De film gaat gebukt onder een afmattende symboliek, die regisseur Zhao met monumentale ernst opdient. Maar dankzij dat ene, grootse moment van catharsis aan het eind nemen we de rest graag voor lief.
is chef-kunst van de Volkskrant. Ze schrijft over toneel, film, series en popcultuur.
Hoe beoordeel je een film die je grotendeels tenenkrommend vond, maar waarvan de laatste minuten behoren tot de ontroerendste uit de filmgeschiedenis? Hamnet, de nieuwe film van Chloé Zhao (Nomadland, The Rider) gooit hoge ogen voor de Oscars, maar neigt ernstig naar kitsch. Tot die sublieme slotscènes dus.
Daar stijgt Hamnet op tot iets dat ver verheven is boven acteerprijzen en filmkritiek. In die laatste minuten probeert Zhao iets te zeggen, nee, voelbaar te maken, over het belang van kunst voor de mens. Hoe ze dat doet, en de spectaculaire manier waarop het lukt, creëert een haast transcendente kijkervaring.
Grote woorden, zeker, en die passen moeiteloos bij de torenhoge ambities van Zhao en Maggie O’Farrell, die haar eigen speculatieve historische roman uit 2020 tot filmscript bewerkte.
Daarin borduurt ze voort op de schaarse historische gegevens rond het overlijden van Shakespeares 11-jarige zoon Hamnet in 1596 – een voetnoot in de biografie van zijn vader. Maar natuurlijk is er de naamsgelijkenis met de bekendste tragische held uit diens oeuvre: in het 16de-eeuwse schrift zijn de namen Hamnet en Hamlet inwisselbaar.
Die feiten knoopt O’Farrell op fascinerende wijze aan elkaar. Schreef Shakespeare zijn beroemde tragedie als verwerking van zijn eigen wanhoop, onmacht en schuldgevoel? De passages en scènes waarin privébesognes tot kunst worden verheven zijn de mooiste, in boek én film.
Daartussen echter zoomen de makers in op Shakespeares vrouw Agnes, gespeeld door Jessie Buckley. Of die keuze artistiek interessant is, zal voor een groot deel afhangen van smaak. Bent u geïnteresseerd in een vrouwelijk personage dat ‘dicht bij de natuur leeft’: immer op blote voeten, met gras in haar vlecht, een ernstige, ‘wetende’ blik – en een havik op haar arm?
Deze Agnes bezit een primaire, welhaast dierlijke kennis van planten en geneeskrachtige kruiden. Ze slaapt het liefst buiten, tussen de wortels van een boom, en baart daar ook haar eerste kind, woest schreeuwend tegen de struiken. De dorpelingen vinden haar een heks, maar ze is natuurlijk eigenlijk een Wijze, Sterke Vrouw. De clichés zijn hemeltergend.
Zoals de roman bezwijkt onder de gezwollen taal, gaat de film gebukt onder deze afmattende symboliek, die door Zhao met monumentale ernst wordt opgediend. En dat tegelijk opvallend truttig: ongeremde natuurvrouw of niet, baren doet Agnes zonder bloed.
Ondertussen probeert Zhao maximaal effect te peuren uit de dood van een kind, zozeer dat het woord ‘rouwporno’ zich opdringt. En toch: blijf maar eens onberoerd bij die scène, en bij de voortreffelijke Jacobi Jupe, de 12-jarige Britse kindster die van Hamnet schijnbaar moeiteloos een speels, dapper, grappig en – voor even – springlevend jongetje maakt.
Buckley en Paul Mescal als haar man, her en der al gelauwerd, maken er heus het beste van, maar veel meer dan gekweld zwijgen (Mescal) of woest de rouw uitschreeuwen (Buckley) krijgen ze van Zhao niet te doen.
En toch: daar is die laatste akte, als Shakespeare zijn stuk opvoert in het Londense theater The Globe. Daar wordt zijn verdriet háár verdriet – en dat van het publiek, en dat van de toeschouwer in de bioscoopzaal; allemaal magisch verbonden door de kunst, door dit toneelstuk dat al eeuwen overbrugt, en dat miljoenen mensen wereldwijd heeft geraakt en getroost.
Dat Shakespeare – mogelijk – zijn hoogstpersoonlijke rouw transformeerde tot dit ongeëvenaarde kunstwerk, en hoe dat gegaan zou kunnen zijn, daarin schuilt de bekoring van Hamnet. Voor dat ene, grootse moment van catharsis dat Zhao hiermee oproept, nemen we de rest graag voor lief.
Drama
★★★☆☆
Regie Chloé Zhao
Met Jessie Buckley, Paul Mescal, Emily Watson, Joe Alwyn
126 min., in 93 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant