Home

Die wereldse krachten mogen groter zijn dan wij, dat betekent niet dat we eraan zijn overgeleverd

Sinan Çankaya is schrijver en antropoloog.

Het is nauwelijks bij te benen. In de eerste weken van 2026 was er elke dag ‘wereldnieuws’. De ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro, de protesten in Iran, de mogelijke annexatie van Groenland, de executie van Renee Nicole Good door een agent van ICE. Ongetwijfeld zie ik in deze opsomming ander wereldnieuws over het hoofd.

Voor Donald Trump is ‘internationale samenwerking’ een hinderlijk gewicht dat hij niet langer wil torsen. Regels gelden alleen voor de ander. De kortste definitie van fascisme is wanneer we anderen aan regels houden, terwijl we er zelf lak aan hebben.

Wij – het Westen, Europa – beschouwen de VS niettemin als nabij. Het land geldt als de altruïstische held van Europa in de Tweede Wereldoorlog; een platte waarheid geproduceerd door de Amerikaanse filmwereld. Een bondgenoot, bijvoorbeeld in de Navo, en een handelspartner. Een land dat, vanwege zijn culturele hegemonie, voortdurend op sympathie kan rekenen. Dat heb ik nooit helemaal begrepen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Tegelijk ben ik ook grootgebracht met de gunstige verhalen over de VS (met als contragewicht een vader die ‘Amerika’ als ‘De as van het kwaad’ zag). Vanzelf leer je, door een krant te lezen of naar praatprogramma’s te kijken, om Rusland en China met een groot wantrouwen tegemoet te treden en milder te zijn voor de VS. Maar vergelijk de imperialistische ambities van China, afgezien van Tibet en Taiwan, eens met het twijfelachtige trackrecord van de VS sinds de Tweede Wereldoorlog.

Met de meest recente kidnapping van Maduro zijn alle maskers afgevallen. Irak werd nog platgewalst om er democratie te brengen. Voor die transitie naar democratie betaalden ongeveer een miljoen Irakezen de prijs. Zo ongeveer het enige verfrissende aan Trump is dat hij zegt waar het op staat. Venezuela is vanwege de olie.

Als voetbalfanaat – mijn hoofd zit vol nutteloze wetenswaardigheden – staan mij de debatten in aanloop naar het WK in Rusland (2018) en Qatar (2022) scherp bij. Het toernooi moest worden geboycot. Over het WK in Saoedi-Arabië in 2034 wordt nu al gemopperd. Geheel terecht overigens. De FIFA is een corrupte bende en dat een groots toernooi wordt vergeven aan landen zoals Rusland, Qatar en Saoedi-Arabië is niet goed te praten.

Waar is diezelfde verontwaardiging als het aankomt op de VS? Aankomende zomer vindt het WK er plaats, samen met Canada en Mexico. De beslissende fase van het toernooi – de kwartfinales, de halve finale en de finale – wordt afgewerkt in de VS. Dat laatste land is volstrekt de weg kwijt. Mensen uit alle hoeken van de wereld zouden er welkom moeten zijn, maar zijn al die mensen nog wel welkom in het Trumpiaanse Amerika? Zijn we niet alweer met twee maten aan het meten? Het zwijgen over het WK onderstreept enerzijds de Amerikaanse culturele dominantie, en anderzijds de Europese hypocrisie.

Ik dwaal af. Wat ik probeer te zeggen is dat ik stop met deze column; het is niet meer bij te benen. De column is een bijzonder geschikt medium om snel te reageren op de actualiteit. Ik wilde op een bescheiden manier terugduwen, zonder mezelf illusies te maken. We zitten tenslotte in een neerwaartse draaikolk van wereldse krachten die groter zijn dan wij. Ik wilde een hinderlijke mug zijn, een steen in je schoen, een puist in je spiegelbeeld.

Maar de column is, precies vanwege zijn vorm, beknottend. De kans op herhaling ligt op de loer. De diepere lagen blijven vaak onbesproken. Al snel bestaat het risico dat je iemand wordt die mee schreeuwt, onderdeel van het publieke discours.

Voor nu stop ik ermee (ik heb de bijzondere gave om details te vergeten, dus ik sluit niet uit dat ik ‘m ooit weer oppak zodra mijn ergernissen zijn weggezakt). Deze tijd vraagt om schrijfwerk, wat neerkomt op denkwerk, met een langere adem. De oude wereld is stervende, de nieuwe wereld wil maar niet geboren worden, schreef de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci. Ik wil nadenken over deze tijd van monsters en wat dat van ons vraagt.

De orde, zoals we die kenden, is definitief ten einde gekomen. Alle hervormers en reparateurs zouden deze zin tot zich door moeten laten dringen. We leven al in de ruïnes, sommigen meer dan anderen; gedifferentieerd door onze individuele voorrechten en de institutionele bescherming die we genieten. Er is geen weg meer terug. Daar put ik mijn hoop uit, al heeft hoop hier niets mee te maken.

Verzet, daar gaat het om. Die wereldse krachten mogen groter zijn dan wij, dat betekent niet dat we eraan zijn overgeleverd. We zwemmen tegen de stroming in, tegen beter weten in. Daar zal mijn volgende boek over gaan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next