Home

Marokkaanse fans blijven gebroken achter na verlies van Afrika Cup, de frustratie is voel- en hoorbaar

Het had de kroon op een succesvolle Afrika Cup moeten zijn: het in Marokko houden van de beker. Maar Senegal won in een door knokpartijen ontsierde finale. En dus is de desillusie in Rabat groot. ‘Mijn zoon is zo verdrietig.’

is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Rabat.

Met waterige ogen staart Mohamed Rami (11) voor zich uit op de leeglopende tribune van het Moulay Abdellah-stadion in Rabat. ‘Hij is zo verdrietig’, zegt vader Brahim Rami (51) over het knappe joch met bruine krullen. ‘Hij keek al twee maanden uit naar deze finale.’

Alsof vader Rami zelf ook niet kan geloven wat er tien minuten geleden is gebeurd, kijkt hij op zijn telefoon de penalty van Brahim Díaz terug. Een panenka, een slappe boogbal dus, in de slotminuut van de finale van de Afrika Cup: hoe haal je het in je hoofd. En dus besluit Rami: dit moet wel doorgestoken kaart zijn. ‘Wat ik denk, is dat ze hem bewust de penalty hebben laten missen. Om de lieve vrede in het stadion te bewaren.’

Zo blijven de Marokkanen gebroken achter na de met 1-0 verloren Afrika Cup-finale tegen Senegal. En dat terwijl dit het toernooi was waarop het moest gebeuren, in eigen land en met een gouden selectie. In plaats daarvan voegde Marokko een zoveelste teleurstelling toe aan zijn voetbalgeschiedenis. Díaz miste zijn penalty, Pape Gueye scoorde aan de andere kant wél. En dus blijft het bij die ene stoffige Afrika Cup, uit 1976 alweer.

Geschenk uit de hemel

Hoe anders is het gemoed eerder op zondag. Al vroeg op de finaledag worden Marokkaanse gebeden verhoord: in Rabat komt het met bakken uit de lucht. Dat is geen reden tot chagrijn, maar juist een geschenk uit de hemel. Na zeven droge jaren kan het land iedere druppel gebruiken.

Terwijl het nog namiezert, flakkert aan de rand van de oude medina rond het middaguur het volksfeest op. In een zee van rood-groene vlaggen, sjaals, petjes en oorverdovende vuvuzela’s is het Karim Alaoui (38) die nog het meest uit zijn dak gaat. ‘Dima Maghreb!’, lang leve Marokko!, schreeuwt hij uit volle borst, terwijl hij met vrienden en vreemden samen een grote vlag laat wapperen.

‘Senegal heeft een sterk team. Het wordt pittig’, zegt Alaoui tijdens een korte adempauze. ‘Maar de steun van het thuispubliek gaat het verschil maken. Zo ging het ook in de eerdere rondes tegen Kameroen en Nigeria: goede teams, maar ze stonden met stress op het veld.’

Anders dan de eerdere tegenstanders heeft Senegal echter een selectie die zich met die van Marokko kan meten. Ook de Senegalezen die voor de finale naar Rabat zijn afgereisd gaan daarom uit van de zege. ‘2-0 wordt het’, is Edouarda Tété zonder twijfel.

Met de groen-geel-rode-vlag van haar land om haar heupen geknoopt, geniet Tété mee van het Marokkaanse feestje. Animositeit is dan nog nergens te bekennen: in de medina vliegen fans van beide landen elkaar uitgelaten om de nek. ‘Senegalezen en Marokkanen kunnen meestal goed met elkaar opschieten’, zegt Amath Diagme (38), de man van Tété. ‘Hopelijk blijft dat zo als wij straks winnen.’

Zelfs de trein toetert mee

Een paar uur later, het is bijna zover, glanst het nieuwste treinstation van Rabat in de doorgebroken zon. Rabat Riad, zoals de treinstop bij het al net zo hypermoderne stadion Moulay Abdellah heet, opende vlak voor de Afrika Cup zijn deuren. Nu stroomt uit diezelfde deuren een mensenmassa die schreeuwt, zingt, danst, fluit en lacht, en zo schuifelend richting stadion beweegt.

De brug over het spoor, die modderig is van de eerdere regen, beeft onder de last van zoveel voeten. Onder de brug toetert een wegrijdende trein de fans veel succes. Bijna 69 duizend van hen passen er in het Moulay Abdellah, en zeker negen op de tien zijn vanavond op de hand van Marokko.

Wat opvalt: overal hoor je Nederlands. Zoals uit de mond van Nabil Yassin (36). Met een grote groep vrienden glibbert de Marokkaanse Nederlander uit Utrecht naar het einde van de brug. Al vijf potten bezocht hij tijdens deze Afrika Cup. Hij vloog er meermaals heen en weer voor zijn twee thuislanden. ‘En ik kan je zeggen: nu we zo dichtbij het stadion en de aftrap komen, neemt de spanning behoorlijk toe.’

Stoelen vliegen door stadion

Diezelfde spanning is voelbaar als de wedstrijd is begonnen. Meer dan de Senegalezen, die door het thuispubliek bij ieder balcontact worden uitgefloten, zijn het de Marokkanen die met stress op het veld lijken te staan. De frustratie van het publiek is voel- en hoorbaar: het gefluit duurt steeds langer, het gejuich steeds korter. Tot de scheidsrechter uit Congo een goedkope strafschop toekent en Marokko toch aan het langste eind lijkt te trekken.

Op dat moment breekt de gekte uit in het vak van de fanatiekste Senegalezen. Woedend om de strafschop springt een deel van hen van de tribunes op het veld om daar te vechten met de toegesnelde politie. Afgebroken stoelen vliegen in het rond. De gevechten gaan gewoon door terwijl Díaz aan de andere kant van het veld zijn ultieme kans verkwanselt. Zelfs op de perstribune is het bijna knokken.

De Marokkanen komen de gemiste strafschop niet meer te boven. Niet op het veld, waar ze een paar minuten later de enige treffer van de finale incasseren, en niet op de tribune. Daar zinken de fans na het laatste fluitsignaal weg in hun jas en kijken ze bewegingloos voor zich uit. Een enkeling huilt.

Even later druipen ze af in de regen die weer is gaan stromen. Alsof de goden willen zeggen: je kunt niet alles krijgen wat je wenst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next