Home

‘Ik kan altijd nadenken over mijn onderzoek – ik dwing mezelf om na 17 uur mijn laptop dicht te klappen’

Rixt van der Heide wordt dit jaar 25. Ze is al van jongs af aan verknocht aan literatuur. Aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoekt ze nu met volle overgave kinderliteratuur: ‘Het is bijzonder hoe kinderboeken dood, racisme en intergenerationeel trauma bespreekbaar maken.’

is televisierecensent voor de Volkskrant en schrijft over populaire cultuur.

Hoe ben je opgegroeid?

‘In Assen, met mijn ouders en mijn twee broertjes. We hadden het heel fijn met z’n allen. Natuurlijk waren er soms kleine ruzies, over wie er op de Xbox mocht spelen en zo. Maar daar bleef het bij.’

Hoe vond je Assen?

Schiet in de lach. ‘Begrijpelijke vraag. Assen is geen stad waarvan mensen direct denken: leuk! Maar ik vond het er wel lekker rustig. Ik kon als kind veilig op straat spelen en er was een fijn park in de buurt.’

25 in 26

In de serie 25 in 26 vragen we jongeren geboren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Wanneer ben je uit huis gegaan?

‘Toen ik 20 was verhuisde ik naar Amersfoort, omdat ik daar eindelijk een kamer vond. Ik studeerde in Utrecht en heb zo’n zestig keer gehospiteerd. Vreselijk. Het kostte veel tijd en leverde maandenlang niets op.

‘De eerste keer dat ik na zo’n hospiteeravond werd afgewezen, vond ik best pittig. Daarna nam ik het minder persoonlijk. Ik zocht een kamer midden in de coronaperiode, dus meestal waren het videogesprekken, met soms acht mensen tegelijk op je scherm. Dan ben ik niet op m’n leukst.’

Wat studeerde je in Utrecht?

‘Literatuurwetenschap. En ik heb twee jaar Frans gestudeerd. Omdat ik dat een mooie taal vind, maar ook omdat ik onder de indruk was van De Pest van Albert Camus en Les Misérables van Victor Hugo. Ik wilde begrijpen waarom zulke doordachte boeken zo vaak uit Frankrijk komen.

‘Uiteindelijk heb ik Frans helaas niet afgemaakt, omdat ik werd toegelaten tot de onderzoeksmaster van literatuurwetenschap. Samen werd dat te veel: alleen al voor die master moest ik soms duizend pagina’s per week lezen. Daarom heb ik het Frans spreken gewoon in mijn vrije tijd bijgehouden.

‘Tijdens mijn master heb ik me gespecialiseerd in jeugdliteratuur. En sinds anderhalf jaar doe ik een promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen, naar Friese en Nederlandse jeugdliteratuur.’

Wat vind je interessant aan jeugdliteratuur?

‘In Amersfoort had ik een bijbaan in een boekhandel. Mijn baas vroeg of hij klanten met vragen over jeugdliteratuur naar mij mocht doorsturen. Toen dacht ik: prima, maar dan moet ik me er wel in verdiepen.

‘Dat had ik op mijn opleiding nauwelijks gedaan, omdat literatuurwetenschappers jeugdliteratuur vaak een beetje negeren. Sommigen vinden zelfs dat het eerder bij pedagogiek of onderwijswetenschappen hoort. Maar ik kwam erachter dat er ook op literair gebied veel over te zeggen is.

‘Mijn scriptie ging over de manier waarop spookverhalen in kinderboeken de dood, racisme en intergenerationeel trauma bespreekbaar maken. Het is bijzonder hoe een goed kinderboek moeilijke onderwerpen kan aansnijden, zonder dat ze te simpel of kinderachtig worden.’

Las jij als kind veel?

‘Ja. Dat komt waarschijnlijk doordat mijn ouders ons veel hebben voorgelezen. Vanaf het moment dat ik zelf kon lezen las ik veel en snel. Mijn vader en moeder werden daar weleens gek van. Dan mochten we tijdens de Kinderboekenweek een boek uitzoeken, en had ik die dezelfde dag alweer uit.

‘Ik las alle genres door elkaar. Ik vond Thea Beckman mooi, maar ook Paul van Loon, Tonke Dragt en Jacques Vriens. Als ik wilde verdwalen in een andere wereld, las ik fantasy; als ik wilde puzzelen, een thriller; als ik wilde piekeren, las ik iets literairs. En dat doe ik eigenlijk nog steeds.

‘Op de basisschool was ik door die hobby nogal een einzelgänger, maar op de middelbare vond ik mensen die mijn interesses deelden. Met veel van hen ben ik nog steeds bevriend.

‘Mijn middelbareschooltijd was sowieso een leuke periode om lezer te zijn: iedereen had het over The Hunger Games en de boeken van John Green. Tegenwoordig zie je minder van dat soort hypes. Misschien komt dat doordat veel lezers tegenwoordig in hun eigen BookTok-algoritme zitten (op TikTok, red.).’

Wat vind je van BookTok?

‘Sommige mensen zijn daar negatief over, omdat de boeken die populair zijn op TikTok niet ‘goed’ zouden zijn. Dat boeit niet, vind ik: die jongeren lezen tenminste! Ze vinden het leuk, en als dat zo is, komt die zware literatuur later wel.

‘Op middelbare scholen gaat dat nog weleens mis. De boeken op de leeslijst zijn vaak vooral moeilijk en dik, en in de lessen draait het om droge concepten als motieven en thema’s.

‘Gelukkig had ik een docent Nederlands die het anders aanpakte. Zonder haar had ik waarschijnlijk geen literatuurwetenschappen gestudeerd. Elke week nam ze een tas vol boeken mee, waar ze enthousiast over vertelde. En ze liet ons écht nadenken over wat een boek met ons deed: of we het zelf eigenlijk wel goed vonden.

Rixt van der Heide wordt 25 op 26 januari

Woonplaats: Leeuwarden

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘7. Soms wil ik in de boekhandel ineens vijf boeken kopen. Dan denk ik: was het echt zo’n goed idee om mij in het wild los te laten?’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Niet van Gen Z. Soms herken ik mezelf in memes over dingen die typisch voor millennials zijn.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik hoop vooral dat ik dan nog steeds iets met jeugdliteratuur doe.’

‘We moeten kinderen blijven enthousiasmeren om te lezen. Niet alleen omdat het goed is voor je concentratie en inlevingsvermogen, maar ook omdat je leert hoe verhalen werken. Daardoor kun je bijvoorbeeld kritischer naar het nieuws kijken: klopt het verhaal van deze politicus? Waarom vertelt hij het op deze manier?’

Heb je er ooit over nagedacht om zelf fictie te schrijven?

‘Een van mijn docenten zei ooit: wie goed kan schrijven, wordt schrijver; wie als kind schrijver wilde worden, maar het niet blijkt te kunnen, wordt literatuurwetenschapper. Ik val onder die tweede categorie: ik ben gewoon niet creatief genoeg. Of ik ben te onzeker, dat kan ook.’

Je vertelde dat je onderzoek doet naar Friese jeugdliteratuur. Ben je zelf Fries?

‘Mijn ouders wel, dus ik ben opgegroeid met de Friese taal. Het is grappig: soms kom ik tijdens mijn onderzoek ineens een boek tegen dat ik herken. Mijn beppe was vroeger namelijk ‘voorleesbeppe’ op een Friese basisschool en nam af en toe boeken voor mij mee.

‘Tijdens mijn studententijd sprak ik minder Fries. Maar toen ik begon aan mijn promotieonderzoek ben ik naar Leeuwarden verhuisd, omdat de kamers hier goedkoper zijn dan in Groningen. Na een halfjaar in deze stad had ik de taal weer helemaal te pakken. Op de ijsbaan waar ik schaats, spreekt iedereen het.

‘Ik weet alleen niet of ik mezelf al een echte Fries zou noemen; ik ben hier nou eenmaal niet opgegroeid.’

Een promotieonderzoek kan best pittig zijn. Hoe ervaar jij dat?

‘Het slokt een groot deel van je leven en je energie op, omdat je altijd over je onderzoek kan blijven nadenken. Maar dat is niet erg als je zo enthousiast over je onderwerp bent als ik.

‘Ik dwing mezelf wel om na 5 uur ’s middags mijn laptop dicht te klappen. Als ik daarna een goed idee heb, schrijf ik dat op in mijn notitieboekje. Maar in principe zet ik muziek aan en ga ik lekker met een boek op de bank zitten. Daar kan ik nog steeds van genieten.

‘Maar het is niet alsof ik alleen op de bank zit te verstoffen. Mijn vrienden en familie betekenen veel voor me, dus die zie ik regelmatig. En anders ga ik schaatsen, en in de zomer naar het park, om daar te lezen. Ik vermaak me wel.’

En daten? Kom je daaraan toe?

‘Dit klinkt waarschijnlijk raar, maar daar ben ik nooit mee bezig geweest. Op de middelbare school was er altijd wel wat aan de hand: die had met die gezoend, die kreeg iets met die. Ik stond daar altijd buiten. Ik had het als laatste door als er een nieuw stelletje was en heb zelf geen enkele relatie gehad.

‘Ook nu heb ik daar geen behoefte aan. Soms vraag ik me af of er iets mis met me is. Maar ik ben zo druk met mijn promotieonderzoek en heb zoveel plezier in de dingen die ik ernaast doe, dat ik niet het gevoel heb dat er iets ontbreekt.

‘Ik zei eerder trouwens dat ik alle genres lees, maar dat klopt niet. Ik vermijd romantische boeken: die interesseren me totaal niet. Als er een romance voorkomt in een boek kan ik die best mooi vinden, maar dan ligt dat vooral aan de manier waarop het geschreven is. Ik zit zeker niet te zwijmelen.’

Zou je wel kinderen willen?

‘Dat zie ik niet voor me zolang ik geen relatie wil. Ik ben namelijk niet geschikt als alleenstaande moeder. Ik ben liever niet afhankelijk van anderen en vind het vervelend als een ander afhankelijk is van mij. Ik doe graag mijn eigen ding. Dat is een stuk lastiger als je een kind hebt.

‘Dat betekent niet dat ik een hekel aan kinderen heb. Ik vind ze hartstikke leuk, dus ik zou met alle liefde op ze passen en ze lekker voorlezen. Ik denk dat ik een supercoole tante zou zijn. Of dat hoop ik tenminste.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next