Klassiek Maxim Emelyanychev is vaak als dirigent in Nederland, maar hij is ook pianist. Als liefhebber van de historische uitvoeringspraktijk speelde hij dinsdag onder andere Moessorgski’s geliefde ‘Schilderijententoonstelling’ op een oude Érard-vleugel. Je kunt je afvragen waarom, als je er zo op hamert.
Maxim Emelyanychev.
Pianorecital van Maxim Emelyanychev. Gehoord: 20/1, Concertgebouw Amsterdam. Geen herhaling.
We kennen Maxim Emelyanychev vooral als dirigent. In oktober vorig jaar dirigeerde hij het Concertgebouworkest nog in een Tsjaikovski-concert, in december was hij in het Concertgebouw met zijn eigen orkest Il Pomo d’Oro. Daarin laat hij graag zijn liefhebberij voor de historische uitvoeringspraktijk horen, ook in romantischer repertoire. Maar Emelyanychev is ook klavecinist, pianist (en zelfs zink-speler).
Zijn pianistische kwaliteiten liet hij dinsdagavond horen in een (matig gevulde) grote zaal van het Concertgebouw. Moessorgski’s Schilderijententoonstelling liet hij voorafgaan door mopjes Ravel (leuk, want die maakte de veel beroemdere orkestversie van de Schilderijententoonstelling, zie kader onderaan) en Rachmaninoff.
Maar Emelyanychev zou Emelyanychev niet zijn als hij dat op een ‘gewone’ moderne Steinway concertvleugel had gedaan. Op het podium staan twee vleugels: een Bechstein uit 1898 en een Érard uit 1863. Vleugels die, in ieder geval qua bouwjaar, inderdaad dichter bij de componisten staan.
Maar of het ook succesvol uitpakt, hmm. De opening, Moessorgski’s Prelude ‘Chovansjtsjina’ is nog een fijne binnenkomer om aan de Bechstein te wennen: galmend, rijkgekleurd, licht wiebelig en zacht. Maar in ‘Jeux d’eau’ en twee stukjes uit Le Tombeau de Couperin van Ravel, en zeker de twee Etudes-tableaux en drie Preludes van Rachmaninoff, zijn zowel de vleugel als Emelyanychev veel minder bevredigend.
Emelyanychev kan op de vierkante centimeter mooi dynamisch spelen: elke vinger speelt welbewust harder of zachter dan de vinger ernaast. Maar langere fraseringen en contrasten, zowel binnen de stukken als tussen de stukken onderling, die wil hij er maar niet uit krijgen. Als zijn linkerhand begeleidingsnoten speelt in het middenregister, zijn die ronduit overheersend. Het is niet slecht, maar er ontbreekt wel een zekere rust; hij oreert energiek, maar lijkt niet helemaal aan te voelen dat die energie niet matcht met de zaal.
Wanneer hij na de pauze achter de Érard gaat zitten voor de Schilderijententoonstelling, bevreemdt zijn fysieke speelstijl al helemaal. Waarom kiezen voor een vleugel die nauwelijks zingt, met als voordeel dat je prachtige kleine kleurtjes kunt spelen; en er dan op timmeren alsof het een moderne vleugel is? Ja, de oorspronkelijke Schilderijententoonstelling is een pianocyclus, dus het is een leuk idee om onze oren eens schoon te wassen van de geweldige Ravel-orkestratie met een eigentijdse, zachte vleugel. Maar wat heeft het voor zin om dan alsnog te proberen het symfonisch groot te laten klinken?
Het heeft een bijkomend nadeel: sommige stukjes (‘Samuel Goldenberg en Schmuyle’, ‘De markt te Limoges’, ‘De hut op kippenpoten’) hebben veel korte snelle nootjes, die Emelyanychev dus ook hard wil spelen. Het resultaat is dat hij er geregeld naast zit. Soms zijn foute noten niet erg, maar hij is op den duur zo bezig met de goede noten raken, dat hij vergeet te musiceren. Juist dan gaan foutjes opvallen.
Daarop zijn twee uitzonderingen: de Érard klinkt prachtig helder en kwinkelerend in het ‘Ballet van de kuikens in hun eierschalen’. En in ‘Het oude kasteel’ (waarvan Ravel in zijn orkestratie de melodie gaf aan de destijds hypermoderne saxofoon) vindt Emelyanychev plots een rust en een sfeer die we de hele avond hadden willen horen.
Maxim Emelyanychev staat dit seizoen in de Spotlight-serie van het Concertgebouw. Hij is 27 mei nog een keer terug om onder andere de Zevende symfonie van Beethoven te dirigeren. Info: concertgebouw.nl
De Russische componist Modest Moessorgski (1839-1881) componeerde zijn pianocyclus Schilderijen van een tentoonstelling als hommage aan zijn plotseling overleden vriend, schilder Viktor Hartmann. In zijn hommage verklankt Moessorgski bestaande maar deels verlorengeraakte werken van Hartmann. Daartussendoor klinkt steeds (een variatie op) ‘De promenade’, de muziek die het wandelen van schilderij naar schilderij voorstelt.
Meerdere componisten hebben orkestversies gemaakt van de Schilderijententoonstelling, maar die van de Franse componist Maurice Ravel (1875-1937) werd echt bekend.
De Catacomben van Viktor Hartmann.
Het is de moeite waard om de twee eens te vergelijken, omdat je door de ene versie te luisteren, hoort hoe goed de andere eigenlijk is. Je hoort in de orkestversie hoe zorgvuldig Ravel de instrumenten koos om een bepaalde melodie, begeleiding of sfeer van Moessorgski zo goed mogelijk over te brengen – bijvoorbeeld de saxofoon in ‘Het oude kasteel’. En hoe fijnzinnig en minimaal hij de verdere invulling houdt. Maar als je daarna Moessorgski’s pianoversie weer hoort, valt op hoe weinig je de orkestinstrumenten eigenlijk mist. Je hoort alles al in de piano.
De bekende orkestversie van Ravel:
De oorspronkelijke pianoversie van Moessorgksi:
De delen:
Schetsen van theaterkostuums van Viktor Hartmann, Moessorgski’s inspiratie voor ‘Ballet van de kuikens in hun eierschalen’.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC