Senegal heeft voor de tweede keer de Afrika Cup gewonnen. In een onwaarschijnlijke thriller versloeg de ploeg in de finale gastland Marokko met 1-0.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Het feestje vond louter op het veld plaats, gevierd door spelers in het groen met groengeelrode vlaggen, en op een heel klein deel van de tribune. Maar voor de rest huilde het Prins Moulay Abdellah-stadion in Rabat zondagavond bittere tranen in de regen. Marokko verloor de finale van het thuistoernooi van Senegal. Het enige doelpunt viel net nadat de verlenging begonnen was, een schitterend schot was het van Pape Guey.
Die verlenging was een feest voor de liefhebber van maffe spectaculaire kansen, met een misser voor open doel van Senegal om de boel te beslissen, en daarvoor een kopbal op de lat aan de andere kant direct gevolgd door wat straffe volleys van Marokko.
Maar de echte tragiek, de totale aan onwaarschijnlijkheid grenzende thriller had daarvoor plaatsgevonden nog tijdens de reguliere speeltijd, en zal voetbalminnend Marokko nog lang achtervolgen, topscorer Brahim Diaz in het bijzonder.
Het was de laatste minuut van de blessuretijd. Grote kansen waren steeds schaarser geworden. Hoekschop Marokko. De Senegalees Malick Diouf die Diaz licht aan zijn nek vasthield, Diaz die opzichtig viel en direct driftig protesteerde. De Congolese scheidsrechter Jean-Jacques Ngambo werd door de VAR naar de kant geroepen, bekeek het beeld langdurig, met achter hem een grote kluwen van druk gesticulerende, biddende en jammerende spelers, trainers en officials. Verdict: strafschop.
Even leek die er niet te komen. Senegal-bondscoach Pape Thiaw riep zijn ploeg op de kleedkamer op te zoeken uit protest. Vlak ervoor was een doelpunt van Senegal nog afgekeurd vanwege een duwfout.
Minuten passeerden. Een status quo. Nooit eerder vertoond. Een ploeg op het veld, de andere grotendeels in de kleedkamer. Uiteindelijk riep Senegal-vedette Sadio Mané na een gesprek met officials zijn ploeg terug het veld op. ‘On va joué. We gaan spelen.’
Diaz achter de bal. Langdurig werd de Real Madrid-speler uit zijn concentratie gehaald. Hij oogde vastberaden, dit werd zijn toernooi, hij zou voor eeuwig in de geschiedenisboeken staan, onsterfelijk worden zelfs.
Diaz besloot tot een panenka, een boogbal door het midden zoals Zinedine Zidane ooit durfde in een WK-finale en naamgever Antonin Panenka in een EK-finale. Zij scoorden, maar Diaz kreeg met al zijn techniek de bal nauwelijks van de grond, de Senegalese doelman Edouard Mendy bleef staan. En ving de bal. Tot zijn ontzetting bijna. Nog meer consternatie, nog meer ongeloof.
Ngambo floot direct af, Marokko was logischerwijs mentaal in de kreukels, vooral Diaz, die verder een bleke finale speelde. Bondscoach Walid Regragui leek zijn woede op hem te koelen. Hoe kun je dit doen? Waarom nu? Regragui had als speler een Afrika Cup-finale verloren. Marokko had al liefst vijftig jaar de gouden beker niet gewonnen, de druk was immens op de ploeg van Regragui die na de halve finale al zijn gram haalde op zijn criticasters.
Senegal profiteerde tijdens de verlenging vrijwel direct. Balverlies Marokko, vlotte uitbraak Senegal. Pape Gueye dribbelde, de bal kwam iets van de grasmat los, Achraf Hakimi kwam nog terugrennen, maar Gueye schudde hem af, raakte de bal vol en zag zijn inzet in de kruising vliegen.
Eindelijk was de schier onpasseerbare wonderdoelman Yassine Bounou geklopt. Marokko was nog niet geklopt, drong nog flink aan, Diaz schoot nog een keer alvorens gewisseld te worden. Met zijn mond verstopt in een doek volgde hij daarna het restant, tijdens de rust van de verlenging keek niemand naar hem. Youssef En-Nesyri kreeg nog goede kansen, maar Senegal bleef ook aanvallen. Totaal atypisch voor een ploeg die voorstaat in een landenfinale. Maar ook weer enorm charmant. Marokko kwam met tien man te staan door een blessure, maar probeerde door te beuken. Senegal barstte niet en vierde feest.
