Het is vreemd om een boek te lezen over mensen die je een poos van nabij hebt kunnen meemaken. Opeens krijg je een kijkje achter het scherm waar we allemaal datgene verbergen wat de buitenwereld niets aangaat.
Mij overkwam het met het nieuwe boek van Adriaan van Dis: Alles voor de reis, ,,Een roman over liefde en leugens’’, zoals de schrijver zelf aan de titel toevoegt.
Ik leerde Van Dis en zijn omgeving kennen toen ik omstreeks 1985 toetrad tot de redactie van het boekenprogramma op tv Hier is … Adriaan van Dis. Andere redactieleden waren toen Martin van Amerongen, Geert Mak, Hubert Smeets, Louise Fresco, Rudi Wester, Jan Meng, Rudie Kagie en Arend Jan Heerma van Voss. Voor de VPRO namen Roelof Kiers en Cherry Duyns aan de vergaderingen deel, maar zij trokken zich op den duur terug; Van Dis onderhield een nogal gespannen relatie met hen.
De vergaderingen waren luchtig maar vruchtbaar en vonden plaats ten huize van Ellen Jens, de regisseur, in haar achterkamer om precies te zijn. In de voorkamer vertoefde haar man, die soms met ironisch getinte uitroepen de gesprekken aan de vergadertafel van commentaar voorzag. Hem komen we nu in het boek van Van Dis tegen in de gedaante van ‘de Ander’, de echtgenoot in de driehoeksrelatie met Jens en Van Dis.
Deze relatie ontstond in die jaren, maar was nooit onderwerp van gesprek in de redactie. Wie vermoedens had, verzweeg ze. Het was hún zaak. Ellen Jens was een attente, hartelijke vrouw, zeer diplomatiek in het gladstrijken van lastige plooien in de omgang met de redactie en de beroemde gasten. Pas jaren later werd haar relatie met Van Dis een min of meer publiek feit.
En nu ligt dan dit verbazingwekkende boek naast me – een boek dat ik niet had verwacht omdat de drie betrokkenen, Jens voorop, nooit in het openbaar over hun relatie spraken. Ik vroeg me weleens af: hoe hielden ze het zo lang vol, bijna veertig jaar lang, tot aan de dood van Jens, twee jaar geleden?
Dit boek geeft openhartig antwoord op zulke nogal voyeuristische vragen. Het laat zien met hoeveel onvermijdelijke spanningen zo’n relatie gepaard gaat. De ‘Ander’ komt er weinig in voor, maar zijn schaduw hangt voortdurend over de relatie tussen de andere twee. Jens (‘Eefje’ in het boek) wil niet kiezen tussen de twee, dit tot ergernis en wanhoop bij Van Dis. ,,Minnaar in de schaduw’’, noemt hij zich. ,,En ik pikte het. Gelukkig met elke kruimel.’’ En waarom? ,,Een scheiding zou de Ander verwonden. Of erger: hij dreigde met erger … Ik moest hem ontzien. Dus onze liefde niet van de daken schreeuwen.’’
Van Dis noemt zijn boek een roman, ik zou het eerder een combinatie van roman en memoir willen noemen. Voor wat het nog waard is na mijn voorgeschiedenis met Van Dis: ik vind het een subliem boek, niet alleen over ‘liefde en leugens’ maar ook over aftakeling en de dood. Het laatste deel, waarin hij het sterven van Eefje in een hospice beschrijft, is onvergetelijk.
Source: NRC