Begin dit jaar gleed ik over een bevroren A1 richting de vangrail en dacht „jammer”, en „had ik maar een slipcursus gedaan.” Op het nippertje hervond ik de controle over het stuur en dacht: ,,Nu moét ik wel een slipcursus gaan doen.”
En zo reed ik afgelopen week naar een hoog aangeschreven rijvaardigheidscentrum. De instructiemail loog er niet om: er werd benadrukt dat het dragen van slippers tijdens de cursus niet was toegestaan, en ook dat je geen huisdier mocht meenemen. Na een kort welkomstwoord gaf de instructeur mijn groep een hele reeks vervolgtips om onze overlevingskansen in het verkeer te vergroten. De meest memorabele was dat je niet in een wagen moet stappen met mobiel of sleutels in je voorste broekzakken, want bij een botsing kunnen die dingen in je lies schieten.
,,Of erger!”, giechelden de twee negentienjarige jongens naast me.
Terwijl de instructeur doorging met het opsommen van alle risico’s (,,wanneer je vijf kilometer per uur harder rijdt dan toegestaan heb je twee keer zoveel kans om bij een ongeval betrokken te raken dan iemand die dat niet doet!!”) bekroop me de gedachte dat je overlevingskansen op de weg hoofdzakelijk afhangen van anderen, en vooral of zij zich een beetje gedragen. Maar goed, wie het afgelopen jaar ook maar een kilometer op het asfalt heeft doorgebracht, weet dat daar nog wat verbeterpunten zitten.
,,Bedenk”, benadrukte onze cursusleider ten slotte, ,,dat het anderhalf uur kost voor een glas alcohol weer door je lichaam is afgebroken. Dus als je ’s avonds een krat leegzuipt, kan je de volgende dag echt niet veilig de ochtendspits in.”
De negentienjarigen grinnikten dat dat prima kon. Toen we de rijbaan opgingen bleek ook dat zij de training vooral als een stuntcursus zagen. Ze raasden over het terrein, het was net The Dukes of Hazzard maar dan in een Fiat.
,,Je hebt er al-tijd van die types bij”, mopperde de instructeur. ,,Soms denk ik weleens dat ik dit soort trainingen alleen maar geef zodat de overige cursisten leren wat voor idioten er ook de weg op mogen.”
Verderop stapte een van de tieners uit de wagen. Zijn grote zwarte capuchon hing over een gezicht dat bleek was van het vapen, en even leek hij wel een soort eigentijdse Magere Hein.
Toen hij zijn gulp opritste om naast de baan te gaan plassen, stoof de instructeur woedend op hem af. Ondertussen deed ik mijn gordel om voor het laatste onderdeel, en gaf gas. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik Magere Hein lachen tegen de instructeur.
Hoe harder ik wegreed, hoe kleiner hij leek.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC