De vraag is niet óf onze politieke keuzes de komende generaties doorwerken, maar of we bewust kiezen welke toekomst onze keuzes van nu vormgeven.
De formerende partijen zijn eruit. Ze kiezen voor een minderheidskabinet. Het optimisme van na de verkiezingen dreigt alweer te verdampen in de realiteit van deze complexe coalitieoptie. Kunnen de partijen in deze constructie doen wat nodig is, namelijk een goed kompas voor de toekomst van Nederland zijn?
Het belangrijk om de ogen op de bal te houden: op zo’n beetje elk domein zijn de grenzen van wat haalbaar, leefbaar en betaalbaar is in zicht. Wij roepen daarom het minderheidskabinet op: geef richting en een goed kompas voor de toekomst en maak dit prioriteit.
Het gaat niet om naïef optimisme. Het gaat om de vraag die verloren dreigt te gaan in politieke constructies als deze: waar willen we heen? En dan bedoelen we niet over vier jaar, maar over decennia. Welke keuzes willen we maken, maar misschien nog wel belangrijker: welke ruimte willen we ook openhouden voor generaties na ons om hun eigen keuzes te maken?
Over de auteurs
Abe Hendriks is onderzoeker bij Urban Futures Studio’s UU; Annemijn
Oskam is bestuurslid bij Futur Jonge Ambtenarennetwerk; Daan Bos is communicatiestrateeg.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Kijk naar wat er zo’n honderd jaar geleden op de tekentafel van politiek Den Haag lag. De Woningwet van 1921, de Wegenwet van 1927, de Ruilverkavelingswet van 1924. Deze wetten gaven antwoord op urgente vragen: welke fabrieken willen we en waar huisvesten we de arbeiders die daar werken? Hoe faciliteren we de eerste generatie auto’s om ons gemakkelijker te verplaatsen? Hoe voorkomen we honger en maken we de landbouw efficiënter?
Deze wetten deden meer dan problemen oplossen. Ze belichaamden een visie op de samenleving: centraal wonen bij werk, individuele automobiliteit, schaalvergroting in voedselproductie. Die visie vormde decennialang onze leefomgeving en bracht ons welvaart. En nu zijn we op het moment aangekomen dat die visie uit het verleden niet meer past bij wat de samenleving nu nodig heeft. Woningtekorten in krimpregio’s waar de industrie verdween. Auto-opstoppingen waar we blijven bijbouwen. Stikstofcrisis als erfenis van schaalvergroting.
De les is niet dat die keuzes verkeerd waren. De les is dat ze doorwerken, vaak op manieren die pas generaties later zichtbaar worden. En dat ze lock-ins creëren voor toekomstige generaties: we zitten vast in een situatie die niet meer werkt, maar het veranderen van wat ‘normaal’ is geworden blijkt verdomd moeilijk. Dat leert dan ook: flexibiliteit en de ruimte om vroegtijdig bij te sturen is een kostbaar gegeven.
Daarom is dit moment zo belangrijk. Grote opgaven vragen nu om nieuwe keuzes en visie. Energie, digitalisering, wonen, defensie, zorg, water, landbouw: het zijn geen losse dossiers maar vraagstukken die decennia zullen doorwerken. Dossiers die zowel dappere keuzes als flexibiliteit vragen. Als we nu alleen kijken naar wat ‘past’ en wat ‘kan’ in hoe we het altijd al deden, dan kiezen we eigenlijk voor de paden die we kennen. Paden van het verleden, niet van de toekomst. Niet omdat die per se beter zijn, maar omdat ze vertrouwd zijn en omdat ingrijpender alternatieven in een moeizame formatie als eerste van tafel verdwijnen. Terwijl elke keuze die wordt gemaakt doorwerkt voor toekomstige generaties, en het gesprek daarover wordt niet gevoerd.
Daarom is het juist nu belangrijk dat de toekomst aan tafel zit. Met de toekomst aan tafel bedoelen we niet alleen jongeren die een enkele keer worden uitgenodigd om mee te praten, maar dat de stem van toekomstige generaties een vaste plek heeft aan besluitvormingstafels. Dus roepen we de politieke partijen op: installeer op elk ministerie een eigen toekomst-ambassadeur die de toekomst aan tafel zet bij de keuzes van vandaag.
Een goed voorbeeld is er al: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en de Deltacommissaris hebben Mare de Wit als toekomst-ambassadeur voor water en klimaatadaptatie aangesteld. Zij stelt bij elk groot dossier expliciet de vraag: wat laten we hiermee achter voor toekomstige generaties, welke samenleving creëren we hiermee over twintig, vijftig jaar? En wie mag over die toekomst meepraten?
Daarbij gaat het niet om dromen. Het gaat om bewust kiezen. Want de vraag is niet óf onze keuzes doorwerken, maar of we bewust kiezen welke toekomst onze keuzes vormgeven. Laten we dat goede voorbeeld volgen en verder inzetten bij alle ministeries.
Het optimisme van na de verkiezingen voelde als een doorbraak omdat het perspectief bood. Dat perspectief verdient het om niet verloren te gaan in een moeizame coalitievorm met onzekerheid over of plannen een meerderheid halen in de beide Kamers. Door dat optimisme vast te leggen in een werkwijze maken we ruimte voor de vraag wat we willen worden, niet alleen wat we nu moeten oplossen.
Over honderd jaar kijkt een volgende generatie terug op 2026 als een tweesprong: hielden we vast aan het verleden en bleven we daarom doen hoe we het altijd al deden? Of durfden we de toekomst centraal te stellen? D66, VVD en CDA zijn daarvoor nu aan zet.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant