Home

Mainstream of meer experimenteel? Vijftien tips voor het filmfestival van Rotterdam

IFFR 2026 In de honderden films op het Internationaal Film Festival Rotterdam is het moeilijk je weg te vinden. De filmredactie van NRC stelde een lijst met zestien tips samen. Zeven ‘mainstream’, voor een avondje uit. Acht zijn wat experimenteler – het genre waarin IFFR traditiegetrouw floreert – voor wie op filmisch avontuur wil gaan.

Amanda Seyfried in 'The Testament of Ann Lee'.

Mainstream

Grappig, sneu en extreem gruwelijk, dat is Park Chan-wooks zwarte komedie No Other Choice. Een passieproject van de regisseur van moderne klassiekers als de barokke wraakfilm Old Boy (2003) en erotische thriller The Handmaiden (2016). Nu richt de Zuid-Koreaanse meester zijn pijlen op toxische masculiniteit en ego. We leren Man-su (Squid Game-acteur Lee Byung-hun) kennen als iemand die „alles” heeft: het perfecte gezin, de woning die hij altijd al wilde hebben en een baan waar hij wordt gewaardeerd. Als dat laatste wegvalt, zakt de bodem onder zijn wereld weg. Én verkiest hij geweld boven zelfinzicht. Het levert een steeds bloederigere, behoorlijke onderhoudende, maar nét iets te lange satire op.

Gus van Sants thriller draait rond een beruchte en hevig gemediatiseerde gijzeling uit 1977 waarbij Tony Kiritsis (Bill Skarsgård) hypotheekverstrekker Richard Hall drie dagen lang gijzelde. Hij bond Hall vast aan een geladen geweer dat zou afgaan als iemand hem iets zou aandoen. Ondertussen gaf hij zijn eisen door aan de politie en de media, zoals aan de charismatische en relaxte radio-dj Fred Temple, gespeeld door Coleman Domingo. Sants film, die de zaak van alle kanten belicht én naast duistere ook zwartkomische elementen bevat, was een van de publieksfavorieten op het afgelopen festival van Venetië.

In Albert Camus’ absurdistische klassieker L’Etranger vermoordt Fransman Meursault (geen voornaam) in koele bloede ‘een Arabier’ op het strand in Algerije. Hij toont geen berouw, voert geen verdediging aan, krijgt de doodstaf en wacht zijn executie af – hij doet emotioneel niet meer mee, zo ontsnapt hij aan de absurditeit van het bestaan. De roman belandt meer dan tachtig jaar na publicatie nog altijd op het bureau van elke middelbare scholier in Frankrijk (en is ongekend populair onder mannen). Maar roept ook al decennia een vraag op: wie is die vermoorde ‘Arabier’? De Algerijnse schrijver Kamel Daoud beantwoordde die vraag in 2013 met het boek Meursault, contre-enquête. Dit jaar kwamen van beide boeken verfilmingen uit.

Regisseur Ozon maakte van L’Etranger een verleidelijke zwartwit film, die, hoewel iets moderner, eenzelfde gevoel van afstand en verontrusting oproept als Camus’ roman. Bensmails The Arab gaat over de andere kant van het verhaal: de broer van de vermoorde Massoud vertelt een journalist wat er die dag op het strand gebeurde, een halve eeuw na de moord. Een double bill om de nacht mee in te discussiëren.

Na Walter Salles’ Oscarwinnaar I’m Still Here in 2025, komt er dit jaar weer een briljante film uit over de Braziliaanse militaire dictatuur van de vorige eeuw. In The Secret Agent ontvlucht weduwnaar Marcelo de meedogenloosheid van het regime in zijn nadagen. Hij belandt in de stad Recife tijdens de carnavalsviering, waar het schuimt van de dissidenten, corruptie, en massahallucinaties (hinkt een bovennatuurlijk, harig been ’s nachts door de straten?). Een virtuoos mengsel van genres, culturen, filmreferenties en heden en verleden, en een van de beste films van het jaar. Niet voor niks won hij twee prijzen in Cannes (beste regie en acteur) én twee Golden Globes (acteur en internationale film).

Een Japanse forens verdwaalt in een game: de gangen van zijn metrostation vormen onverwachts een möbiusstrip, compleet met ‘non playing characters’ – die in een andere realiteitslaag wellicht spelers zijn. Je ontsnapt uit dit doolhof door bij elke kleine afwijkingen subiet om te keren. Gebaseerd op een cultgame over patroonherkenning, leidt herhaling – als in Ravels Boléro – tot crescendo.

In een traumafilm staat normaliter een geblokkeerd persoon centraal en leren we tegen het eind, wellicht via een flashback in slow-motion, hoe dat zo kwam. Niks van dat al bij Nanouk Leopolds Whitetail, waar Jen als tiener in het bos direct een kindje neerknalt na seks met haar vriendje Oscar. Na dit jachtongeluk bevriest Jen en slaat Oscar op de vlucht. Twintig jaar na dato dwaalt Jen als boswachter nog door datzelfde Ierse bos, nu op jacht naar stropers. Ze is stuurs, gesloten, dof – „alsof ze in teer vastzit”, zegt haar vader. Dan keert Oscar terug in dit sfeervol broeiende, fraai gefilmde verhaal over schuld en boete.     

Oekraïener Sergei Loznitsa is een vaste kracht op IFFR, met zijn massadocumentaires én zwartgallige, snoeiharde verhalen uit de (post-)Sovjetruimte. Hier onderzoekt een jonge aanklager Kornev een protest van een oude bolsjewiek die protesteert tegen zijn arrestatie. Kornev koestert de illusie dat zijn werk iets met recht te maken heeft – het is 1937, het jaar van Stalins grote zuiveringen. Hij leer van alles over het kafkaeske, paranoïde doolhof van de Russische bureaucratie. 

Voor de avonturier

Niet helemaal geslaagd, maar des te fascinerend filmexperiment van Mona Fastvold (The World To Come). Fastvold is de partner van Brady Corbet, schreef mee aan zijn epos The Brutalist en toont dat ze zelf ook niet bang is om risico’s te nemen. Haar biopic over Ann Lee, oprichter van de achttiende-eeuwse religieuze sekte de Shakers, is geen film die analyseert of zaken kritisch belicht. Via talloze intermezzo’s met hypnotiserende zang en dans, wordt de kijker wél meegenomen in wat de Shakergemeenschap mogelijk zo aantrekkelijk maakte voor zijn gruwelijk opgejaagde leden.

Nadat hun moeder mysterieus stierf in een gouden ei op een berg, ontmoeten twee van elkaar vervreemde zussen elkaar weer op Gran Canaria. Het wordt nog vreemder. De twee groeiden daar op in een strandresort, met een gevluchte halfberoemde moeder die van pedagogiek weinig begrepen had: nog voor de middelbare school ging de wijn open. Eenmaal terug erven de zussen een half-af esoterisch wellness-resort, met bijna hallucinante effecten. Butterfly is een cynisch, komisch, bizar commentaar op identiteitsvorming en trauma. Eén zus (Helene Bjørneby) faket een handicap, de ander (Renate Reinsve) stort zich wanhopig in de performance-kunst. Reinsve’s toenemend hysterische outfits zijn de bioscoopgang al waard: van een volledig latex zwempak tot een berenvel met choker en gigantische voorbinddildo.

Butterfly

Zo’n dertigduizend Zuid-Afrikaanse soldaten vochten tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de geallieerde zijde. Zwarte soldaten dachten zo te verdienen: loon, stemrecht, onafhankelijkheid. Maar eenmaal thuis wachtte Apartheid. En in het geval van de vader van Ouma Hettie: dezelfde bokken en schrale akker die hij achterliet. Variasies op ’n tema volgt nabestaanden die zo gebrand zijn op van eerlijke compensatie, dat ze vallen voor een zwendel. Telkens is er nog één formulier om in te vullen, nog één financiële bijdrage om te doen. Jacobs en Delmar volgen het proces met ongebruikelijke stilte en poëtische afstand. Maar langzaam borrelen patronen van onderdrukking op.

Variasies op ’n tema

Dansen tot het ego oplost en Nirvana zich opent: de rave is mystiek en tribaal. Cannes ging in mei plat voor Sirât, waarin een vader, een zoon en een hond achter een groep alt-ravers diep de Sahara in trekken op zoek naar de ultieme party. Maar wat is deze helse toch echt? Een pelgrimage naar een heilige schrijn? Mystici die in de woestijn alles verzaken om tot God te komen – en gelouterd terugkeren om zijn woord te verspreiden? Sirât is de ragfijne brug tussen hel en paradijs: een schokkende, daverende cultfilm, zwanger van mystiek.

De vraag is of de diep knerpende bassen van Sirâts’ dj Kangding Ray de nacht van vrijdag 30 januari ook de boxen van Club IFFR in de Rotterdamse Schouwburg zullen opblazen. Hier gaat film over in rave, en dat is niet de enige keer dit IFFR: op vrijdag 6 februari draaien na de première van Guillaume Nicloux’ thriller Mi Amor Irène Drésel en Sizo Del Givry, die de set van dj Romy op Gran Canaria verzorgen tijdens welke haar hartsvriendin Chloé verdwijnt. Die verdwijning lijkt à la Antonioni’s L’Avventura bijna irrelevant te worden – maar wees gerust, de mist trekt op.

Ildikó Enyedi is na haar Oscargenomineerde On Body and Soul opnieuw in vorm. Haar nieuwe meditatieve parel bestaat uit drie losstaande verhalen die zich afspelen rond een ginkoboom op het universiteitsterrein in de Duitse stad Marburg. Het eerste, dat speelt in 1908, draait rond de eerste vrouwelijke studente van het instituut, het tweede gaat over een verliefde jongeman die decennia later voor een geranium zorgt, het derde over een neurowetenschapper uit Hongkong die vast komt te zitten in de verlaten universiteit tijdens de coronapandemie. Het zijn verhalen die geen expliciete parallellen vertonen, behalve dat ze je je gevoel voor tijd en ruimte laten verliezen en laten nadenken over hoe absurd het is te denken dat flora over minder communicatievaardigheden zou beschikken dan fauna.

In nieuwkomer Mascha Schilinski’s The Sound of Falling zien we de levens van vier generaties vrouwen op een Duitse boerderij vervlechten en in elkaar vastraken, van de late negentiende eeuw tot het heden. Zo’n film heb je nog nooit gezien. In een filmisch gedicht van korrelige kleuren en point-of-view-shots zien we een keten van vrouwelijk lijden, trauma en doodsverlangen: de titel verwijst naar de meerdere zelfmoorden in de film. Geduld en een dikke huid zijn geboden, maar wie tweeënhalf uur kunt doorstaan ziet een adembenemende, trieste, labyrintische spookfilm.

Wat doe je als filmmaker met de natuur? Benadruk je vredige holistische verbinding, zoals de film Silent Friend? Of huiver je als Werner Herzog over onze nietigheid tegenover blinde natuurkrachten? Dat doet Carlos Casas in Krakatoa, zowel een installatie als een film, en vernoemd naar ‘de grootste oerschreeuw ooit’: de uitbarsting van de vulkaan Krakatoa in 1883. Een Javaanse visser strandt op een eiland – of droomt hij dat? – en dringt door tot de ingewanden van de aarde. Wat vredig en vochtig begint, wordt gradueel vuriger en intenser, culminerend in een soort elektroshocks. Een extreme ervaring, niet geschikt voor mensen met epilepsie.

Een beeld uit ‘Krakatoa’.

Een filmfestival is niet compleet zonder een experimentele, speculatieve lowbudget sciencefictionfilm die ook nog eens over de camera als tijdreismachine gaat. Dus de film die je dit jaar niet mag missen is Chronovisor van het Amerikaanse filmduo Cosmic Salon. Een Franse neurowetenschapper ontdekt dat Benedictijnse monniken ooit een camera hebben uitgevonden die als een soort live tv belangrijke historische gebeurtenissen opnam/uitzond. Een film waarin niet lichtzwaarden en ruimteschepen het spektakel zijn maar filosofische theorieën. Als eerbetoon aan het hardcore analoge onderzoek in New Yorkse bibliotheken en archieven, is de film op 16mm gedraaid. Daardoor is Chronovisor zelf ook een bewijsstuk voor hun theorie over de magie van de camera.

Source: NRC

Previous

Next