Home

‘Dit had nooit mogen gebeuren’, zegt Hamzah L. over het doodsteken van de 11-jarige Sohani

Hamzah L. (30) betuigt spijt voor het doodsteken van de 11-jarige Sohani, vorig jaar in Nieuwegein. Hij was zichzelf niet, zegt hij tijdens een emotionele zitting in de Utrechtse rechtbank. ‘Ik vraag vergiffenis.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

De zitting is twee uur bezig als de rechter opeens schrikt. ‘Ik zie een streep bij uw hals. Is dat van de zelfmoordpoging van een paar dagen geleden?’ Ja, knikt Hamzah L. ‘De stemmen in mijn hoofd werden me te veel.’

De 30-jarige verdachte zit dinsdag in een overvolle Utrechtse rechtszaal. Schuldbewust kijkt hij naar beneden, terwijl de emoties op de publieke tribune, een paar meter verderop, hoog oplopen. Zo nu en dan klinkt luid gesnik. Nabestaanden pakken elkaars handen, wrijven over elkaars schouders. Hun verdriet gaat door merg en been.

Keer op keer zegt de verdachte: ‘Dit had nooit mogen gebeuren.’

Bekende van politie en zorginstellingen

Op 1 februari vorig jaar stak L. de 11-jarige Sohani dood. Overdag. Midden in een woonwijk in Nieuwegein. Sohani, een lief, zorgzaam meisje dat ervan droomde astronaut te worden, speelde die zaterdag nietsvermoedend op straat. Samen met haar 5-jarige broertje, neefje en nichtje.

Uit beelden van een deurbelcamera blijkt dat de verdachte haar uit het niets vastpakt en twee keer steekt. Een paar seconden later laat L. haar los en valt Sohani’s bebloede lichaam voorover. Andere kinderen stuiven gillend uiteen.

Vrijwel meteen na het fatale steekincident barst kritiek los. L. is een bekende van politie en zorginstellingen. Al jaren gaat hij kliniek in, kliniek uit. Hij hoort stemmen, ziet dingen die er niet zijn en gebruikt soms drugs. Op goede dagen omschrijven mensen hem als een vriendelijke man. Maar gaat het slecht, dan kan hij agressief worden. Zo bedreigde hij eerder zijn moeder met de dood, brak hij in een psychiatrische kliniek de hand van een medewerker en schopte hij een hond.

Buren laten weten al langer bang te zijn, en niet te kunnen begrijpen hoe L. in zo’n kinderrijke buurt kon wonen. Bovendien blijkt dat zij in de dagen voorafgaand aan de fatale steekpartij al vaker de politie hadden gebeld.

Ook de politie uit kort na 1 februari kritiek. De Utrechtse politiechef Michel de Roos waarschuwt dat deze zaak ‘geen incident is, maar het resultaat van een structureel probleem. Als de politiek geen fundamentele keuzen maakt om de zorg voor complexe, psychiatrische patiënten te verbeteren, gaat zoiets gewoon weer gebeuren.’

Afschrikwekkende demonen

Wat zich die fatale dag precies afspeelde in L.’s hoofd, kan de verdachte in de rechtbank niet meer achterhalen. ‘Door psychoses zijn mijn herinneringen wazig geworden’, zegt hij tegen de rechter. ‘Maar ik denk vaker dat anderen demonen zijn, afschrikwekkende personages tegen wie ik mezelf moet verdedigen.’

Ook van de dagen voorafgaand 1 februari zegt L. weinig meer te weten. Zo kan hij zich niet herinneren dat hij twee nachten eerder door de wijk liep te schreeuwen dat hij mensen ‘neer zou steken’. En ook over het feit dat hij op de ochtend van de steekpartij een vrouw met een kinderwagen, uit het niets, met zijn vlakke hand in het gezicht sloeg, zegt hij niks meer te weten.

‘Ik heb erover gelezen in het dossier. Ik weet dat ik het gedaan heb.’ Wat hij zich nog wel vaag herinnert, is het mes dat hij een week eerder kocht bij de Action. ‘Ik was suïcidaal, wilde er een einde aan maken.’

‘Maar dat heeft u toen niet gedaan’, zegt de rechter.

‘Toen ik het kocht, was ik boos en verdrietig. Eenmaal thuis was ik wat positiever’, antwoordt hij. ‘Mijn stemming wisselt altijd.’

Niet toerekeningsvatbaar

Uit onderzoek van het Pieter Baan Centrum blijkt dat de schizofrene L. niet toerekeningsvatbaar was op het moment van de steekpartij. En dus, concludeert het Openbaar Ministerie (OM), is een straf in de gevangenis niet op zijn plek. De verdachte zou naar een streng beveiligde tbs-kliniek moeten, waar hij wordt behandeld tegen zijn wanen en hallucinaties, aldus de officier van justitie.

Vanaf de publieke tribune klinkt gesnik als de aanklager haar eis toelicht. De nabestaanden willen dat L. naast een behandeling ook een celstraf krijgt. ‘Hij kón weten dat drugsgebruik leidt tot extra risico’s’, zegt hun advocaat. ‘Sohani’s ouders worden elke ochtend wakker met de dood van hun dochter, en gaan elke avond slapen met dat besef. Niets is meer hetzelfde.’

De officier van justitie begrijpt die wens om te straffen wel. ‘Maar dat behoort hier juridisch niet tot de mogelijkheden.’ Zij ziet de zaak als een ‘ongunstige samenloop van factoren’. Zo verlaagde L. in de periode voorafgaand aan de steekpartij, en in overleg met zijn arts, zijn dosis antipsychotica. Bovendien viel zijn dagbesteding bij een supermarkt weg wegens vakantie. Hij voelde zich eenzaam en verwaarloosde zichzelf. ‘L. gebruikte drugs als verlichting voor zijn symptomen, hij had onvoldoende besef van de consequenties’, aldus het OM.

‘Ik vraag om vergiffenis’

De verdachte hoort het in stilte aan. Als de rechter hem het laatste woord geeft, haalt hij een papiertje uit zijn broekzak. ‘Ik hoop dat ik behandeld word zodat ik nooit meer zoiets doe. Ik was mezelf niet en ik vergeef het mezelf niet.’ Maar, besluit hij: ‘Ik vraag om vergiffenis.’

Als de rechtszaal even later leegloopt, blijft de familie van Sohani nog even zitten. Ze ogen verslagen, uitgeput. Een van hen houdt een ingelijste foto vast. Het is een afbeelding van een meisje met lange donkere haren en een bril; met een levenslustige blik kijkt ze de lens in.

Op 3 februari doet de rechter uitspraak.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next