PSV gaat woensdagavond voor de Champions League op bezoek bij Newcastle United. De Volkskrant bezocht eerder St. James’ Park, het stadion van ‘The Magpies’. Een echte aanrader voor voetbalfans, al is het maar vanwege de uitzonderlijk vriendelijke Newcastle-supporters.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Een eerste groot voordeel van St. James’ Park, het roemruchte stadion van Newcastle United, is dat de wifi het er niet doet en bereik via mobiel internet ook een verzoeking is. Jezelf filmen in een voetbalstadion om dit live met het thuisfront of op Instagram te delen, is een nare ziekte van deze tijd. Het gaat ten koste van het volledig doorvoelen van de sfeer. Of zoals de Engelsen zeggen over dit type stadionbezoekers: they are not up there.
Up moet je in het geval van St. James’ Park nogal letterlijk nemen. Het stadion doemt al van verre op, omdat het op een heuvel ligt. Twee van de vier tribunes zijn torenhoog met daarop nog een dak met witte stalen buizen in de vorm van enorme ellebogen. Vanaf de bovenste ring van de Leazes-tribune kijk je zo de stad in. Laat daar nou net het uitvak gesitueerd zijn, dat zich over de hele breedte uitstrekt.
Ja, supporters van PSV (dat nog een goed resultaat nodig heeft voor doorgang in de Champions League) die woensdagavond bij Newcastle United-PSV zijn, hebben geluk. Ze bezoeken een uniek, beetje gek stadion. Het ziet eruit alsof het maar voor de helft af is. Met zijn vreemde hoeken en rondingen van plastic, glas, baksteen, nepmarmer, bewerkt beton en ingekapseld tussen een rij scheve arbeiderswoningen en een park is St. James’ Park herkenbaar uit duizenden.
Volgend pluspunt: het ligt midden in de stad. Binnen een kilometer vind je 120 pubs. En het allermooiste is dat je als supporter van de bezoekende club niet geweerd wordt in die pubs zoals dat in Londen, Birmingham en Manchester wél gebeurt.
Je wordt er doorgaans juist hartelijk begroet door de Geordies, zoals Newcastle-inwoners genoemd worden. ‘We zijn een volk dat tegen iedereen zegt: kom gezellig langs, hier heb je een biertje, oma maakt nog wat te eten voor je’, zegt de rossige Newcastle United-supporter Dean Smith voor het stadion.
In het stadion worden ze ook niet boos als je dan toch met je telefoon een filmpje maakt van die volgepakte tribunes op het moment dat de gitaar van Mark Knopfler klinkt in opkomstlied Going Home, de ploegen het veld betreden en er op alle tribunevakken een soort collectieve zucht klinkt.
Het is een zucht van opluchting, van: ‘Hè, hè, we mogen weer.’ Daarna klinkt een oerbrul, geestdriftig handgeklap en opgewonden kindergegil. Het voelt alsof je in een zwart-witfilm bent beland, ook vanwege de clubkleuren.
Hier geen in zwarte hoodies gehulde jongemannen die met hun megafoon en trommels de rest opzwepen om de hele wedstrijd op hetzelfde volume dezelfde clubliedjes te zingen. Er is stilte als het spel stil ligt, er zijn aanmoedigingen als de thuisploeg die nodig heeft, er is gejuich bij een doelpunt. Mooier nog zijn de aanzwellende keelklanken bij een schietkans. ‘Yiihh, go on! Shooot!’
Ultraflitsende belichting, bonkende housedreunen en gelikte horecapunten en toiletten ontbreken. Wel zijn er van die gare houten klapdeuren, stinkende pisbakken en smalle, betonnen doorgangen waar mannen en vrouwen Newcastle Brown Ale drinken.
In november vorig jaar liepen er al massa’s mannen en vrouwen in rood-wit gestreepte shirts door Newcastle. Newcastle ontving toen Athletic Bilbao. Sommige Athletic-supporters reisden via Amsterdam of zelfs via Parijs, Birmingham en Edinburgh naar de Engelse havenstad, want dit was de uitwedstrijd die ze per se wilden meemaken, vertelden ze.
Massaal liepen ze over de bruggen over de Tyne naar het aangrenzende Gateshead en terug, slenterden ze door winkelstraat Grey Street, klommen ze naar de hooggelegen hippe wijk Ouseburn en zongen ze liederen op de binnenplaats van de beroemde pub Old George.
