Home

Deze vrijwilligers laten alles vallen om te zoeken naar vermiste personen: ‘We komen – óók midden in de nacht’

In urgente vermissingszaken belt de politie het Veteranen Search Team. Gemiddeld eens per drie dagen laten deze gespecialiseerde vrijwilligers, veelal oud-militairen, alles vallen om te zoeken naar het vermiste kind, de weggelopen oudere met dementie of een ontsnapte psychiatrische patiënt.

is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

Het is al donker als Dennis van der Kraats (51) na een lange dag in zijn auto stapt. Het is stervenskoud. Hij zucht. ‘Verdomme’, denkt hij, ‘wáár hebben we iets gemist?’

Van der Kraats is oprichter van het Veteranen Search Team, een club van ruim 2.900 veteranen die zich inzet voor zoekacties naar vermiste mensen in Nederland. Het zijn vrijwilligers, veelal afkomstig van defensie, die in hun vrije tijd oproepbaar zijn door de politie. Vandaag hebben negentig van hen voor de derde dag op rij samen met honderden betrokken burgers gezocht naar de 16-jarige Milan, een Oekraïense jongen met een verstandelijke beperking. Milan, die niet goed kon praten, ging eind vorig jaar een wandelingetje maken in Heemskerk, en kwam niet meer terug.

Keihard moment

En nu beleeft Van der Kraats een keihard moment. Zojuist nam hij samen met de politie het besluit zijn veteranen niet langer te laten zoeken naar Milan. Het raakt hem. Want met zijn allen willen ze maar één ding: deze jongen naar huis brengen.

‘We hadden elke vierkante meter in het gebied gezien, nergens waren nog aanknopingspunten’, zegt hij. ‘Ik had politiemensen gesproken van wie ik dacht: ben jij de afgelopen drie dagen überhaupt wel thuis geweest? Dan kun je de cirkel groter en groter maken, maar dan is dat niet logisch meer. Dan put je mensen alleen maar uit.’

Eigenlijk heeft hij er een hekel aan als ‘burgers’ door hun sectoren, hun aangewezen gebieden, lopen, zegt hij. ‘Maar in dit geval was ik er blij mee: veel stukken waren twee keer doorzocht.’

‘We doen dit 24 uur per dag, 7 dagen in de week. We komen – óók midden in de nacht’

Gefrustreerd rijdt hij die avond naar huis. De telefoon blijft aan. Want over een uur kan er zomaar een nieuwe aanwijzing zijn in de Milan-zaak. Of een ándere vermissing. ‘We doen dit 24/7’, zegt Van der Kraats in hun commandocentrum in Huis ter Heide. ‘We komen – óók midden in de nacht.’

Dit is het Veteranen Search Team, een groep gespecialiseerde spoorzoekers op land die uitsluitend verdrietige zaken tegenkomt.

De afgelopen weken voerden ze meerdere acties uit onder barre winterse omstandigheden. In de avond en nacht van 10 januari zochten ze urenlang in de vrieskou naar een 8-jarig jongetje uit Steenwijk dat tijdens het buitenspelen was verdwenen. Voor het restaurant van zijn ouders werd hij onder het ijs gevonden. Hij was niet meer in leven. Begin januari speurden ze in de sneeuw naar de 19-jarige Mick, een jongen met een verstandelijke beperking die in een sportbroekje vertrok vanuit Helmond. Hij werd in het water gevonden – eveneens overleden. Ook zochten ze op 5 januari naar een 13-jarig meisje op de Bussumse hei. Zij werd levend aangetroffen.

Milan, voor wie drie dagen lang alles op alles was gezet, werd een dag later dood in het water in Beverwijk gevonden door de politie.

Inschatting

Toen het Veteranen Search Team (VST) negen jaar geleden begon, maakte oprichter Dennis van der Kraats een inschatting. ‘Ik dacht’, zegt hij, ‘dat we misschien één of twee vermissingen per jaar zouden doen.’

Dat liep even anders. Het afgelopen jaar rukten ze 132 keer uit. Want ook bij zaken die doorgaans in de luwte blijven, zijn ze er. Bij verdwaalde ouderen met dementie. Weggelopen psychiatrische patiënten. Mensen die verdwijnen om een eind aan hun leven te maken.

Gemiddeld eens in de drie dagen is een vermissing zo urgent dat de politie hen inschakelt via de landelijke meldkamer. Na zo’n oproep krijgt de coördinator van de veteranen rechtstreeks toegang tot alle informatie van de politie over de vermissing; sinds 2023 hebben ze hierover een convenant. Als wordt besloten tot een zoekactie gaat er een app naar alle aangesloten veteranen in Nederland. Iedereen die wil komen drukt op de groene knop, laat dan alles uit zijn handen vallen en begint te rijden. Dan komen ze met zestig, tachtig, soms wel honderdtwintig mensen.

Op hetzelfde moment vertrekt ook de witte commandobus vanuit hun hoofdkwartier, een kazerne in Huis ter Heide. De bus, die ze zelf in elkaar hebben geklust, bevat computers, gespecialiseerde zoekapparatuur, en portofoons waarmee ze rechtstreeks contact hebben met de ‘Zulu’, de politiehelikopter.

Na een oproep haken steevast één of twee politiemensen aan in de bus: gezamenlijk bepalen ze de plekken waar wordt gezocht.

Al hun vrijwilligers zijn ‘geüniformeerden’: veteranen, politiemensen, brandweerlieden, marechaussees, boswachters. Met zo’n achtergrond is het stukken makkelijker bevelen op te volgen. Iedereen wordt van tevoren gescreend.

Ruis

Burgers? Die geven alleen maar ruis. ‘We kunnen hier ongezouten roepen dat iemand een eikel is, en dat-ie lekker thuis moet gaan zitten als hij het ergens niet mee eens is’, zegt Van der Kraats. ‘Bij burgers raak je dan meteen een gevoelige snaar. Bij ons is iedereen dat alweer vergeten zodra de koffie komt.’

‘Ik merk wel altijd of ik iemand van defensie of van de politie in de groep heb’, zegt oud-politieman en groepscommandant Frank Vingerhoets. ‘Als ik zeg: dit gaan we doen. Dan gaan de defensiemensen meteen voorwaarts. De politiemensen beginnen dan: ‘Hebben we hier wel aan gedacht?’, ‘Is de telefoon van de vermiste uitgepeild?’, ‘Waar is zijn bankpas?’ Ze blijven toch denken met een blauwe pet.’

Sommige zoekacties duren dagen. En die krijgen steeds meer slagkracht: waar in de beginjaren 10 procent van de vermisten werd teruggevonden, ligt dat nu rond de 60 procent. In 40 procent van de gevallen leeft de vermiste nog. In het begin was dat 10 procent.

De veteranen werken vanaf het begin alléén op verzoek van de politie. Op privévragen van families – en die krijgen ze regelmatig – gaan ze nooit in. Hoe erg het ook lijkt.

Sporen

‘Stel dat een man een dramatische oproep op Facebook doet over zijn vermiste vrouw’, zegt Van der Kraats. ‘Als wij daar ongeïnformeerd op inspringen, dan brengen we misschien wel iemand thuis die helemaal niet naar huis toe moet. Of verstoren we een sporenonderzoek van de politie.’

Op dat laatste letten ze sowieso. ‘We hebben weleens iemand gezocht die een afscheidsbrief had achtergelaten. Maar toen we de persoon, die echt een vreselijk leven had gehad, terugvonden, bleek het tóch moord. Als we daar als een stoomwals door het gebied waren gegaan, hadden we veel sporen verziekt.’

Dat het Veteranen Search Team er kwam, is toeval. Van der Kraats zat destijds ziek thuis, na militaire missies in Bosnië en Afghanistan. In Afghanistan was hij verkenner en speurde hij naar Taliban. Op zijn eerste dag verloor een collega beide benen door een bom. Zelf vocht hij urenlang voor zijn leven in het veld. ‘We zaten niet in Center Parcs’, zegt hij. ‘Dus ik was niet verrast dat we onder vuur kwamen te liggen. Maar ik vond dat mijn commandant verkeerde beslissingen nam. Ik voelde me niet gesteund.’

Dat ene telefoontje

Naderhand kreeg hij last van woedeaanvallen, slaapproblemen en paniek. Zijn boosheid was nooit fysiek, stelt hij, maar wel ‘buitenproportioneel’. ‘Ik kreeg het maar niet onder controle.’ En zo belandde hij in een behandeltraject. Tot in 2017 dat ene telefoontje kwam.

Anne Faber was vermist en haar familie had defensie opgeroepen te helpen zoeken. Dat lukte niet. ‘Dus toen dachten ze aan the next best thing’, zegt Van der Kraats. ‘Veteranen.’

