Een jaar geleden trad Donald Trump aan met de belofte het leven van Amerikanen betaalbaarder te maken. Dat is niet gebeurd, constateren ook zijn kiezers in het aartsconservatieve Kentucky. Maar of ze hem daarom de rug toekeren?
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit de staat Kentucky.
Tranen trekken banen over de wangen van James Young. Druppels in zijn witte baard. Met bevende vingers tikt hij ze weg. ‘Komt door de wind’, zegt Young in een wolk van condens. ‘Die verdomde kou.’ Géén verdriet dus. Maar denk niet dat hij een goede dag heeft.
‘Nee, het gaat niet goed’, zegt Young (58) in Bardstown, een stadje in de conservatieve Amerikaanse staat Kentucky. Over de bevroren grond schuifelt hij naar de apotheek. ‘Het gaat niet goed met mij en niet met dit land.’
Young haalt morfine voor zijn moeder in het hospice. Die heeft net haar zorgverzekering verloren, na Republikeinse bezuinigingen. Hijzelf kan die pillen nauwelijks betalen. Dit jaar sloot de afkickkliniek waar Young werkte – óók al door bezuinigingen uit Washington. Intussen steeg zijn huur met honderden dollars. Boodschappen worden steeds duurder, de stroomprijzen schieten omhoog. Bedrijven en fabrieken in de regio krimpen of sluiten.
‘We hebben het hier gewoon zwaar’, zegt Young, die als conservatief een diepe teleurstelling voelt in de Republikeinse regering. ‘Er is helemaal niets verbeterd.’
Het is een jaar geleden dat Donald Trump, na een tumultueuze campagne, opnieuw aantrad als president. Zijn beloften waren glashelder: een snoeiharde immigratieaanpak (komt hij na). Het vervolgen van critici (doet hij). Een ontmanteling van klimaat-, diversiteits- en buitenlandbeleid (idem). Maar zijn belangrijkste boodschap, die hem echt over de streep trok: Trump zou het leven van Amerikanen weer betaalbaar maken.
‘Vanaf dag één’, beloofde Trump, ‘zullen wij de prijzen omlaag brengen.’ Hij muntte er een slogan voor: Make America Affordable Again. Dat is niet gebeurd.
Kosten van levensmiddelen, huisvesting, vervoer en zorg stijgen. Binnen de onder- en middenklasse leggen salarissen het af tegen inflatie. De industrie die Trump zou laten bloeien in het Amerikaanse hartland krimpt door – niet in de laatste plaats vanwege handelstarieven die hij zelf heeft ingevoerd.
Het zijn de Republikeinse (‘rode’) staten – vaker afhankelijk van landbouw en industrie, met lagere inkomens en opleidingsniveaus – die buitenproportioneel worden getroffen. In het vuurrode Kentucky, befaamd om zijn muziek, paarden en bourbon, is dat niet te missen.
Maar waar leiden al die gebroken beloften toe?
De geur hangt er nog. Graan, stoom, het weeïge aroma van alcohol. Toch staan de stalen distilleertanks van de James B. Beam Distilling Company, bekend van ’s werelds populairste bourbonmerk Jim Beam, deze dagen leeg. Lucht in plaats van 95 duizend liter borrelende brouw.
Jim Beam heeft zijn historische distilleerderij in Clermont, met wortels in 1795, voor de rest van het jaar stilgelegd. De export van Kentucky’s meest iconische product is gekelderd. Een gevolg van de handelsoorlog die Trump ontketende tegen Canada, Europa en Japan.
‘We ontvangen hier allemaal brieven’, zegt werknemer Devin Greenwell (45), achter een loopband vol lege flessen. ‘Van willekeurige mensen. Jullie verdienen dit, jullie hebben op Trump gestemd.’
De economie van Kentucky drijft op import en export, meer dan vrijwel elke andere Amerikaanse staat. Trumps heffingen hakken erin. Giganten als Jim Beam kunnen dat dragen. ‘Wij gebruiken dit moment om de fabriek te vernieuwen’, aldus Greenwell. ‘Maar ik weet niet hoe de kleintjes dit volhouden.’