Zo kwam er aan een verder vlekkeloos, vrolijk toernooi om de Afrika Cup waarin verrassingen lang ontbraken een ongekend zinderend einde. De finale opende al redelijk vermakelijk met een makkelijker combinerend Senegal en een enorme kans voor Senegal-aanvaller Iliman Ndiaye. Bounou redde a la Iker Casillas versus Arjen Robben tijdens de WK-finale 2010, met de voet.
Bounou verdiende de beker misschien nog het meest. Hij was de penaltykiller in de halve finale tegen Nigeria. Het was misschien ook mooi geweest als de felbekritiseerde spits Ayoub El Kaabi had toegeslagen na rust toen Marokko, Senegal beter in bedwang had en Bilal El Kannouss hem lanceerde. Maar El Kaabi vindt omhalen makkelijker dan simpele ballen erin tikken bewees hij al eerder dit toernooi.
El Kaabi kreeg daarna nog een kans, maar de Senegalese verdedigers bleken specialist in de goed getimede sliding en de indrukwekkende verdediger Mamadou Sarr blokte de inzet. Daarna lag het spel steeds vaker stil voor blessurebehandelingen en wissels. Niemand wilde nu een tegendoelpunt, want dat zou waarschijnlijk verlies betekenen.
Er was nog dikke stress voor de wedstrijd bij Senegal, twee spelers werden niet lekker. Aanvoerder Kalidou Koulibaly was geschorst, maar Senegal heeft een brede selectie met veel spelers van goede Europese clubs. Veel van hen wonnen vier jaar geleden al de eerste Afrika Cup voor hun land.
Ook bij Marokko spreken ze over een gouden generatie, al ontbreekt Hakim Ziyech. Hij speelt thans in Marokko en niet meer in de Europese top. Concurrent Diaz doet dat wel, al is hij meestal reserve bij Real Madrid. Hij deed van zich spreken door in elk van de eerste vijf wedstrijden te scoren. Sofyan Amrabat, Romain Saïss en Azzedine Ounahi ontbraken al langer dit toernooi door blessures, maar jongere spelers vulden die leemte knap op. In de finale was linksbuiten Abde Ezzalzouli gevaarlijk en gooide Neil El Aynaoui zijn hoofd in de strijd bij een hoekschop leidend tot een lelijke wond die minutenlang verbonden moest worden.
Opgeven was geen optie. De verwachtingen waren torenhoog in Marokko. Tegelijkertijd genoot de ploeg van alle mogelijke luxe, van de steun, van de aangename temperatuur, soms van een voordelige beslissing van de scheidsrechter, zo gaven zelfs de Nederlands-Marokkaanse analisten toe.
De finaleplaats was evenwel verdiend, zeker gezien het spel in de kwart- en de halve finale. Senegal was juist goed in de groepsfase.
Heel Marokko wilde bij de finale zijn, verhalen van Marokkanen die duizenden kilometers reden naar Rabat zonder kaartje op zak waren talrijk. Ook in Nederland werd massaal gezamenlijk gekeken in buurthuizen, cafés, studio’s en theaters.
Senegalese supporters, prachtig kleurrijk uitgedost, namen minder dan vijf procent van de plaatsen in het Prins Moulay Abdellah-stadion waar Marokko al het hele toernooi speelt, maar roerden zich flink. Zeker na afloop natuurlijk.
Tal van vragen. Wat als Mané zijn ploeg niet had teruggeroepen? Wat als En-Nesyrie de strafschop had genomen zoals aanvankelijk het plan leek? Waarom pakte Diaz die bal en nam hij zo idioot veel risico? Hoe moet het verder met hem?
De Marokkanen zegen ineen na het laatste fluitsignaal. Bounou en Hakimi pakten elkaars hoofd ter steun. Mané lachte, bondscoach Thiaw sprong in het rond. Een plukje groene vreugde in een rood stadion, een heel land zelfs gevuld met treurnis.
Source: Volkskrant