‘Mijn vrouw Mariska werd gebeld door advocaat Michael Ruperti, zelf ook een veteraan. Hij wist dat we een groot netwerk hadden. Zijn zoon zat in de mentorklas van de vader van Anne. Dus hij vroeg: kunnen jullie iets betekenen? We dachten er 2 seconden over na. Binnen twee uur hadden we tweehonderd man op de been.’

Zes dagen lang kamden ze alles uit. Nog datzelfde jaar besloten ze te professionaliseren, en was de stichting VST een feit.

Zelfbescherming

Destijds had hij één voorwaarde: geen contact met de familie. ‘Ik wilde niet te emotioneel betrokken raken’, zegt hij. ‘Pure zelfbescherming.’

Hij lacht even. ‘Binnen 2 minuten had ik toen de stiefmoeder van Anne aan de telefoon.’ Toch is het een formule die ze altijd strikt zijn blijven hanteren: het is de politie die met de familie spreekt – ook om de communicatie zuiver te houden.

‘Ga even na bij jezelf: ben jíj vandaag degene die iemand moet vinden? Ook als hij overleden is?’ Aan het begin van elke zoekactie stelt de commandant deze vragen aan zijn mensen. Want ze moeten op alles voorbereid zijn. ‘Bij één op de tien acties draait iemand zich op dat moment om’, zegt Van der Kraats. ‘Wij zeggen dan: drink even een bakje koffie – en de volgende keer ben je net zo welkom.’

Oud-militair en Kosovo-veteraan Cindy van Vliet (45) weet nog hoe ze naar haar eerste zoekactie ging. ‘Het was donker in het bos en ik scheen met mijn zaklamp op de grond. Tot de commandant tegen me zei: Cindy, ook in de bomen kijken, hè? Op dat moment kroop ik even in elkaar. Ik dacht: o nee, hang alsjeblieft niet daar.’

‘Die vrouw lag er al een tijd. Mensen kunnen zich niet voorstellen hoe zoiets eruitziet’

Oud-brandweerman en plaatsvervangend groepscommandant Herman Rijntjes (62) zag met eigen ogen wat het vinden van iemand kan aanrichten. Hij draait al zeven jaar mee. ‘We zochten een oudere dame’, vertelt hij. ‘En opeens kwam er vlak voor ons een burger het bos uit rennen. Hélemaal in paniek. Hij probeerde 112 te bellen.’

De man bleek een bekende van de vermiste. ‘Hij wist waar ze altijd haar hondje uitliet, dus hij dacht: ik ga even kijken. Tja. Die vrouw lag er al een paar dagen. Hij was zo in shock dat hij 112 niet meer te woord kon staan. Dat heb ik toen voor hem gedaan. We hebben een ambulance voor hem moeten bellen.’

Hij haalt even adem. ‘Ik ga dit nu even keihard zeggen, maar in de bossen zitten wilde zwijnen, wolven, roofvogels. Mensen kunnen zich niet voorstellen hoe zoiets eruitziet.’

Rijntjes: ‘Als het mijn kind was, zou ik me ook door niets of niemand tegen laten houden. Het is geweldig dat zoveel mensen willen helpen. Maar bij dat jongetje in Limburg (de zoekactie naar Gino in juni 2022, red.) zag ik gewoon mensen door het bos lopen zoeken met kínderen aan de hand.’

Speurders

Ze hebben de laatste tijd ook vaker last van een nieuw soort speurders. ‘Als er een onbekende drone boven ons hangt, stoppen we meteen met zoeken’, zegt Van der Kraats. ‘Dat is al bij meerdere acties gebeurd. Je raakt dan de regie over je beelden kwijt. Vaak is de politie er vrij snel achter waar ze zijn.’

Zelf hanteren de veteranenteams strakke protocollen. Hun nieuwsgierigheid bedwingen ze, dat is de code. ‘Als we in linie lopen en een van ons ziet op 50 meter afstand iemand in een boom hangen, dan roept hij ‘halt’, zegt Rijnjes. ‘Zodra we dat horen, draait iedereen in de linie zich om. Alleen de groepscommandant en de EHBO’er gaan naar het slachtoffer.’ Zo ontstaat er zo min mogelijk ‘netvliesvervuiling’.

Om een gebied uit te kammen, lopen de veteranen in teams van vijftien man ‘op linie’, naast elkaar. Aan de uiteinden lopen de ‘flanken’. Zij hangen om de paar meter wc-papiertjes (want milieuvriendelijk) aan de bomen om de grenzen van het onderzochte gebied te markeren. Achter hen loopt de groepscommandant. Na een tijd ‘klappen ze om’ en gaan ze aan de slag in de aangrenzende strook.