Een paar uur voor de wedstrijd stonden Newcastle United-fans John Masterson en zijn zoon Tom in de schemering high fives uit te delen aan Bilbao-supporters die als een rood-witte sliert optrokken naar het stadion. John Masterson trok opeens spontaan zijn Newcastle-shirt uit om het te ruilen met een blauw Bilbao-uitshirt van een Athletic-supporter. Ze omhelsden elkaar nadien.
De arbeidersstad in het noordoosten van Engeland heeft veel meegemaakt. Het werk in de mijnbouw, scheepsbouw en brouwerijen is goeddeels verdwenen of geautomatiseerd, wat heeft geleid tot werkloosheid en leegstand, vertelde Masterson.
‘Dat maakte de gemeenschap heel hecht en hulpvaardig. Newcastle was een lelijke stad, we waren blij als iemand de moeite nam hierheen te komen. Ik heb een paar weken geleden nog twee Belgische voetballiefhebbers het hele weekeinde op sleeptouw genomen. Ja, waarom niet?’
De stad fleurt de laatste jaren op, zeker de wijken Ouseburn en Jesmond, maar ook de binnenstad en de kades langs de rivier de Tyne. Lang was St. James’ Park de enige trekpleister. Masterson, bijna zwijmelend: ‘Vooral als je met de trein vanuit het zuiden komt, zie je onze kathedraal op de heuvel prachtig opdoemen.’
Newcastle United-uit is een van de meest geliefde awaydaytrips onder voetbalsupporters. Zelfs de oercynicus van het voetbal, José Mourinho, bekende verliefd te zijn op Newcastle United en zijn stadion, al was hij er nooit coach.
‘I’m a little magpie’, verklaarde Mourinho tegen de Engelse media toen hij met huidige club Benfica op bezoek was in Newcastle voor de Champions League, en verloor. De magpie (ekster) is het symbool van de club.
Het komt door Mourinho’s band met de vriendelijkste trainer die er ooit geweest is, Sir Bobby Robson, afkomstig uit de regio. Als laatste klus was Robson, voormalig coach van PSV en het Engels elftal, manager van Newcastle United. Ondanks alle prijzen die hij elders won, noemde hij het zijn mooiste periode, ook door het ontroerende, onvergetelijke afscheid dat hij in 2009 kreeg op St. James’ Park toen hij ernstig ziek was. Voor het stadion staat zijn standbeeld, naast dat van clubtopscorer Alan Shearer.
Mourinho assisteerde Robson zes jaar lang. ‘Er was geen dag dat hij niet zijn trots en passie voor Newcastle, de stad, de regio en de voetbalclub liet blijken’, zei Mourinho. ‘Mensen komen hier niet om de wedstrijd te kijken, ze komen hier om samen te zijn. Ik zei vooraf tegen mijn spelers: ‘Het is hier prachtig, die sfeer zul je morgenavond voelen.’’
Die voelde Frenkie de Jong ook, zo vertelde de Barcelona-middenvelder september vorig jaar na Newcastle-Barcelona aan Ziggo Sport. ‘Ik had er al veel over gehoord van de jongens bij het Nederlands elftal die in de Premier League spelen. De sfeer was geweldig. Het zijn échte voetbalfans. Ze reageren op voetbalmomenten en tonen super veel emotie.’
Mourinho wees ook op de ‘economische macht’ die de club tegenwoordig bezit. Sinds 2021 is Newcastle United in handen van Saudi Arabia Public Investment Fund (PIF).
De meningen over die overname zijn verdeeld. Supporter John Masterson: ‘De prestaties zijn sterk verbeterd, maar de omgang met mensenrechten in dat land is onder supporters een issue.’
Er is zelfs een actieve website, NUFC Fans Against Sportswashing, die blijft wijzen op de slachtoffers die het Saudische regime maakt.
Er wordt gepraat over een nieuw stadion. Het PIF kan niet eindeloos bijstorten vanwege internationale financiële fairplayregels. De club moet daarom meer eigen inkomstenbronnen zoeken.
Masterson: ‘Iedereen houdt van St. James’ Park. Maar we hebben een groter stadion nodig, wat moderner ook. Zodat er meer mensen bij kunnen. Er zijn enorme wachtlijsten voor tickets. Ik heb nu via een shabby website 240 pond betaald voor twee kaarten op een slechte plek. Aan de andere kant heb je eigenlijk geen slechte plekken op St. James’ Park.’
Tijdens de wedstrijd tegen Athletic komt het geluid inderdaad van alle kanten. Wat opvalt: als de Athletic-fans iets zingen dan worden ze niet uitgefloten of overstemd, maar krijgen ze de ruimte.
Heel anders zal dat overigens zijn als streekrivaal Sunderland op bezoek komt in maart. Tijdens de Tyne-Wear-derby verandert de vriendelijke reus Newcastle United even in een secreet. In de befaamde voetbalmemorabiliawinkel The Back Page, op een steenworp van het stadion, zijn naast speldjes, grammofoonplaten, stokoude programmaboekjes, tuinkabouters in Newcastle United thuis- en uitshirts en andere memorabilia boekjes te koop met de titel 20 jaar grappen over Sunderland FC.
De reus is overigens eindelijk aan het ontwaken, mede door de komst van manager Eddie Howe. Newcastle United is uitgegroeid tot stabiele subtopper en vorig seizoen werd voor het eerst sinds 1969 een trofee gewonnen, de Carabao Cup, voorheen bekend als de League Cup.
Voor de fameuze journalist John Gibson, die het Engels elftal en Newcastle United al ruim een halve eeuw volgt, was het een zeldzaam lichtpunt, vertelde hij voor Newcastle-Athletic in de perskamer. ‘Ik begon in 1966. Engeland werd wereldkampioen en een paar jaar later won Newcastle United de Inter Cities Fairs Cup (voorloper van de Europa League, red.). Ik dacht een glorieus leven te gaan hebben, om vanaf de eerste rij te zien hoe deze twee teams kasten vol prijzen zouden winnen. Dat viel een beetje tegen.’
Newcastle United kende aardedonkere decennia. Gibson: ‘Degradaties, schandalen, shitmanagers. We waarderen het des te meer dat we nu Champions League spelen.’
Er kwam een man van vergelijkbare leeftijd aanlopen. ‘Hier heb je een legendarische Newcastle-spits’, introduceerde Gibson hem trots. ‘Dit is Malcolm MacDonald, beter bekend als Supermac, omdat hij in zijn eerste wedstrijd voor Newcastle drie keer scoorde tegen Liverpool, en daarna nog 135 keer.’
De 76-jarige, wat moeilijk ademende Malcolm MacDonald, met zachte stem: ‘Ik heb hier vijf jaar gespeeld. Ik heb van elke minuut genoten. De beleving is hier als nergens anders. Het is een stad met maar één club. Het stadion ligt in het stadshart, het leven speelt zich er letterlijk rondom af. Hoe slecht het ook ging met de club, overal ter wereld waren er Geordies als we speelden. Overal hoorde je: howay the lads.’
MacDonald groeide op in Londen, kwam pas op zijn 21ste naar Newcastle United, was enorm geliefd, maar werd weggepest door zo’n ‘shitmanager’. Na zijn carrière keerde hij er terug. ‘De mensen zijn zo aardig, dat is besmettelijk. Men zegt hier: Why be an enemy when you can be a friend?’
Na de met 2-0 gewonnen wedstrijd tegen Athletic Bilbao was het buiten een dolle boel. Gibson waarschuwde er al voor: ‘Newcastle is de partyhoofdstad van Engeland, dat ga je zo wel merken, son.’
Op straat en in pubs als The Strawberry, Rosie’s Bar en The Trent House (slogan op het raam: ‘Drink beer, be sincere’) dronken supporters van Athletic en Newcastle samen bier. Er tussendoor struikelden jonge mannen in strakke jurken en zwaar opgemaakte jonge vrouwen in ultrakorte rokjes met politiepetten op. Ze waren in benevelde toestand op weg naar een discotheek of cocktailbar.
De stad is een populaire locatie voor vrijgezellenfeesten en in bijna elke pub heb je goede zangers, vertelt oud-Newcastle United-speler Siem de Jong door de telefoon. Er kwam vaak Nederlands bezoek over toen hij er speelde. ‘Je vliegt er zo heen, maar de overtocht met de ferry vanaf IJmuiden is misschien nog wel leuker. Vrienden kozen vaak voor de nachtvaart. Echt een feestje: er is een bioscoop en je kan de hele nacht door een drankje doen.’
Newcastle geldt als een progressieve stad, zeker vergeleken met de rest van het noordoosten van Engeland. Op de zwart-witte tribunes prijkt een regenboogvlag, ook het uitshirt is kleurrijk.
‘Iedereen is hier welkom’, zegt supporter Dean Smith. ‘Het maakt ons niet uit of je gay, straight, wit, zwart, paars of geel bent, of waar je vandaan komt. Dankzij al die immigranten kun je hier tegenwoordig fantastisch eten. Er is maar een regel: don’t be a dick’ – wees geen lul.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant