzekeraar nog onder het oude pensioenstelsel vallen, stijgt de koopkracht dit jaar met gemiddeld 1,1 procent.
Voor AOW'ers met een aanvullend pensioen die sinds 1 januari onder het nieuwe pensioenstelsel vallen, is de kans groot dat hun koopkrachtstijging hoger is, omdat die pensioenfondsen een deel van hun reserves kunnen uitdelen.
"De dekkingsgraad is op het moment gunstig. Dat betekent dat pensioenfondsen meer geld kunnen verdelen, dus daar profiteren deze mensen van", zegt Gijsbertsen.
Zzp'ers merken opnieuw dat de zelfstandigenaftrek verder omlaag is gegaan. Zij hebben niet meer te besteden en in sommige gevallen zal er zelfs sprake zijn van een koopkrachtdaling.
Ook huishoudens die hetzelfde loon blijven ontvangen als in 2025 kunnen te maken krijgen met een daling van hun koopkracht. "Voor deze mensen kunnen onzekere factoren, zoals een strenge winter, extra belastend zijn. Wij raden iedereen aan om de geldzaken voor 2026 goed in kaart te brengen", zegt Gijsbertsen.
Het Nibud adviseert huishoudens dan ook om met berekenjerecht.nl uit te rekenen of zij dit jaar in aanmerking komen voor toeslagen.
Source: Nu.nl economisch