Home

Sarah Arnolds ziet schrijven niet als liegen

Rijzende sterren Het gore lef van Sarah Arnolds verleidde lezers tot iets wat ze anders eigenlijk nooit doen: massaal een verhalenbundel kopen. Zelf leest ze wel het liefst verhalenbundels.

Schrijver Sarah Arnolds

De waarheid leer je bij schrijver Sarah Arnolds misschien wel het best kennen door naar leugens te kijken.

Dat je van liegen moet houden om er een verhalenbundel over te schrijven, bijvoorbeeld, is meteen een leugen. Of een verkeerde aanname, ook al gaat Het gore lef, waarmee Sarah Arnolds afgelopen zomer zeer succesvol debuteerde, inderdaad expliciet over liegen. „Want”, luidde de flaptekst, „een leugen is een geweldige manier om te ontsnappen aan de waarheid – die vaak te pijnlijk is, of te saai. En het is zo makkelijk. Iedereen kan het.”

CV Sarah Arnolds

Naam: Sarah Arnolds

Leeftijd: 33

Beroep: Schrijver

En Sarah Arnolds (1992) kan het wel buitengewoon goed, als we tenminste aannemen dat je fictie schrijven als liegen mag bestempelen.

„Ik weet niet of ik het daarmee eens ben, of liegen en fictie schrijven wel zo in elkaars verlengde liggen”, zegt ze. „Liegen draait om misleiding, terwijl schrijven zeker niet gaat om misleiden – in fictie wil ik juist de waarheid zo dicht mogelijk benaderen. Ik gebruik mijn fictie om hele wezenlijke en ware dingen te laten zien, geen onwaarheden. Ook al is dat wat er staat niet per se werkelijk gebeurd, het moet niet onecht zijn.”

Ze heeft zelf een moeilijke verhouding met liegen. „Ik heb het thema bewust opgezocht, ja, maar wel pas toen bleek dat liegen een grote rol speelt in veel van de verhalen die ik al had geschreven. Het kwam als het ware vanzelf naar de oppervlakte. Niet omdat ik me er comfortabel bij voelde, eerder omdat ik iets beangstigends in liegen zie. Waarom? Omdat je zó gemakkelijk in leugens kunt vervallen.”

Bang dom gevonden te worden

Ga maar na: „Ik herinner me een les aan de kunstacademie, waar ik de schrijfopleiding deed, we hadden een docent die aan de klas vroeg of we iets van David Foster Wallace hadden gelezen. Ik zei meteen: ‘Ja, vrijwel alles.’ Terwijl ik nog geen bladzijde van die man had gelezen – en nog steeds niet, trouwens. Toch vloog dat uit mijn mond, kennelijk dacht ik dat het een goed idee was om dat te zeggen. Ik denk dat ik bang was om dom gevonden te worden, bang dat ik in dat gezelschap anders niet voor vol werd aangezien. Maar ik schaamde me er meteen voor. De docent zei niets, maar moest gevoeld hebben dat ik loog, ik zal haar blik niet snel vergeten.”

Het ene moment is er niets aan de hand, het volgende heb je jezelf vastgelopen in een moeras van onwaarheid. „Daartussenin ligt een groot schemergebied dat heel interessant is, een grensgebied tussen de zekere waarheid en de keiharde leugen. Mijn personages bevinden zich daar. Ze zijn veel bezig met fantaseren, ze gaan creatief om met de feiten, vooral omdat ze niet willen zien wat er zich werkelijk voor hun neus afspeelt. Het grote bedrog, je cv vervalsen of overspel ofzo, komt ook wel voor in mijn boek, maar het gaat toch vooral om de kleine leugentjes en verdraaiingen, die volgens mij nog interessanter zijn. Die zeggen zoveel meer over waar mensen bang voor zijn en hoe ze zichzelf willen verdoezelen.”

Kleine leugenaar, grote leugenaar

De kleine leugenaar ligt Arnolds dan ook beter dan de grote leugenaar. „Ik kan echt niet kijken naar films over oplichters, over mensen die veel en op heel vanzelfsprekende manier liegen. Dat is voor mij pure horror. Uncut Gems bijvoorbeeld, of die film waarin Leonardo DiCaprio een man speelt die doet alsof hij piloot is, Catch Me If You Can – ik kan er niet naar kijken, het zweet breekt me uit, ik krijg er plaatsvervangende schaamte van, of een plaatsvervangend schuldgevoel. De stress die die leugens moeten opleveren! Dat je het karakter kunt hebben om dat te doorstaan, ik vind het ongelooflijk. Want om te liegen heb je veel lef nodig. Daar wijst de titel van mijn bundel misschien ook vooral op: veel van mijn personages ontberen dat lef. Zij voelen wél schuld en schaamte bij hun gelieg. Of ze ontkennen dat ze de waarheid geweld aandoen. Dat is weer dat schemergebied. Ik heb ook wel van lezers gehoord dat ze vinden dat mijn verhalen helemaal niet over liegen gaan. Dat zegt volgens mij veel over hun morele kompas.”

Het gore lef kreeg lovende, paginagrote recensies, belandde op twee longlists en verleidde lezers tot iets wat ze anders eigenlijk nooit doen: massaal een verhalenbundel kopen. Dat je ab-so-luut niet met verhalen moet willen debuteren – zoals in het literaire wereldje wel wordt gedacht, omdat geen lezer je dan zou zien staan – bleek dus ook een leugen.

„Ik houd ontzettend veel van korte verhalen, ik lees zelf het liefst verhalenbundels, dus dit is wat mij betreft ook niet mijn laatste. Ik heb weleens een halfslachtige poging gewaagd om een roman te schrijven, maar ik kwam er toch wel heel snel bij uit dat ik liever een verhalenbundel wilde maken. Vanwege de explosieve kracht, de geconcentreerdheid: inherent aan het genre is dat je veel weglaat. Daarmee kan een kort verhaal genoeg laten zien om het tot leven te laten komen. Zoals je toch ook in de supermarkt achter iemand in de rij kunt staan, zien wat in diens mandje ligt en daar ongelooflijk verdrietig van worden? Dan zie je ook niet meer dan een restje, maar het kan je toch heel dichtbij brengen.”

Sarah Arnolds: Het gore lef. Das Mag, 158 blz. € 23,50

NRC PresenteertDe rijzende sterren van 2026

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next