Een aantal distilleerderijen, fabrieken en andere bedrijven in Kentucky moesten de deuren al sluiten. En niet alleen hier. Een jaar na Trumps aantreden is de Amerikaanse industrie met een kleine 70 duizend banen gekrompen. Niet bepaald de beloofde ‘Gouden Eeuw’.
De sfeer in de Verenigde Staten is, zacht gezegd, pessimistisch. Volgens een recente peiling van CNN is 61 procent van de Amerikanen ontevreden over Trumps economische beleid. Slechts 32 procent gelooft dat Trump oog heeft voor de problemen van gewone burgers. Het consumentenvertrouwen daalde dit jaar met een kwart.
Begin 2025 verwachtten zes op de tien kiezers dat hun leven dat jaar zou verbeteren. Deze januari zijn dat er nog maar vier op de tien – het statistisch equivalent van teleurstelling.
Intussen zien kiezers hun president zichzelf verrijken met cryptohandel. Laat Trump het Witte Huis voor honderden miljoenen dollars verbouwen. Haalt hij dagelijks het nieuws met agressieve geopolitiek, zoals de inval in Venezuela en dreiging jegens Groenland, terwijl hij binnenlandse zorgen over affordability – nu hijzelf president is – afdoet als een ‘Democratische hoax’.
‘Ik geloof niet dat Trump zich aan zijn woord houdt’, zegt reservist Dalton Ginn (28) in de uitgestorven hoofdstraat van Vanceburg, een dorpje in het armoedige oosten van Kentucky. ‘Politici zeggen van alles om verkozen te worden. Het gaat erom wat ze doen als ze er eenmaal zitten.’
Ook hier, zegt Ginn, verbetert niets. In de vestibule van de failliete bioscoop hangt nog altijd een poster van een film met Matt Damon uit 2013. Vorige maand sloot de laatste apotheek. Op straat weerklinkt slechts het gefladder van duiven. Ze schieten door het ene raamloze kozijn naar het volgende. Ginn: ‘Is dit nou America First?’
Kentucky ligt op een geografisch en cultureel snijvlak. Het westen, met zijn uitgestrekte ranches en gouden graanvelden, voelt als de klassieke Amerikaanse ‘Midwest’. Het broeierige zuiden, thuis van de bluegrass-muziek, behoort eerder toe aan de ‘Deep South’. De heuvels vol steenkool oostwaarts lopen naadloos over in het ‘Appalachia’ van Ohio en West Virginia.
Die touwtrekkende invloeden, zeggen inwoners, geven de staat een unieke identiteit. En een eigenwijsheid. Kentucky hoort nergens écht bij.
Het is daarom niet verwonderlijk, hoor je hier, dat juist deze staat zulke contraire politici voortbrengt. Hoewel aartsconservatief – Trump won hier met 65 procent van de stemmen – zijn de Republikeinse vertegenwoordigers van Kentucky opvallend vaak bereid om, in tegenstelling tot het gros van hun ambtgenoten, op te staan tegen de president.
Senator Mitch McConnell is een bekende criticus van Trump. De libertaire senator Rand Paul vaart al jaren zijn eigen koers. Maar het is vooral Congreslid Thomas Massie, afkomstig uit het verwelkte Vanceburg, die nu opzien baart.
De 55-jarige Massie vocht voor vrijgave van het Epstein-dossier. Trumps agressie jegens Venezuela en Groenland noemt hij onwettig. Het Congreslid is een uitgesproken tegenstander van importheffingen. Maar bovenal geldt Massie als het gezicht van een groepje uiterst rechtse Republikeinen, onder wie ook de afgetreden Marjorie Taylor-Greene, die opperen dat ‘America First’ en de wensen van Donald Trump wellicht niet langer samengaan.
In tijdschrift The Atlantic beschrijft auteur Yair Rosenberg de onwrikbare trouw van de achterban van Donald Trump. ‘Trumpisme’, schrijft hij, ‘is niet neo-isolationistisch of neoconservatief, vóór terughoudendheid of voor interventie. Het is niet vóór arbeiders of vóór miljardairs. Het is wat Trump zegt dat het is.’
Maar politici als Massie en Greene menen dat de huidige teleurstelling van kiezers ruimte biedt voor een ‘America First’-beweging voorbij Trump. Zij willen juist teruggrijpen naar diens oorspronkelijke belofte: een focus op het binnenland, weg van buitenlandse interventie.
‘Het is koorddansen’, zegt het lokale Congreslid Savannah Maddox (38) in Kentucky. Zij beschrijft zichzelf als een ‘Massie Republican’, in de voetsporen van haar prominente staatsgenoot. ‘Je mag als Republikein nóóit worden gezien als anti-Trump, dan luistert niemand meer naar je. Ik ben ook niet anti-Trump. Maar ik denk wel dat de partij te veel is gaan draaien om loyaliteit en te weinig om beleid.’
Maddox beschrijft wat Amerikanen een catch 22 noemen: rechtse politici buigen nu voor Trump omdat ze geloven dat zij anders niet kunnen winnen. Daardoor ziet het electoraat uitsluitend politici die zich kritiekloos met Trump vereenzelvigen. En dat versterkt weer zijn vermeende onfeilbaarheid.
‘Thomas Massie laat zien dat het anders kan’, zegt Maddox. ‘Hij blijft trouw aan zijn conservatieve principes, ook wanneer Trump dat niet doet. Onze loyaliteit behoort niet toe aan één persoon, maar aan onze kiezers.’
Daar denkt Trump anders over. De president zond dit najaar zijn campagneteam naar Kentucky om te speuren naar geschikte tegenkandidaten. Zij ontdekten Ed Gallrein, een voormalige Navy Seal die wél absolute trouw belooft. Op de vleugels van Trump haalde Gallrein al ruim een miljoen dollar aan campagnefinanciering op. ‘Hij moet worden weggestemd’, aldus Trump over Massie.‘Een totaal onsuccesvolle LOSER die ons tegenwerkt.’
Zo zal in het eigenwijze Kentucky een waterscheiding plaatsvinden voor de America First-beweging. Is Trumps teleurgestelde achterban straks inderdaad klaar om kandidaten te steunen die de president afwijst? Of blijven zij Trump trouw, zelfs nu het pijn doet?
‘Thomas krijgt mijn stem’, zegt bouwvakker Chad Clarke (31) in Massies woonplaats Garrison. Hij wijst naar het rangeerterrein tegenover zijn huis. ‘De spoorweg is de enige overgebleven werkgever in de omgeving. Ze betalen nog geen 16 dollar per uur. Echt, wij hebben mensen nodig die zich om ons bekommeren. Massie is zo iemand.’
Maar zelfs diens eigen woonplaats is verdeeld.
‘Ik denk dat het gedaan is met Massie’, zegt restauranthouder Stephany Stone (38) achter de groene toonbank van de Farmhouse Kitchen, op een steenworp van Massies huis. Hier, naast de sissende gril, nam het Congreslid ooit een campagnefilmpje op. Maar nu Trump zich van haar buurman heeft afgekeerd, doet zij datzelfde.
Stone heeft het óók zwaar. Afgelopen jaar is ze flink gaan bijbetalen voor het rundvlees in haar hamburgers. Ze zou willen dat Trump meer voor haar deed. De tv boven de toonbank vertoont geen nieuws meer (‘te deprimerend’), maar herhalingen van The Little House on the Prairie. En toch. ‘Wat kan ik zeggen? Wij houden van Trump.’
In het ijskoude Bardstown, de zelfverklaarde ‘Bourbon Capital of the World’, heeft James Young voor de deur van de apotheek nog wat contrair advies voor zijn mede-Kentuckians: geef de hoop gewoon op. ‘Ons land zal altijd worden bestuurd door mensen geboren met zilveren lepels in hun mond. Wat weten zij nou van onze zorgen?’
Die draaien voor Young vooral om zijn 79-jarige moeder, die niet lang meer te leven heeft. ‘Ze zeiden een half jaar. Dat is nu zes maanden geleden.’
Young heeft lang moeten rijden naar speciaal deze apotheek. Op andere plekken bleek haar morfine niet meer leverbaar. De oorzaak: een landelijk tekort, aangewakkerd door Trumps importheffingen. Young veegt een nieuwe wintertraan van zijn wang. ‘Je kunt maar beter gewend raken aan teleurstelling.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant