Retrospectief Marwan Hamed is een van de succesvolste regisseurs ooit in de Egyptische filmwereld. Zijn films, of het nu gangstergeweld of sociaal drama betreft, breken alle kasrecords. IFFR organiseert dit jaar een retrospectief, inclusief zijn biopic van zanglegende Oum Kalthoum.
Een beeld uit 'El Sett', over de legendarische zangeres Oum Kalthoum.
„Een jaar geleden zag ik twintig minuten van El Sett in Marrakesh”, zegt Delly Shirazi, programmeur bij het International Film Festival Rotterdam (IFFR). „De film was toen nog niet af. Maar na die twintig minuten werd het mijn levensmissie om hem naar Rotterdam te halen.”
Dat lukte. Marwan Hameds lyrische biopic over de grootste culturele heldin van Egypte, zanglegende Oum Kalthoum, krijgt zijn Europese première in Rotterdam. Toen de selectiecommissie de film in zijn geheel zag, was het volgens Shirazi een „no-brainer”; het IFFR besloot zelfs om een heel retrospectief rondom de pas 49-jarige regisseur te organiseren.
En dat is geen onverdiende eer. Marwan Hamed wordt ook wel ‘de koning van de Egyptische cinema’ genoemd. Elke film die hij maakt — van gangsterepos tot sociaal drama — is een hit bij zowel het publiek als de critici, in zowel Egypte als de Golfstaten. Hij vestigt bioscooprecords, om die vervolgens met zijn volgende film zelf weer te verbreken. Het maakt hem de succesvolste regisseur in de rijke filmgeschiedenis van Egypte. Toch is hij onbekend in de westerse wereld; geen van zijn films is in Nederland uitgebracht.
Hamed komt uit een mediafamilie: moeder Zeinab Hamed is journalist, vader Wahid Hamed een befaamd scenarioschrijver. Zijn vader behoorde tot de neorealistische school die in Egypte ontstond na de ‘gouden eeuw van de Egyptische film’, de tijd tussen 1940 en 1960 waarin de Egyptische filmproductie alleen overtroffen werd door de Verenigde Staten en India. Toen Marwan Hamed het vak leerde op de sets van zijn vader, was die tijd al lang voorbij. Waar Egypte in de jaren zestig nog meer dan honderd films per jaar produceerde, waren dat er halverwege de jaren negentig nog nauwelijks tien.
Met regisseurs als Marwan Hamed werd een nieuwe tijd ingeluid. Zijn debuutfilm uit 2006 was een estafettemoment tussen generaties. Zijn vader schreef The Yacoubian Building op basis van het boek van Alaa-Al-Aswany, Marwan regisseerde het. Het is een sociaal-realistisch drama: één enkel gebouw en zijn bewoners dienen als een microkosmos voor de Egyptische samenleving. Het oude art-decogebouw uit de tijd van de monarchie is een metafoor: een decadente façade waarachter morele conflicten, religieus extremisme en corruptie woekeren. Het was de duurste Egyptische film ooit. Conservatieve politici bekritiseerden de film fel vanwege een homoseksueel personage, ze konden niet voorkomen dat het een enorme hit werd.
Regisseur Marwan Hamed.
Na dat debuut sloeg Marwan Hamed een andere weg in dan zijn vader. Sociaal realisme raakte uit in Egypte, en regisseurs richtten zich steeds meer op publieksvermaak: actie, thrillers. Hameds tweede film, Ibrahim Labyad (2009), was een bruut gangsterepos in de traditie van Scorsese: bloed en drugs in de sloppenwijken van Giza, Caïro. Ook deze film was controversieel: gaf het niet een verkeerd beeld van Egypte in het buitenland? Met zijn twee The Blue Elephant-films (2014 en 2019) blies hij leven in een genre dat in Egypte vrijwel niet bestond: de psychologische horror. Een alcoholische psychiater die werkt met criminele psychiatrische patiënten wordt geconfronteerd met demonen, zowel letterlijk als figuurlijk.
Hameds films zijn gelaagder dan de meeste Egyptische genrefilms. Bijna de gehele top tien van meest succesvolle Egyptische films aller tijden gaat over mannen met pistolen, over dappere politiehelden die criminelen en terroristen straffen. De Egyptische kunstcriticus Hossam Fahmy wijt dit aan censuur: het is makkelijker een schietfestijn te maken dan iets realistisch of zelfkritisch. Dit wordt ook gestimuleerd door de toenemende monopolisering van de media in Egypte, wat films risicomijdend, eenduidig en beïnvloedbaar maakt.
Maar Hamed maakt van zijn „één-man-tegen-iedereen”-films meer dan een lofzang op het gezag. The Originals (2017), waarin een ontslagen bankier ontdekt heimelijk begluurd te worden door een geheim genootschap, gaat óók over surveillance en over de sociale val van een individu. Kira & El Gin (2022), de lucratiefste film uit de Egyptische filmgeschiedenis, is een antikoloniaal historisch drama – de eerste film over de Britse overheersing sinds Alexandria… Why? van maestro Youssef Chahine.
„Ik kan niet tegen geweld in films”, zegt programmeur Shirazi. „Maar bij de films van Hamed is dat anders. Dat komt door de emotie die hij in elk verhaal stopt, in elk hoofd- of bijpersonage. Of door zijn gebruik van muziek. Er is altijd wel iets dat je als mens raakt.”
Hoe sensationeel ze ook worden, de films van Hamed behouden iets van het sociaal realisme van zijn vader: een verlangen om echte mensen te tonen. Wie goed kijkt, ziet hoe de geschiedenis zich opdringt: de bezettingen, dictaturen en oorlogen die Egypte — en de Egyptenaren — herhaaldelijk dwingen hun identiteit te heroverwegen. Zowel de façade die Egypte aan de buitenwereld wil presenteren, als de morele conflicten, de corruptie en de overbevolking waarmee het worstelt.
Waarom is Hamed dan zo onbekend in het Westen? Het antwoord is paradoxaal genoeg: hij is te vermakelijk. In Westen zijn het vooral arthousefilms uit niet-westerse landen die voet aan de grond krijgen — of films die dissident, urgent of actueel zijn. Hamed is bovenal ‘de James Cameron van Egypte’. Volgens Ifdal el Saket van het Nederlands-Vlaams Instituut in Caïro doen veel Egyptische films (inclusief die van Hamed) het goed op internationale festivals, maar lukt het ze niet om een distributeur te vinden. Met een retrospectief in Rotterdam en alle internationale pers voor El Sett – over ‘de opium van het Arabische volk’ Oum Kalthoum – kan daar best verandering in komen.
Source: NRC