Verkenner

Als verkenner fungeerde Van der Kraats in Afghanistan als de ‘ogen en oren’ van zijn bataljon: hij spoorde de positie van de vijand op. Dat bleek een handige achtergrond. ‘Toen we begonnen, hebben we gewoon het verkennersprotocol van de landmacht gekopieerd’, zegt hij. ‘Daar hebben we de vijand uitgehaald, en de vermiste ervoor in de plaats gezet.’

Ze leiden mensen op in specialismen, zoals het bedienen van drones, warmtebeeldkijkers, nachtzichtkijkers, onderwaterdrones. Ze hebben geo-analisten, gespecialiseerd in kaarten en satellietgegevens, en gespecialiseerde spoorzoekers, zogeheten trackers. En dat allemaal dankzij donaties van particulieren. ‘Wij hebben spullen waar de politie alleen nog van kan dromen – maar zij hebben uiteraard meer te doen dan alleen vermissingen.’

Bij zoekacties ziet Van der Kraats de laatste jaren iets opvallends: ‘Wij krijgen heel veel meldingen over mensen met dementie die vermist raken vanuit zorginstellingen. Ik durf dat gerust schering en inslag te noemen. Die mensen komen gewoon óm.’

In 2020 werd de Wet zorg en dwang van kracht, waarin onder meer werd ingezet op minder vrijheidsbeperkende maatregelen voor mensen met dementie. Sindsdien hanteert een toenemend aantal zorginstellingen een opendeurenbeleid: deuren tussen afdelingen blijven open.

‘Mooi dat iedereen blij is met die wet’, zegt Van der Kraats. ‘Maar dan moet je wel de randvoorwaarden scheppen.’ Hij somt op wat ze nu zien: ‘Buitendeuren die openstaan, terwijl ze dicht moeten zijn. Gps-trackers om mensen te volgen die niet opgeladen zijn. Instellingen met nul komma nul camerasysteem. Of camera’s die gewoon niet functioneren. Als je niet eens weet welke kant iemand op is gegaan, dan verlies je zo veel tijd.’

Nepbushalte

Van der Kraats ziet hoe dat anders gaat in Duitsland. ‘Daar heeft een grote zorgorganisatie bij elke instelling voor ouderen twee nepbushaltes neergezet – aan elke kant van de weg één. In die haltes hangen cameraatjes. Mensen gaan daar gewoon zitten om op pad te gaan. Die halen ze dan na een kwartiertje weer op.’

Het zoeken naar een dementerende is totaal anders dan het speuren naar een suïcidaal persoon, zegt hij. ‘Iemand die suïcide wil plegen, zoekt meestal een stille of zelfs een mooie plek op. Mensen met dementie vinden we vaak juist vlak bij de weg.’

Tussen de veteranen zit ook een klein deel met een ‘gebruiksaanwijzing’, zoals ze dat zelf noemen. Het zijn mensen die hiervoor thuiszaten met PTSS, zegt Rijntjes: ‘Sommigen waren totaal uitgeblust, werkten niet meer.’ Vrienden sleepten hen mee naar het VST. Dat bleek een gouden zet.

‘Door PTSS had ik eigenlijk niks meer. Het team voelde als een warme deken’

Een van hen is Frank Vingerhoets. Hij was militair en werkte twintig jaar bij de politie. Hij wil er niet veel over kwijt, maar hij kreeg te maken met heftig geweld tegen hulpverleners. ‘Het komt erop neer’, zegt hij, ‘dat ik de dood een paar keer in de ogen heb gekeken.’

Vingerhoets werd afgekeurd wegens PTSS. ‘Ik had eigenlijk niks meer’, zegt hij. ‘Ik had een heel kort lontje, ik was mijn vrienden kwijt. Alles was weg.’

VST-oprichter Van der Kraats vroeg hem mee naar een zoekactie, maar pas na lange tijd besloot hij te gaan. In mei 2022 vertrok hij met veel adrenaline in zijn lijf naar een bos in Breda. Daar vond hij de sfeer van de kazerne. ‘Toen ik aankwam, zag ik meteen twee jongens met wie ik vroeger vaak motor reed. Ze hadden aan een half woord genoeg. Het voelde als een warme deken.’ Het zoeken maakte zijn hoofd leeg. ‘Ik was meteen verkocht.’

Nuttig zijn

PTSS is een onbeheersbaar ding dat niet door iedereen wordt begrepen. Hiervoor vroeg hij de gemeente om vrijwilligerswerk. ‘Daar zeiden ze: o ja, PTSS, wat vervelend zeg. Maar vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend, u moet daar wel elke dag om 8 uur zijn. Ik zei: nou, dan gaat het niet door.’ Bij het VST werkte het anders. Als hij zich niet goed voelt – en dat komt voor – drukt hij bij een oproep op ‘afwijzen’.

Nu, drieënhalf jaar later, heeft hij bij elkaar 140 inzetten gedraaid. Hij volgde interne opleidingen en ontwikkelde zich tot tracker (spoorzoeker) en ook tot groepscommandant, een functie waarbij hij weer ‘druk op de ketel’ kan verdragen. Recentelijk ging hij drie dagen op zoek naar Milan en zocht hij op één dag zelfs twee keer achter elkaar: naar een 49-jarige vrouw in Zevenhoven én naar de 19-jarige Mick in Helmond.

Het Veteranen Search Team, zegt hij, heeft hem van de bank getrokken. Hij voelt zich weer nuttig.

‘Veteranen met PTSS zijn vaak prima in staat om mensen te zoeken’, zegt Van der Kraats. ‘Dat zijn geen kwijlende, zielige vogeltjes. Die willen iets dóén. Ik hoor vaak: die en die zit thuis te vegeteren, die kan niet zo veel meer. Dan zeg ik altijd: laten we eerst kijken wat hij wél kan. Zo hebben we meerdere mensen weer op de arbeidsmarkt gekregen.’

Emoties

Hoe strak de protocollen ook zijn, hoe professioneel ze ook werken, ze ontkomen er niet aan dat een zoektocht hen soms plotseling raakt.

Herman Rijntjes zat 35 jaar bij de brandweer en 10 jaar op de ambulance. Hij verloor collega’s in het vuur, zag collega-brandweermannen ernstige brandwonden oplopen, vond mensen die een eind aan hun leven hadden gemaakt op het spoor en raakte zelf ernstig gewond. Eigenlijk probeert hij emoties bij het zoeken een beetje op afstand te houden. Maar er zijn ook momenten waarop dat niet meer lukt.

Hij vertelt over de Schotse Matthew van 21 die in 2020 verdween in Amsterdam. Zijn wanhopige familie plaatste overal oproepen. Pas na ruim twee weken zoeken werd hij gevonden: in het water.

‘We kwamen als team net uit het park toen er een politiewagen aan kwam rijden. De oom of de vader stapte uit. Die man was hélemaal in tranen. Hij bleef maar buigen en zwaaien en ons bedanken. Als er geen covid was geweest, had hij ons omhelst. Normaal komen we niet in aanraking met de familie. Met ons hoofd een beetje naar beneden zijn we langs hem gelopen. We zagen alles door elkaar: dankbaarheid, opluchting en ook dat vreselijke verdriet.’

‘Je weet het natuurlijk wel’, zegt de veteraan. ‘Maar ineens zagen we wat het met een familie doet als je iemand thuis brengt.’

ZOEKSTRATEGIE

Voor het opsporen van iemand met dementie gebruiken de veteranen oude landkaarten. ‘Mensen zijn vaak op zoek naar iets uit het verleden’, zegt brandweerveteraan Herman Rijntjes. ‘Die kaarten gaan terug tot rond 1900. Door ze te vergelijken met nu, kun je punten aanwijzen waar mensen vastlopen: een spoorlijn die er vroeger niet was, een snelweg.’

Bij het zoeken naar suïcidale personen speelt leeftijd een rol. ‘Ouderen maken er vaak meer een ritueel van’, zegt oprichter Van der Kraats. ‘Ze kiezen voor een bijzondere plek: een mooi uitzicht, ergens waar ze zich enigszins fijn voelen. Jonge mensen zijn doelgerichter. Zij besluiten, gaan de deur uit naar een bepaald punt – en daar gebeurt het. Het betekent dat je nóg sneller moet zijn. Bij ouderen is de kans groter dat we hen levend vinden.’

Veel vermisten worden in het water gevonden. Veteranen horen geregeld terug dat een vermiste stond te plassen aan de waterkant. ‘Wij maken, helaas, heel vaak mee dat iemand met zijn gulp open wordt gevonden’, zegt Van der Kraats. ‘Het is het eerste waar de politie naar kijkt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next