is Ombudsvrouw van de Volkskrant.
De correspondent was eind december op vakantie in Nederland toen hij een appje kreeg van een contact in Teheran. In de korte video die ze stuurde is een protestmars te zien, mannen scanderen leuzen. ‘De bazaar van Teheran staakt vanwege de stijgende wisselkoers van de dollar’, meldde ze erbij.
‘Interessant’, reageerde de correspondent die als standplaats Istanbul heeft, maar ook Iran, Israël en de Palestijnse gebieden onder zijn hoede heeft. Hij onderbrak zijn vakantie om verder onderzoek te doen. Een dag later, 30 december, verscheen op de site van de Volkskrant het nieuwsbericht met de kop ‘Protesten in Iran breiden zich uit naar meerdere steden, politieke leuzen tegen regime gehoord’.
Hij beschreef dat de oorsprong van het protest de economische crisis was, maar ook dat de demonstranten zich steeds meer tegen het politieke leiderschap keerden. Er zou ‘dood aan de dictator’ en ‘lang leve de koning’ gescandeerd worden. ‘De ‘bazaar’ van Teheran speelde een cruciale rol tijdens de opstand in 1979 tegen de sjah en heeft sindsdien het imago dat ze, eenmaal ontketend, regimes ten val kan brengen’, merkte hij op, voor wie nog twijfelde aan het belang van de plek en het moment.
Deze week las de correspondent op de site Wynia’s Week een opiniestuk van Derk Jan Eppink, voormalig journalist en politicus voor achtereenvolgens Forum voor Democratie, JA21 en BBB. Die signaleerde ‘mentale pijn bij onze linkse politici en media’. ‘Nederlandse media draalden’, aldus Eppink, ‘de Volkskrant voorop. Het protest lag aan ‘prijsstijgingen’.’
Het zou wat veel eer zijn om deze rubriek op te hangen aan de sneer van Eppink, ware het niet dat een soortgelijk geluid over ‘het linkse ongemak’ bij de protesten veelvuldig te horen was: vooral op X, maar ook op televisie (Nieuws van de Dag), in minimaal zes Telegraaf-columns en uit de mond van BBB-politici.
Progressieve mensen zouden het moeilijk vinden om solidariteit op te brengen met de protesterende Iraniërs en daarom verdacht stil zijn, aldus de critici. Er zou sprake zijn van hypocrisie: wel meelopen in de Rode Lijn-demonstraties voor Gaza, maar nu niet de straat op voor Iran? (Het eerste Rode Lijn-protest vond plaats in mei 2025, na ruim anderhalf jaar geweld.)
De redenatie, zwanger van tribaal denken, komt neer op: het Iraanse regime steunt Hamas en Hamas is de vijand van Israël, dus kiezen progressieven de kant van de ayatollahs. In Nieuws van de Dag was te horen dat ‘links met Iran (het regime, red.) solidariseert in de afkeer van het Westen’. Demonstranten hopen bovendien op hulp van president Trump en dat zou links niet kunnen verkroppen. In de woorden van Eppink: ‘Een Iran waar vrouwen zichzelf bevrijden, past niet in het progressieve wereldbeeld, met Trump als ‘de grote satan’.’
Dat de aanklacht wat mentale lenigheid vereist, bleek uit een X-bericht van opiniemaker Ebru Umar. Online plaatste zij deze week een foto van vier voorpagina’s van NRC. ‘Hoe kan het op de voorpagina al dagen NIET over #freeIran gaan’, schreef ze erbij. Alleen lag de krant van dinsdag half over de voorpagina van maandag, waarop een lijvig nieuwsbericht over de opstand stond.
Het veronderstelde ongemak, dat hoef ik u hopelijk niet te vertellen, is een fantoom-ongemak. In ieder geval wat betreft de Volkskrant. Desalniettemin is het een nuttig wapen in de cultuuroorlog, een manier om de ander moreel te diskwalificeren.
Áls de mate van aandacht voor de moedige Iraanse demonstranten en hun belangrijke strijd inderdaad ideologisch gedreven is, dan zouden er grote verschillen moeten zijn tussen De Telegraaf en de Volkskrant. De krant zit volgens critici immers in het linkse verdomhoekje. Daarom bekeek ik deze week (in krantendatabase LexisNexis, de zoekfunctie op de site van de Volkskrant werkt niet altijd goed) naar alle nieuwsberichten en verhalen die deze titels tot donderdagochtend over de protesten publiceerden.
Beide plaatsten het eerste nieuwsbericht op 30 december op de site. In de dagen erop maakte De Telegraaf veelal korte berichtjes, zes stukken tegenover vier bij de Volkskrant. In de tweede week was er wel een contrast: 14 berichten tegenover 8. In de derde week van januari, deze week dus, publiceerde de Volkskrant dan weer drie verhalen meer. In totaal wijdde De Telegraaf meer berichten aan de revolte, maar de Volkskrant meer woorden.
Ook een maatstaf: de voorpagina. Maandag stond de opstand pas voor het eerst voorop, bij beide kranten. Ook op dinsdag en woensdag plaatste de Volkskrant foto’s van de protesten op de voorpagina, donderdag een verwijzing naar een interview. Bij De Telegraaf bleef het bij die ene keer.
De pijn zit bij de Volkskrant dus in de tweede week, en dan vooral in de krant van vorige week zaterdag, waarin slechts één nieuwsbericht stond. Nogal bleekjes. ‘We waren vorige week erg druk met de gevolgen van de actie van president Trump in Venezuela en zijn opmerkingen over Groenland’, zegt de plaatsvervangend chef van de buitenlandredactie. ‘Terecht dat daar veel aandacht voor was, maar ik denk wel dat we meer oog hadden moeten hebben voor wat er tegelijkertijd in Iran gebeurde.’
Probleem is dat er moeilijk menselijke verhalen te maken zijn over Iran, omdat verslaggevers het land niet inkomen en het regime het internet platlegde. ‘Daardoor waren de stukken aanvankelijk wat afstandelijk. Alle media zie ik daarmee worstelen.’ De feitelijke analyse die een buitenlandredacteur schreef over het regime dat klem zit tussen binnenlandse onrust en de buitenlandse dreiging, interpreteerden critici op X ten onrechte als een aai over de bol van de ayatollahs.
Vorige week donderdag, toen het nietsontziende geweld losbarstte, werd Iran opgeschaald tot het belangrijkste nieuwsonderwerp. De onderzoeks- en dataredactie analyseerde circulerende video’s, een mooie productie die dinsdag online kwam.
De correspondent, die zijn vakantie nog een paar keer onderbrak om iets te schrijven, was terug op zijn plek en werkte onafgebroken. Hij ging onder meer naar het vliegveld van Istanbul om daar te spreken met de Iraniërs die net geland waren, zo kwam alsnog het menselijke verhaal van de demonstranten de krant in.
Al 30 jaar schrijft hij voor de Volkskrant nauwgezet over mensenrechten en vrouwenonderdrukking in het Midden-Oosten en Afghanistan, van de plicht tot bedekking tot aan genitale verminking. Anderhalf jaar geleden was hij nog in Iran, om met inwoners te spreken over hun leven onder het regime.
Dat de krant nu, veelal vanuit de comfortabele opinieleunstoel, wordt aangewreven geen oog te hebben voor de noden van de demonstranten is nogal onsmakelijk, op z’n zachtst gezegd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant