DEN HAAG - Het is 1578. Ver voor de tijd van moderne wetenschappen, laat staan van de fotografie en internet. In zijn vrije tijd schrijft en illustreert Adriaen Coenen, een visgroothandelaar uit Scheveningen, het 822 pagina's dikke 'Visboeck'. Het is volgens de conservator één van de topstukken uit de collectie van KB, nationale bibliotheek. Ook schreef Coenen al over de afname van vis in de Noordzee. 'Hij was geen geleerde, maar een vishandelaar die alles wat hij wist over de zee op papier zette. Dat maakt het zo fascinerend.'
Bijna 450 jaar later is Vandommele nog steeds onder de indruk van het bijzondere Visboeck, vol persoonlijke observaties, fantasieën en een indrukwekkend oog voor detail.
'Terwijl andere boeken in die tijd vaak werden geschreven door academici, is dit het werk van iemand die letterlijk zijn vak uitvoerde en dan ook nog eens zijn inzichten en verhalen over de visserij wilde delen.'
Adriaen Coenen (1514-1587) groeide op in Scheveningen, tussen de vissers en de zee. Als visgroothandelaar keurde hij vis en verkocht hij deze op de markt, maar zijn passie ging verder dan de handel. Hij was enorm nieuwsgierig naar alles wat de zee en de visserij aangaat.
Het Visboeck is daardoor niet alleen een gids over vissen, maar ook een zoektocht naar het onbekende. Coenen beschrijft naast gewone vissen ook exotische wezens zoals zeemeerminnen en zeedraken – wezens waarover hij had gehoord of in boeken had gelezen.
Conservator Jeroen Vandommele: 'Het boek is een mengeling van wetenschap en folklore en dat is precies wat het zo charmant maakt.'
Coenen heeft behalve het Visboeck nog meer boeken op zijn naam staan, maar volgens Vandommele kan er geen enkel misverstand over bestaan: 'Deze is de mooiste, honderd procent zeker. Het Walvisboeck en het Haringboeck zijn mooie boeken, maar dit is echt wel het mooiste boek van Coenen.'
In totaal heeft Coenen zo'n drie tot vier jaar gewerkt aan het Visboeck. 'Monnikenwerk', bevestigt de conservator. Des te meer als je weet dat het niet zijn eerste Visboeck is. Naar eigen zeggen heeft Coenen het eerste exemplaar in 1574, rond de belegering van Leiden, aan Willem van Oranje gegeven.
Hier schrijft Coenen zelf over: '… een ander groot vissboock dat ic voor desen tijde ghemaeckt hebbe en nu desen tijt es bij den Prinse van Orangen.'
Wat er met dit boek is gebeurd, is helaas niet meer te achterhalen. Het Visboeck is daarmee het enige exemplaar dat de tand des tijds heeft overleefd, mede dankzij de KB.
De titel van het boek suggereert dat het een gids over alleen vissen is, Maar volgens Vandommele gaat het veel verder dan dat. 'Het is eigenlijk een soort encyclopedie van de zee, van alles wat leeft in en rondom de wateren in de wereld.'
Het begint met de haring, de belangrijkste vis voor Nederland, maar breidt zich uit naar dolfijnen en walvissen tot Inuit en verhalen over monsterlijke zeedieren.
Vandommele: 'Coenen beschreef dieren die hij zelf heeft gezien, maar ook wezens waarvan hij alleen had gehoord. Zoals cyclopen, eenhoorns, zeemeerminnen en zeedraken. Al voegt Coenen er wel bij dat hij ze nooit zelf heeft gezien.'
Coenen was dus niet alleen gefocust op de vissen die hij dagelijks tegenkwam. Zijn nieuwsgierigheid naar de zee was grenzeloos. 'Dat maakt het zo bijzonder. Je ziet de wereld door de ogen van iemand die niet alles weet, maar die wel alles wil weten.'
Naast het feit dat het Visboeck wetenschappelijk belangrijk is, is het ook een kunstwerk. 'Coenen was geen professioneel tekenaar, maar zijn tekeningen zijn vol detail en karakter.'
Vandommele legt uit: 'Je kunt zien welke vissen hij echt heeft gezien, omdat hij daar meer aandacht aan besteedde in zijn tekeningen. Coenen had duidelijk talent, ook al was hij geen professional. Dit maakt het boek extra speciaal, omdat het zo persoonlijk is.'
Coenens werk geeft ons niet alleen informatie over vissen, maar ook over hoe de mensen van zijn tijd dachten, naar de natuur keken en zich tot de zee verhielden.
Vandommele vindt het dan ook interessant hoe Coenen schrijft over de afname van vis in de Noordzee. 'Iets wat je kunt beschouwen als een vroege waarschuwing voor de ecologische veranderingen die we nu kennen.'
'Voor wetenschappers is het boek een fascinerende bron', concludeert Vandommele. 'Je leert niet alleen over hoe mensen visten, maar ook over de maatschappij en de cultuur van die tijd.'
Helaas is het Visboeck te kwetsbaar om het bij de KB in te kunnen zien. Wel is het Visboeck van Adriaen Coenen online te bekijken, als gedigitaliseerd topstuk.
Sinds de oprichting van de KB, nationale bibliotheek in 1798 is de collectie gegroeid van 5.500 naar ruim 4,4 miljoen werken. De lengte van die collectie, 120,5 kilometer, neemt met zo'n tien meter per week toe. In 2029 zal de nationale bibliotheek dan ook een nieuw magazijn in gebruik moeten nemen.
Sinds zijn oprichting heeft de KB een hele bijzondere collectie opgebouwd, met talloze unieke werken. Sommige van die topstukken liggen veilig achter slot en grendel en mogen slechts door een enkeling worden ingezien.
Omroep West heeft speciaal toegang gekregen tot het magazijn om enkele van die topstukken te bewonderen. Die verdienen tenslotte alle aandacht.
Source: Omroep West Den Haag