Na onder meer Barbie met diabetes en Barbie met syndroom van Down, lanceert speelgoedmaker Mattel deze maand ‘Autistic Barbie’. De pop staat lijnrecht tegenover de regering-Trump, die niets moet weten van de diverse poppenlijn.
Met een grote koptelefoon op, een anti-stressspeeltje om haar vinger en paarse platte schoentjes aan haar voeten, stapte ‘Autistic Barbie’ begin deze week de wereld binnen: een barbiepop met een ontwikkelingsstoornis op het autismespectrum. Naast het roze hoofdaccessoire draagt de nieuwe pop een communicatietablet met zich mee. Ook heeft ze flexibele gewrichten, zodat kinderen die met de pop spelen het ‘stimmen’ of ‘fladderen’ met de handen, dat soms met autisme gepaard gaat, kunnen imiteren.
De introductie van Autistic Barbie is voor speelgoedfabrikant Mattel een volgende stap in het streven naar inclusie en diversiteit. Bijna zeventig jaar na haar geboorte in 1959 lanceert het moederbedrijf in korte tijd een uitgebreide lijn met diverse en inclusieve barbiepoppen: Barbie in een rolstoel, Barbie met een blindenstok en Barbies met verschillende lichaamstypes, zoals curvy, tall en petite.
Eind jaren vijftig was Barbie nog wit, blond en slank. Ze had wat we nu de Mar-a-Lago-look zouden kunnen noemen: een smal neusje, lang, glanzend blond haar en perfecte roze lippen.
De Lago-look, vernoemd naar het buitenverblijf van de Amerikaanse president Donald Trump in Florida, wordt gekenmerkt door glamoureuze, zware make-up en fysieke ‘perfectie’. Barbie belichaamde dat ideaal al decennia voordat de look een naam kreeg. Jarenlang gold ze als de ultieme voorbeeldvrouw, en groeide ze uit tot de belangrijkste speelgoedpop van de 20ste eeuw.
Vanaf de jaren zestig en zeventig kreeg Barbie te maken met kritiek vanwege haar onrealistische fysieke voorkomen en het gebrek aan diversiteit in de poppenlijn.
Vanaf de jaren tachtig kon Mattel de kritiek niet langer negeren en werd Barbie voorzichtig geherpositioneerd. De speelgoedgigant bracht in die jaren ook de eerste zwarte en Latijns-Amerikaanse modellen op de markt. Snel daarna volgden Barbies met allerlei verschillende achtergronden en etniciteiten.
In 2009 introduceerde Mattel de ‘Barbie Fashionistas’-lijn, met volgens het moederbedrijf het doel om ‘individualiteit te vieren en de diversiteit van de wereld te reflecteren’. De eerste Fashionistas-serie bestond uit zeven poppen, gebaseerd op verschillende persoonlijkskenmerken. De lijn zou later uitgroeien tot de ‘inclusieve’ lijn van Barbie, met verschillende huids- en oogkleuren, haarkleuren en -texturen en lichaamsvormen.
Ook kreeg Barbie een steeds bredere carrière en heeft ze inmiddels meer dan tweehonderd beroepen gehad. Ze werd arts, astronaut en president van de Verenigde Staten. De boodschap van Barbie was helder: you can be anything.
Na jarenlang tegenvallende verkoopcijfers – Mattel draaide in 2018 ongeveer 533 miljoen dollar verlies – kregen de Fashionistas in 2019 een update. Voor het eerst verschenen Barbies met lichamelijke beperkingen of huidaandoeningen, zoals vitiligo. De barbieverkoop steeg in 2023 wereldwijd, vooral dankzij de succesvolle film Barbie van regisseur Greta Gerwig, maar is de afgelopen jaren weer gedaald.
Toch bleef Mattel de inclusieve lijn gestaag uitbreiden. In 2023 lanceerde de fabrikant een Barbie met het syndroom van Down, een jaar later volgde een blinde Barbie. In 2025 werd Barbie met diabetes type 1 uitgebracht: de pop was binnen 24 uur uitverkocht. Deze maand, een half jaar later, is Autistic Barbie aan de lijn toegevoegd.
Na de lancering klonk online kritiek. Autisme is vaak juist niet zichtbaar, waarom moest deze Barbie dan op deze manier worden vormgegeven, met een koptelefoon tegen de prikkels en fladderende handjes?
Maar ook als deze pop slechts een klein onderdeel van de autistische gemeenschap representeert, is dat voor veel mensen winst genoeg. ‘Zeggen dat Autistic Barbie niet alle mensen met autisme representeert, is als boos zijn dat Scientist Barbie een labjas draagt’, schreef een Instagram-gebruiker. Kortom: representatie betekent niet dat één Barbie alle autistische ervaringen moet omvatten.
Ondanks die kritiek werd de pop opvallend goed ontvangen door het publiek in de Verenigde Staten, waar autisme een sterk gepolariseerd onderwerp is in het publieke debat. Dat komt onder meer door uitingen van de vaccinsceptische Amerikaanse gezondheidsminister Robert Kennedy Jr.
Vaccinaties zouden volgens Kennedy autisme veroorzaken, iets wat door wetenschappelijk onderzoek wordt tegengesproken. Eerder trok de gezondheidsminister al onderzoek naar nieuwe vaccins in en schrapte hij een aantal onderzoeksprogramma’s. En vorig jaar juni ontsloeg hij de Amerikaanse vaccinatieraad, die advies gaf over het landelijke vaccinatieprogramma.
Drie maanden later verkondigde de Amerikaanse president Donald Trump – ook zonder bewijs – dat het gebruik van paracetamol tijdens de zwangerschap autisme bij het kind zou veroorzaken.
Zelf blijkt de president ook geen fan van Barbie. Op aandringen van de regering verwijderde Mattel april vorig jaar alle referenties naar diversiteit en inclusiviteit van hun website. Desondanks houdt het bedrijf de moed erin. De speelgoedmaker houdt Barbie inclusief.
De eerste Barbie werd gelanceerd op 9 maart 1959, gekleed in zwart-wit gestreept badpak en met een lange blonde paardenstaart. Tegenwoordig zijn er Barbies in 35 verschillende huidskleuren, met 97 verschillende haarstijlen en negen lichaamstypes.
In 1997 kwam de eerste Barbie in een rolstoel op de markt. ‘Share-A-Smile Becky’ was officieel geen ‘echte’ Barbie, maar haar vriendin. Ondanks de populariteit haalde Mattel de pop kort kort na de lancering weer van de markt, omdat de rolstoel van Becky niet door de deur van het ‘Barbie Droomhuis’ paste.
Voor een aantal inclusieve poppen werkte Mattel samen met maatschappelijke organisaties, zoals met de non-profitorganisatie Autistic Self Advocacy Network voor het ontwerp van Autistic Barbie, en National Down Syndrome Society voor de Barbie met syndroom van Down.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant