Home

Verenigde Koerden demonstreren in Rotterdam: ‘Wij willen democratie. Geen sjah of iets dergelijks’

In Rotterdam houden Koerden hun eigen Iran-demonstratie. Zij zien in Reza Pahlavi, de zoon van de sjah, niet de ‘redder’ die de rechten van alle minderheden in Iran zal waarborgen. ‘Pahlavi is niet goed. Zijn vader was een dicator.’

zijn verslaggevers van de Volkskrant. Boutayeb was bij de demonstratie in Rotterdam, Vreeken is correspondent in Istanbul.

Talloze kleurrijke vlaggen met de logo’s van vijf Iraans-Koerdische partijen wapperen zondagmiddag rondom het Rotterdamse stationsplein, omhooggehouden door een steeds groter wordende menigte. Er vormt zich een cirkel, waarna uit een speaker Koerdische protestleuzen en -liederen galmen: ‘Zolang er één Koerd overblijft, zal Koerdistan blijven bestaan.’

Nog niet eerder sloegen de Nederlandse takken van Koerdische partijen de handen ineen om zich uit te spreken tegen ‘de onderdrukte positie van de Koerden’, zegt de opgewekte Farhad Morady (37), een van de organisatoren van het protest, waaraan zo’n 1.500 Nederlandse Koerden deelnemen. De samenstelling van de demonstranten is divers: jong en oud, man en vrouw, oorspronkelijk afkomstig uit Iran, Irak, Syrië of Turkije.

Net als bij andere demonstraties in Nederland tonen ze zich solidair met de protesten in Iran. Daarbij zijn volgens mensenrechtenorganisaties al zeker vijfduizend doden gevallen. In het noordwesten van Iran, waar de Koerdische gemeenschap het grootst is, zouden de meeste slachtoffers zijn gevallen.

Toch is een eigen Koerdisch protest nodig, zegt Jawamier Marabi (50), vertegenwoordiger van de socialistische partij PJAK. De organisatoren kunnen zich niet vinden in de Iran-demonstraties die tot nu toe zijn georganiseerd. Daar wordt Reza Pahlavi, de zoon van de in 1979 afgezette sjah, opgeworpen als ‘de redder’, zegt Marabi. ‘Maar hij heeft nog niets gezegd over hoe hij de rechten van alle minderheden in Iran wil waarborgen.’ Marabi zegt een democratisch en seculier Iran te willen en dat zou met Pahlavi niet haalbaar zijn.

Prominente rol

Het Koerdisch verzet in Iran kent een alfabetsoep aan namen en afkortingen. Organisaties als PDKI, PAK, PJAK en Komala strijden sinds decennia, deels vanuit hun bases in buurland Irak, voor meer rechten en autonomie voor de Koerdische minderheid in het land, ruim 10 procent van de bevolking. Terwijl het de oppositie in Iran in het algemeen aan structuur ontbreekt, leveren de Koerden organisatiekracht.

De Koerdische partijen, veelal links georiënteerd en bewapend, spelen – net als in de beweging Vrouwen Leven Vrijheid van drie jaar geleden – daarom een prominente rol in de recente protesten in Iran. Het Koerdische district Malekshahi was het toneel van de eerste felle botsingen tussen ordetroepen en betogers.

Onderlinge geschillen werden opzijgeschoven. Op 5 januari kwamen zeven Koerdisch-Iraanse partijen bijeen onder auspiciën van het Dialoogcentrum voor Samenwerking tussen Partijen. Twee dagen later riepen ze op tot een algemene staking.

Evenals minderheden als Baluchi’s en Arabieren hebben Koerden in sociaal-economisch opzicht een marginale positie, wat nog versterkt wordt doordat de meesten – afgezien van de migranten in de hoofdstad Teheran – in perifere gebieden leven. Voor de Koerden zijn dat vijf westelijke provincies en één provincie in het verre noordoosten van het land.

Nee tegen Pahlavi

Zo ook de 31-jarige Sina Moradi, afkomstig uit Rojhelat (Noordwest-Iran). Terwijl hij pauzeert met het scanderen van protestleuzen, vertelt hij te midden van de menigte met hese stem dat hij in 2022 uit Iran vertrok omdat hij moest vrezen voor zijn leven. Hij hielp als huisarts gewonde demonstranten en dat namen de autoriteiten hem niet in dank af.

Ook Moradi heeft dierbaren in Iran, met wie hij door de internetblokkade nu geen contact krijgt. ‘Ik weet niet hoe het met ze gaat, maar het is nu heel slecht in Iran. De mensen zijn bang en er zijn veel militairen op straat.’

Toch gelooft Moradi niet in één ‘verlosser’, zoals Pahlavi wel wordt omschreven, die een einde kan maken aan de macht van de ayatollahs. ‘Pahlavi is niet goed. Zijn vader was een dictator. Wij willen democratie. Geen sjah of iets dergelijks. De mensen moeten zelf kunnen kiezen.’

In 1979 voegden de Koerden zich daarom vanuit Irak bij de volksopstand tegen de sjah, maar ayatollah Khomeini hield de boot af. Voor de identiteit van etnische minderheden was in de Islamitische Republiek geen plaats. Al spoedig raakten Koerdische strijders in conflict met de ordetroepen van het nieuwe islamitische bewind. Zo’n tienduizend mensen kwamen om; 1.200 Koerdische gevangenen werden geëxecuteerd.

Amnesty International schreef in 2008: ‘De sociale, politieke en culturele rechten van de Koerden worden onderdrukt, evenals hun economische aspiraties. Kordestan, het centrum van de Koerdische nederzettingen, is een van de meest achtergestelde provincies van het land.’ Sindsdien is de situatie alleen maar slechter geworden.

Hulp van buitenaf

De centrale vraag op dit moment is of Iran hulp van buitenaf nodig heeft. De Amerikaanse president Donald Trump heeft, tot vreugde van veel Iraniërs, gezegd de demonstranten ‘te komen helpen’ als het regime blijft doorgaan met het doden van demonstranten. Onduidelijk is echter wat Trumps plannen precies zijn.

In Rotterdam weten ze wel beter. ‘Het is weer dat imperialistische. Weer vertellen hoe anderen het moeten doen’, zegt Sjirin (24), die hier samen met haar in Afrin (Koerdisch Noord-Syrië) geboren vader is om zich solidair te tonen met haar mensen. Sjirin: ‘De enigen die kunnen beslissen over de toekomst van Iran zijn de Iraniërs zelf. We weten hoe de Amerikaanse ingreep in Irak heeft uitgepakt. Het is een grote puinhoop geworden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next