Lezersbrieven U schreef ons onder andere over AI als gesprekspartner, over democratie in Iran en wintertijd als rusttijd.
Bowling Alone is de aansprekende titel van het boek waarin de politicoloog Robert Putnam in 2000 het belang van gemeenschapszin beschreef. De maatschappij functioneert veel beter als mensen elkaar zien door gezamenlijke activiteiten. Daarbij moeten we denken aan verenigingen op het gebied van politiek, geloof, en sport. In de Verenigde Staten werd er vroeger veel samen gebowld, maar dat verdween in het midden van de vorige eeuw door onder meer de opmars van de televisie, aldus het boek.
Dat er minder onderling vertrouwen is tussen mensen en een stijging in gevoelens van eenzaamheid, komt door de verminderde gemeenschapszin. Deze analyse lijkt in grote lijnen nu ook in Nederland actueel.
Ook in Nederland was er, buiten school en werk, in de afgelopen decennia een daling in gezamenlijke activiteiten. Een goed voorbeeld is de afname in de deelname aan kerkelijke activiteiten. Volgens het CBS zijn zelfs de bescheiden lidmaatschapspercentages van culturele clubs als muziek- en toneelverenigingen en hobbyclubs gedaald van 7,5 procent naar 5,8 procent tussen 2012 en 2024.
Er is één grote uitzondering. De lidmaatschapsgraad van sportverenigingen is opmerkelijk stabiel gebleven en schommelde tussen 2012 en 2024 tussen de 34 procent en 36 procent. Sport is verreweg onze grootste gemeenschappelijke activiteit. Neem de grootste volkssport in Nederland: voetbal. Het amateurvoetbal telde een recordaantal van 1,26 miljoen leden bij de KNVB in het seizoen 2024/2025, een stijging van ruim 21.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Deze groei is het grootst bij vrouwen en de jongste jeugd.
Sport, en vooral voetbal, zorgt voor veel gemeenschapszin. Naast de positieve effecten van beweging is sport de belangrijkste bron van sociaal kapitaal. Zo bereikt het betaald voetbal ruim 292.000 mensen via maatschappelijke projecten, die zich richten op het ondersteunen van kwetsbare jongeren of mensen met een beperking of het tegengaan van eenzaamheid. Ook bij amateurverenigingen zien we steeds meer maatschappelijke projecten met dezelfde nobele doelen.
Sport inspireert mensen. Het belang ervan kan nauwelijks overschat worden, vooral in een tijd waarin eenzaamheid tot één van de grootste sociale problemen wordt gerekend. En minstens zo belangrijk: juist in tijden waarin crises zich in toenemende mate aandienen, kunnen sportverenigingen een sleutelrol vervullen.
De overheid zou er goed aan doen te investeren in de duurzame sociale netwerken die sportverenigingen vormen. Willen we goed voorbereid zijn op welke crises dan ook én gunstige voorwaarden creëren voor onze mentale en fysieke gezondheid, dan moeten sportclubs centraal staan voor het kabinet.
In tegenstelling tot de bowlers in VS hoeven we niet bang te zijn alléén te moeten sporten. En het voordeel van de florerende sportverenigingen in Nederland: bestaande netwerken hoeven niet opnieuw uitgevonden te worden.
Paul van Lange Amsterdam
Antropoloog Payal Arora wijst op een belangrijk verschil tussen het mondiale Westen en Zuiden(11/1): in veel niet‑westerse landen wordt technologie niet beoordeeld op perfectie, maar op de vraag of zij de bestaande omstandigheden verbetert. Pessimisme is daar een luxe die men zich eenvoudigweg niet kan veroorloven. Die observatie raakt aan een bredere kwestie die in het huidige debat over kunstmatige intelligentie onderbelicht blijft: niet alleen hoe we technologie gebruiken, maar hoe zij verschijnt binnen onze ervaringswereld.
In mijn hulpverleningspraktijk dringt zich het AI-gebruik dermate op dat het inmiddels een vast onderdeel is bezoekers te vragen naar hun ervaringen. Ik constateer dat er een intuïtief aantrekkelijke kant zit aan het gebruik van AI. Zelf nadenken, verantwoordelijkheid nemen voor eigen vrijheid, veiligheid zoeken bij ouderfiguren; de neiging van de mens om deze dimensies uit te besteden zit kennelijk diep.
Begrip, leiding, bevestiging — het zijn menselijke verlangens die gemakkelijk op AI worden geprojecteerd. Wat zegt dat over onze tijd? Hoe AI verschijnt binnen onze ervaringswereld, hoe wij betekenis eraan geven, wat wij erin willen leggen, wat wij externaliseren en projecteren, hoe wij delen van onszelf bewust en onbewust willen afstaan; een complex en uitdagend thema om zelf over te willen nadenken!
Elfriede Schropp Maastricht
De reflex om achter demonstranten in Iran te gaan staan vanuit democratische en vrijheidsbeginselen klinkt moreel juist, maar vormt in de huidige wereldorde geen valide politieke premisse meer. Niet omdat vrijheid en democratie hun waarde hebben verloren, maar omdat zij in de praktijk van de wereldpolitiek zelden nog leidend zijn.
Politieke en militaire inmenging door het Westen wordt doorgaans gelegitimeerd met morele argumenten: mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, bescherming van burgers. Maar wie de recente geschiedenis eerlijk bekijkt, ziet een ander patroon. Westerse interventies — of die nu bestaan uit diplomatieke druk, economische sancties of militaire actie — dienen primair strategische en economische belangen. Democratische vooruitgang is zelden het doel geweest, en vrijwel nooit het resultaat.
De resultaten van deze interventies spreken voor zich. Ze hebben zelden geleid tot stabiele democratieën, sociale rechtvaardigheid of duurzame vrede. Wat zij wel hebben voortgebracht zijn ontwrichte samenlevingen, verzwakte staatsstructuren en een diep wantrouwen jegens het begrip ‘democratie’ zelf — dat door velen inmiddels wordt gezien als instrument van externe dominantie in plaats van als uitdrukking van volkssoevereiniteit.
Dit betekent niet dat repressie, geweld of onderdrukking in Iran — of waar dan ook — gebagatelliseerd mag worden. Integendeel: elke dode als gevolg van ongeautoriseerd geweld is er één te veel. Solidariteit met burgers die lijden onder machtsmisbruik is noodzakelijk. Maar die solidariteit verliest haar morele geloofwaardigheid wanneer zij wordt ingezet als rechtvaardiging voor inmenging die primair andere belangen dient.
Ali Aminshahidi Den Haag
Er ontbreekt iets in de analyses over mentale weerbaarheid en de sneeuw. Al eeuwen bouwden boeren in de winter rust in. Als de oogst binnen was, werden de machines onderhouden en gerepareerd. Er werden spelletjes gespeeld, er werd massaal geklaverjast en gepandoerd. Het werk haalden ze in het voorjaar en tijdens de oogst wel weer dubbel in.
Het weer blijft onvoorspelbaar, meteorologen zaten er diverse keren naast, Buienradar ook. Het is een waanidee dat de 24-uurs-economie elke dag moet blijven draaien. Evenals het idee dat de mensen tussen acht en vijf op hun werk en op school moeten zijn. Om files te produceren bij slecht weer. Blijf thuis, ga niet de weg: het advies van Rijkswaterstaat was het beste advies. Rust en slaap uit, mediteer, klooi wat rond, ga met je kinderen buiten spelen, lees een boek of speel spelletjes. En zeur niet.
Veronique van Egmond-Hoetmer Amsterdam
Het achtergrondartikel over voetbal en voedingssupplementen geeft treffend weer hoe ver Ajax het moeras inzakt (9/1). Een samenwerking van de club met het bedrijf achter Vitakruid moet de club redden, lees: de prestaties verbeteren. Het bedrijf biedt gepersonaliseerde supplementen aan om „optimale concentraties” voedingsstoffen in het lichaam te krijgen bij de voetballers. Hou toch op met die onzin. Allereerst is Vitakruid op de vingers getikt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vanwege ontoelaatbare aanprijzingen. Ten tweede is nooit overtuigend aangetoond dat de genoemde voedingssupplementen enig effect hebben op individuele sportprestaties, laat staan op die van een heel elftal.
Koos Brouwers Oranjewoud
Als lid van de examencommissie bij de Universiteit Twente, en als degene die zich binnen de commissie over fraudegevallen buigt, heb ik me in de afgelopen drie jaar noodgedwongen steeds meer bezig gehouden met AI. De in het artikel Wat zijn scripties waard, nu AI meeschrijft? (11/1) opgesomde problemen komen mij zeer bekend voor.
Wat echter in het artikel onderbelicht blijft, is de hoeveelheid extra werk die niet alleen bij docenten, maar ook bij examencommissies belandt: het vinden van bewijs voor fraude en het voorbereiden van hoorzittingen met student, College van Beroep voor de Examens en – in sommige gevallen – de Raad van State kost leden van examencommissies, die veelal niet hiervoor opgeleid zijn, veel tijd. Op de lange termijn ligt de oplossing in het beter integreren van AI in onderwijsprogramma’s, op alle leerniveaus, maar zover zijn we nog niet. In de tussentijd moeten universiteiten examencommissies beter ondersteunen zodat deze de kwaliteit van het hoger onderwijs kunnen blijven waarborgen.
Marloes Penning de Vries Twente
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC