De Amerikaanse cultureel antropoloog Jordan Thomas werkte een zomer lang als brandweerman in de Californische bossen. In zijn boek Als alles brandt beschrijft hij hoe de bosbranden in de VS zo hebben kunnen oplaaien – en nee, niet alleen door klimaatverandering.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
Als de eerste megabrand die hij meemaakt een meer nadert, denkt Jordan Thomas nog: daar zal het vuur wel uitdoven, of op z’n minst een tijdje worden tegengehouden.
‘Maar terwijl mijn team uitstapte om naar het brandende bos te kijken, zag ik iets gloeien in de toppen van de bomen aan de overkant’, schrijft hij in zijn boek Als alles brandt. ‘Sintels van de brand waren al over het meer gezweefd. Het leek alsof iemand lampions aan de hoogste takken had gehangen. De lampions werden steeds groter, versmolten en rolden verder in een roodblauwe gloed. Al snel was het meer een eiland in een vlammenzee. De waterspiegel flikkerde alsof hij van onderaf brandde.’
De verzengende branden van de 21ste eeuw laten zich door niets en niemand tegenhouden. Dat blijkt keer op keer: precies een jaar geleden, in januari 2025, legde een uitzonderlijke winterse brand in de buurt van Los Angeles nog de huizen van een aanzienlijk aantal beroemde filmsterren in de as.
Als werkloze cultureel antropoloog meldt Jordan Thomas zich in 2020 aan bij de brandweer in Californië, om te helpen de bosbranden te bestrijden. Met een groepje collega's en een kettingzaag trekt hij de bossen in om brandgangen aan te leggen, om zo de branden tegen te houden.
In zijn boek, onlangs verschenen in Nederlandse vertaling, vertelt Thomas over zijn ervaringen. Maar hij legt ook uit waarom de vuren in de VS nu groter en heviger zijn dan ooit tevoren: door klimaatverandering, maar ook doordat de mens de bossen zélf zo heeft gemaakt dat ze branden als fakkels.
Thomas werd met zijn boek genomineerd voor de National Book Award, een toonaangevende Amerikaanse prijs. Hij sprak met de Volkskrant via een videoverbinding, vanuit zijn huidige woonplaats Boston.
Waarom besloot u, net afgestudeerd in de culturele antropologie, brandweerman te worden?
‘Ik was net naar Californië verhuisd met mijn vriendin. Terwijl ik een promotieplek probeerde te krijgen, had ik als werkloze millennial geld nodig om de huur te betalen. Ik wilde geen suf kantoorbaantje. Daarom ging ik bij de brandweer. Het trok me om buiten te zijn, in de bergen, nieuwe vaardigheden te leren, lichamelijk bezig te zijn, over vuur en het landschap te leren, in een hechte groep mensen. Het is best cool werk. En zwaar.
‘Eerst zat ik in een beginnersteam, maar toen werd ik uitgenodigd om te solliciteren bij de hotshots. En ik kan slecht nee zeggen tegen dat soort dingen. Dit zijn sommige van de beste brandweerlieden in de wereld, ze gaan naar de grootste branden in Californië of zelfs daarbuiten, ze moeten ongeveer even fit zijn als olympische sporters. En ze beschikken over kennis en kunde die niemand anders heeft.’
Hoe is het om oog in oog met een megabrand te staan?
‘Het is onmogelijk om dat in zijn volle omvang te beschrijven. Je voelt een enorme kracht. Deze bosbranden vernietigen alles. Ze zuigen alle zuurstof naar zich toe met een enorm geraas, als een gigantische inademing. Je voelt de wind en je hoort het kraken van de bomen en je hoort het vuur zelf. Het klinkt als een vliegtuigmotor of een waterval. En het is niet alleen het geluid, je voelt de energie trillen in de lucht.
‘Het voelt alsof het vuur leeft. Als een enorm mythologisch wezen. En dan moet je het zien uit te houden daar vlakbij en proberen het te bedwingen en bij te sturen. Het maakt dat je je nietig voelt en vol ontzag. Het is een heel krachtige ervaring, die je bijna nergens anders in de samenleving of op de planeet aantreft. Gek genoeg is het een van de dingen die ik het meeste mis.’
U was onder andere werkzaam in de bossen met sequoia’s, de woudreuzen van Noord-Amerika. Zelfs die vlogen in brand, schrijft u.
‘Ja. De sequoia’s zijn zoiets als de kanaries in de kolenmijn voor klimaatverandering. Ze behoren tot de soorten op aarde die het beste zijn aangepast aan vuur. De meeste sequoia’s hebben vuur zelfs nodig voor hun eigen voortbestaan: hun zaadkegels gaan open door de hitte.
‘Ze hebben een ontzettend dikke en sponsachtige schors, om zich te beschermen. Hun takken bevinden zich heel ver boven de grond, zodat de vlammen zelden het bladerdak bereiken. En zelfs als zo’n boomkroon grotendeels afbrandt, kunnen de sequoia’s zich herstellen – want hun wortels zijn allemaal met elkaar verbonden en ze kunnen voedingsstoffen met elkaar delen.
‘Dus het is heel alarmerend dat – in de twee jaar dat ik als brandweerman werkte – een vijfde van de wereldwijde populatie sequoia’s is gedood door het vuur. Een van de soorten op aarde die het best is aangepast aan vuur, wordt met uitsterving bedreigd door datzelfde vuur.
