Home

Weer een staakt-het-vuren in Syrië, gaat het deze keer standhouden?

In Syrië zwijgen de wapens sinds dinsdagavond, maar de weg naar vrede is nog lang. Het wantrouwen tussen de regering van president Sharaa en de Koerden is groot, en aan beide kanten zijn er hardliners die een deal kunnen frustreren.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Is het geweld geluwd in Syrië?
Voorlopig wel. Na de zware gevechten van de voorbije dagen is er sinds dinsdagavond (8 uur lokale tijd) een staakt-het-vuren van kracht tussen de regering van interim-president Ahmad al-Sharaa en de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in het noordoosten. Feitelijk komt het neer op een ultimatum van de regering in Damascus: nu de SDF bijna al zijn grondgebied heeft verloren, heeft men tot zaterdagavond om de wapens volledig neer te leggen. Het is de bedoeling dat strijders daarna integreren in het Syrische leger, waarna de SDF ophoudt te bestaan.

Omgekeerd krijgen de Koerden in zo’n scenario de garantie dat Sharaa’s troepen de overwegend Koerdische steden Hasakeh, Kobani en Qamishli niet zullen binnengaan, noch de omringende dorpen. De hoop is dat sektarisch geweld op die manier uitblijft. Veel Koerden staan doodsangsten uit, met het geweld van ordetroepen en wraakzuchtige Arabische stammen tegen alawieten (maart vorig jaar) en druzen (juli) vers in het geheugen.

Of het bestand het gaat houden, is allerminst zeker. Het onderlinge wantrouwen is immens, gestoeld op jaren van conflict. Vanaf 2012, tijdens de Syrische burgeroorlog, bevochten beide partijen elkaar immers talloze keren, alleen was Sharaa toen nog geen president en slechts leider van de aan al-Qaida gelieerde strijdgroep Jabhat al-Nusra. Damascus ziet de SDF als een verlengstuk van de Koerdische groepering PKK (bestempeld als een terroristische organisatie door buurland Turkije en de Europese Unie), terwijl de SDF Sharaa en zijn entourage omwille van hun extremistische verleden wegzet als een reïncarnatie van Islamitische Staat. Een eerder bestand van zondagavond lag binnen een halve dag aan diggelen.

Wat betekent dit voor de gevangenissen en kampen waar IS-strijders en hun vrouwen vastzitten?
Dat wisselt. Uit één gevangenis wisten maandag 120 à 200 IS-strijders te ontsnappen, vermoedelijk nadat facties gelieerd aan Sharaa daar de deuren hadden opengezet (Damascus wijst juist met de beschuldigde vinger naar de SDF). Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken is er jacht op hen gemaakt, en zijn 81 strijders weer opgepakt. De Amerikaanse president Donald Trump sprak er dinsdag telefonisch over met Sharaa, en eiste daarna de credits op met de woorden: ‘Ik heb een gevangenisuitbraak voorkomen.’

Nervositeit is er ook over het lot van al-Hol, een vluchtelingenkamp (fungerend als openluchtgevangenis) aan de grens met Irak waar zo’n 24 duizend vrouwen en kinderen zitten, veelal nazaten van IS-strijders die hun vaders al jaren niet hebben gezien. De kampbewakers van de SDF vertrokken dinsdag in grote haast, naar eigen zeggen uit woede over het gebrek aan internationale steun. Onder de vrouwen bevinden zich enkele duizenden uit westerse landen, onder wie tientallen uit Nederland. De Koerden klagen al jaren over de onverschilligheid van de regeringen uit de landen van herkomst. Bij het vallen van de avond namen Sharaa’s ordetroepen dinsdag de leiding over.

Door de chaotische situatie kan de directeur van al-Hol, Jihan Hannan, al dagen niet naar het kamp. Op een filmpje dat ze met de Volkskrant deelt, is te zien hoe tientallen jongemannen het kamp ontvluchten, terwijl ze ‘God is de grootste!’ roepen. Hoeveel mensen er precies ontsnapt zijn, is onduidelijk. Een bron in het kamp houdt het op honderd. ‘Kampbewoners hebben hulppunten (onder andere voor medische zorg, red.) aangevallen, samen met mensen van buiten het kamp’, zegt Hannan telefonisch. ‘Buiten het kamp is geschoten. Kantoren van internationale hulporganisaties zijn in brand gestoken en er is voor miljoenen dollars schade aangericht.’

Wat zijn de grootste obstakels richting vrede?
Een belangrijk obstakel is de PKK (gevestigd in de bergen van buurland Irak), waarvan bekend is dat die aanzienlijke invloed heeft binnen de SDF. De gezaghebbende Syriëkenner Charles Lister, verbonden aan het Middle East Institute, zei in een podcast dat PKK-hardliners de voorbije maanden voorstellen uit Damascus meermaals getorpedeerd hebben, terwijl SDF-leider Mazloum Adbi wel bereid zou zijn geweest om te tekenen. De logica is volgens Lister duidelijk: in buurland Turkije lopen er gesprekken met de regering voor een volledige ontwapening van de PKK, dus als men in Syrië óók capituleert, blijft er van de groepering weinig over.

Een tweede risicofactor is de gebrekkige discipline binnen Sharaa’s leger. Het woord ‘leger’ is enigszins misleidend, omdat het gaat om een bonte verzameling voormalige milities, sommige met zware mensenrechtenschendingen op hun naam. Hoewel ze formeel onder het ministerie van Defensie vallen, is het niet gezegd dat ze allemaal naar bevelen zullen luisteren.

Dat gevaar is groter geworden, nu het leger in luttele dagen zoveel grondgebied (de gehele provincies Raqqa en Deir Ezzor) heeft ingenomen. Overmoed kan gemakkelijk omslaan in tactische misrekeningen, waarmee het geweld weer zou kunnen oplaaien.

Hoe gaat het nu verder?
Internationaal zal er druk uitgeoefend worden op beide partijen om tot een deal te komen. De VS zijn nauw betrokken bij de onderhandelingen. Ze kennen de SDF goed, trokken jarenlang met hen op in de strijd tegen IS, maar vinden nu dat de groepering moet inbinden. ‘Integratie’ in het nieuwe Syrië, zo zei Trumps gezant Thomas Barrack deze week, ‘biedt Koerden de beste kans tot nu toe om duurzame rechten en veiligheid te verwerven binnen een erkende Syrische natiestaat.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next