De Zitting Tijdens een anti-immigratieprotest werden in oktober tientallen personen gearresteerd, onder wie de 49-jarige Simon. Hij wordt vervolgd wegens groepsbelediging. „Nederland gaat naar de klote.”
„Het was zeker niet tegen Joden gericht. Ik heb niks tegen Joden”, zegt verdachte Simon. „Meer tegen Antifa, die debielen die met een Palestijnse vlag lopen te zwaaien.”
Rechter: „Toen u verhoord werd, zei u: ‘Dan moet er weer een Ahmet Alibaba van de politie mij aanhouden.’ Heeft u iets tegen buitenlanders?”
Simon: „Tegen die hoofddoeken. Ik heb in ieder geval niks tegen Joden, laat dat duidelijk zijn.”
Rechter: „En waarom riep u dan Sieg Heil?”
Simon: „Ja, heel dom.”
Rechter: „Tegen de politie verklaarde u: ik ben geen nazi, maar een nationalist. Bent u ook een racist? Discrimineert u?”
Simon: „Misschien. Wat is discrimineren?”
Rechter: „Onderscheid maken op grond van geloof of ras.”
Simon: „Ik heb niks tegen Joden. Ik heb een fout gemaakt, dat ik daar stond met mijn hand omhoog.”
Rechter: „Vindt u de Hitlergroet een fout gebaar?”
Simon: „Niet echt. Maar daar kwets je mensen mee, de Joodse gemeenschap.”
Via Facebook vernam Simon (49) dat op 12 oktober het anti-immigratieprotest ‘Nederland in Opstand’ in Amsterdam werd georganiseerd. Met zijn hond reisde hij af naar de hoofdstad, waar hij die zondagmiddag werd gearresteerd – evenals tientallen andere deelnemers aan het grimmig verlopen protest.
Deze vrijdagmiddag in januari staat Simon voor de Amsterdamse politierechter, omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan groepsbelediging. „Tijdens het anti-immigratieprotest heeft verdachte ‘Sieg Heil’ en ‘Nederland voor de Nederlanders’ geroepen en de Hitlergroet gebracht”, verduidelijkt de officier van justitie. „Dat is evident beledigend voor Joden en mensen met een migratieachtergrond.”
Simon zit voorovergebogen in het verdachtenbankje. Hij draagt een zwarte capuchontrui met een afbeelding van een pitbull en de tekst ‘hardcore’ erop. Binnensmonds beantwoordt hij de vragen van de rechter en officier van justitie.
Simon vindt dat Nederland „naar de klote gaat”. Hij oppert dat we het „misschien beter hadden gehad onder de nazi’s” en hekelt Antifa – de verzamelnaam voor antifascistische actiegroepen. De rechter probeert erachter te komen of in de verdachte diepere gedachten omgaan, maar slaagt daar niet in.
Simon antwoordt kort, steeds met een enkele zin. Als de rechter vraagt of hij straf verdient, antwoordt Simon: „Ik denk het wel.” Wanneer ze vraagt of hij nog een keer zo in de fout zal gaan, zegt hij: „Hoop het niet.”
Bij de verdachte, constateert de rechter, gaat van alles mis in het leven. Simon heeft moeite met gezagsdragers en werd recent veroordeeld wegens belediging van een ambtenaar in functie. Weliswaar heeft hij een baan als stratenmaker, maar hij is al tijden dakloos. Eigenlijk, zegt Simon, „heb ik alleen nog mijn hond”.
De officier wijst erop dat de verdachte de Holocaust heeft vergoelijkt en inbreuk heeft gemaakt op de rechten van Joden en mensen met een migratieachtergrond. „In de huidige maatschappelijke context dragen dit soort uitlatingen bij aan verdere polarisatie, extreemrechts geweld en gedachtengoed.”
Doorgaans zou het Openbaar Ministerie de rechter vragen een geldboete op te leggen, maar dat vindt de officier niet passend. Daarom luidt haar strafeis een taakstraf van veertig uur, te vervangen door twintig dagen cel als Simon de straf niet uitvoert.
De politierechter trekt zich vijf minuten terug om over haar uitspraak na te denken. Dat Simon schuldig is aan groepsbelediging staat volgens haar buiten kijf, vertelt ze na terugkomst. „U zegt: ‘Ik heb Joden niet willen treffen’, maar met deze uitlatingen treft u ze wel.”
De rechter wijst op de woede die Simon lijkt te voelen, wat mogelijk z’n gedrag verklaart – maar niet vergoelijkt. „Ik zie dat u in uw leven weinig op orde heeft en het nodige aan problemen kent.”
Ze spreekt de man streng toe. „U moet zich goed realiseren dat dit echt niet kan. Hierdoor worden groepen mensen op heel nare manier geraakt. Dat neem ik u kwalijk.”
De geëiste straf acht de rechter „passend en geboden” en dus krijgt Simon veertig uur taakstraf en twintig dagen vervangende hechtenis als hij die niet uitvoert.
De rechter wijst Simon erop dat hij in hoger beroep kan gaan. Daar ziet hij ter plekke van af. „Het kan alleen maar slechter worden.”
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.
Source: NRC