‘Dat is een tragedie op zichzelf, maar je kunt het ook extrapoleren: wat zegt dit over hoezeer we deze planeet hebben veranderd en wie is daar verantwoordelijk voor? En ik zeg ‘we’, maar de verantwoordelijkheid voor de grote veranderingen op de planeet is niet eerlijk verdeeld.’
Klimaatverandering door het verbranden van fossiele brandstoffen speelt natuurlijk een rol. Maar u beschrijft ook dat de mens de bossen zélf zo heeft gemaakt dat ze erg ontvlambaar zijn.
‘In Californië hebben de meeste ecosystemen brand nodig om zichzelf in stand te houden. Er zijn daar altijd branden geweest. Voor de komst van de Europeanen was het verbrande oppervlak jaarlijks zelfs groter dan nu, soms wel het dubbele. Dat kwam niet door de bliksem: de mens zelf veroorzaakte die branden.
‘Zoals de plantkundige Robin Wall Kimmerer heeft geschreven: vuur was als een penseel waarmee je het landschap in verschillende kleuren kon schilderen. Hier verf je wat om bessen te laten groeien, verderop creëer je weilanden om wapitiherten aan te trekken. De oorspronkelijke bewoners van Amerika gebruikten het vuur om de diversiteit van het landschap te vergroten. Maar het was een ander soort vuur, veel minder intens.
‘Zodra de Europeanen aankwamen, stelden ze een verbod in op het branden door de inheemse Amerikaanse bevolkingsgroepen. In de bossen bouwde de biomassa zich op. En meer biomassa leidt tot heftigere branden.’
Waarom waren de Europese kolonisten er zo op gebeten de inheemse vuren te doven?
‘Ik denk dat ze de inheemse bevolking wilden onderwerpen en koloniseren en dat ze het landschap wilden omvormen tot een terrein waarmee je winst kon maken. Hoe doe je dat? Door het voedselsysteem van andere mensen te criminaliseren.
‘De Spanjaarden deden dit in Californië. Maar ook elders ter wereld stelden kolonisten een verbod in op het gebruik van vuur door de inheemse bevolking. De Fransen deden het, de Nederlanders, de Britten. Overal gebeurde hetzelfde.’
Daarna nam de bosbouwindustrie het landschap in bezit.
‘De Europeanen hadden natuurlijk een reden om het vuur van de inheemse bevolking te criminaliseren: ze wilden de juiste omstandigheden creëren voor het kapitalisme. Het kapitalisme in kwestie was grotendeels de houtkap. Bosplantages.
‘Deze bossen zijn meestal homogeen, met één boomsoort die heel dicht op elkaar wordt aangeplant. En dat is een recept voor brandbaarheid. Diversiteit in het landschap kan branden afremmen, maar met slechts één boomsoort is er niets wat het vuur stopt.
‘Met klimaatverandering erbij wordt de ramp nog groter. Al die bomen, die zo dicht op elkaar staan, concurreren met elkaar om water. Door klimaatverandering neemt de droogte toe, waardoor de bomen zwakker worden en vatbaarder voor ziekten. Met maar één boomsoort verspreiden die ziekten zich razendsnel door het bos. Het is wachten op de lont in het kruitvat.’
U beschrijft dat de strijd tegen branden alsmaar werd opgevoerd. De ‘oorlogsmentaliteit’ werd volgens u na de Tweede Wereldoorlog rechtstreeks geëxporteerd naar de bossen.
‘Ja, er was een directe overdracht van de oorlogsideologie en het -materieel naar de oorlog tegen het landschap. Vliegtuigen werden zo omgebouwd dat ze vlamvertrager konden uitwerpen, door veteranen uit het leger. Een bedrijf als Monsanto, dat het ontbladeringsmiddel Agent Orange maakte voor de Vietnamoorlog, hielp bij het ontwikkelen van vuurvertrager. En Lockheed Martin (vliegtuigbouwer voor defensie, red.) werd een van de belangrijkste brandbestrijdingslobbyisten in de VS.
‘Het is een heel Amerikaanse mentaliteit. In de gezondheidszorg investeren we niet in preventie, we wachten tot iemand bijna doodgaat, brengen hem naar de spoedafdeling en besteden miljoenen dollars om hem weer op te lappen. En zo doen we het ook met het landschap. We zouden geld kunnen uitgeven om grote bosbranden te voorkomen, door meer gecontroleerde, preventieve branden toe te passen. Maar we houden vast aan de mentaliteit van de spoedafdeling. Dat komt ook doordat er een grote industrie is gemoeid met het bestrijden van bosbranden.’
Wat nu? Is er nog een manier om deze Amerikaanse mentaliteit te veranderen?
‘Als je het positief bekijkt, kun je zeggen dat bijna iedereen in Californië inmiddels weet dat branden bij het landschap horen. Steeds meer mensen zijn ook voorstander van het toepassen van gecontroleerde branden, op de manier zoals dat vroeger ging. Die verandering is de laatste jaren heel snel gegaan. Onder de regering-Biden werd er meer geld uitgetrokken voor bosbeheer, om preventief te branden.
‘Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit een van de dingen is die is geschrapt onder Trump en zijn cohort miljonairs. Hetzelfde geldt voor veel van het klimaatbeleid. Als de temperatuur blijft stijgen, en het verbanden van fossiele brandstoffen gaat door, is het niet waarschijnlijk dat je met bosbeheer de branden onder controle kunt brengen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant