Illusionist Nigel Otermans wordt dit jaar 25. Van kinds af aan is goochelen zijn grote passie. ‘Mijn ouders hebben me het even verboden, omdat ze het te obsessief vonden. Toen deed ik het stiekem.’
schrijft voor Volkskrant Magazine.
Hoe ben je illusionist geworden?
‘Ik was 11 toen een jongen uit m’n klas een goocheltruc liet zien met een verdwijnend muntje. Goochelen zei me niks, op dat moment. Ik kende wel het woord toveren, van Harry Potter, maar ik wist niet dat je in de echte wereld iets kon doen wat op magie lijkt.
‘Na heel lang zeuren had die klasgenoot eindelijk uitgelegd hoe het trucje werkte. Op YouTube begon ik filmpjes te kijken en te oefenen met kaarten, tandenstokers, spulletjes die je thuis hebt liggen. Uiteindelijk kwam ik bij een filmpje van Hans Klok terecht. Ik was verkocht.
‘Twee jaar later ging ik voor het eerst naar z’n show. Ik zat helemaal bovenaan, heel ver weg, maar ik weet zeker dat ik het meeste plezier had van de hele zaal.’
Wat voor kind was je destijds?
‘Best wel rustig. Ik groeide op in Molenbeersel, net over de grens in België, met mijn ouders en broertje. Ik weet eigenlijk niet waarom, dat heb ik mijn ouders nooit gevraagd. Ik stond niet in het middelpunt, dat wilde ik ook niet.
‘In het laatste jaar van de basisschool deed ik m’n eerste show, tijdens het schoolfeest. Het was spannend, maar ik deed het wel gewoon. Dat had ik ook met spreekbeurten. Ik kon er ook van genieten.
‘Later verhuisden we naar Haler, in Limburg. Mijn vader heeft een eigen bedrijf in de toeristische-folderdistributie. Mijn moeder heeft geen werk. Ze wonen nu allebei in Weert, maar zijn uit elkaar. Dat gebeurde op mijn 15de. Het goochelen was toen een uitvlucht. Ik trok me heel erg terug in m’n slaapkamer om trucs te oefenen.’
25 in ’26
In de serie 25 in '26 vragen we jongeren geboren in 2001 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Wist je toen al dat het ooit je werk zou worden?
‘Ik was daar standvastig in. Mijn ouders hadden zoiets van: het zal wel, maar uiteindelijk vonden ze dat het mijn leven wel erg overnam. School ging eraan onderdoor, en mijn sociale contacten ook. Ik deed niks anders dan goochelen. Ze hebben me het even verboden, omdat ze het te obsessief vonden. Toen deed ik het stiekem.
‘Ik had me aangemeld voor het Nederlands kampioenschap toneelgoochelen voor junioren. Mijn ouders vonden het prima, maar ik voelde dat ik iets moest winnen om te laten zien dat het echt was. Ik werd derde. Inmiddels had ik ook wat jongens op school gevonden die het goochelen wel cool vonden, dus sociaal ging het beter.
‘Ik kan heel hard werken voor dingen die ik leuk vind, maar minder leuke dingen lukken me totaal niet. De havo vond ik niet interessant, en dus deed ik bijna niks. Maar mijn vader zei: jouw trucs staan in mijn loods, dus maak die havo maar af, anders staan ze buiten. Docenten hebben heel wat speelkaarten afgepakt in de klas. Volgens mij ben ik twee keer blijven zitten. Uiteindelijk slaagde ik op m’n 19de.’
Kon je je toen volledig op het goochelen storten?
‘Nou, het was tijdens corona, maar ik begon een openluchtshow in Valkenburg. Vlakbij het pretpark dat meer dan tachtig jaar door mijn familie werd gerund, totdat het moest sluiten na de overstroming van de Geul in 2021. Die optredens waren daarom heel speciaal.
‘Na drie jaar was het tijd voor iets anders, iets wat minder afhankelijk was van het weer. Ik deed grotere projecten: een kerstcircusshow in Lissabon, Toverland met Halloween, dat soort dingen. Mijn team werd steeds groter. In het goochelwereldje kreeg ik ook steeds meer vrienden.’
Wat voor wereldje is dat?
‘Als je het vergelijkt met de voetbalwereld is ie niet zo groot. Veel hobbyisten, weinig mensen die er echt van leven. Je hebt bijvoorbeeld illusiebouwers, mensen die de trucs in elkaar kunnen zetten. Dat is geen kwestie van een kist bouwen en een likje verf. Het is echt millimeterwerk, je moet precies de juiste graden van een bepaalde hoek aanhouden. Elke bouwer heeft zijn eigen specialisme: sommigen kunnen heel goed in iemand laten verschijnen of verdwijnen, anderen bouwen aan zweeftrucs.
‘Ik heb inmiddels best een netwerk, waarvoor ik vaak naar het buitenland moet. Ik doe bijvoorbeeld een truc waarbij een assistent in een kist en ik verwisselen. Zo’n illusie bestaat al honderden jaren, maar je moet ’m je wel een beetje naar de tijd van nu brengen.
Nigel Otermans wordt op 4 december 25 jaar.
Woonplaats: Bree (België)
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10?
‘Als ik een team leid voel ik me wel volwassen, maar als ik in de loods aan m’n trucs werk ben ik weer een klein jongetje op m’n kamer. Een 7.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie?
‘Nee, ik denk het niet. Ik werk elke dag heel hard, die werkmentaliteit is anders bij mensen van mijn leeftijd.’
Waar ben je over zeven jaar?
‘Hopelijk ben ik dan internationaal gegaan, met een soort theatertour, maar dan over de hele wereld. Het fijne van illusionist zijn is dat je de taal niet hoeft te spreken, dat is als volkszanger een stuk lastiger.’
‘Als ik iets heel nieuws wil, kan ik naar een illusiebouwer die zelf dingen bedenkt. Dan kijkt ie in zo’n klapper naar allerlei ideeën die nog nooit zijn uitgevoerd. Dat is duur, je moet heel veel shows doen om het terug te verdienen.’
Aan wat voor bedragen moet ik denken?
‘Daar kan ik niet te veel over zeggen, want ik moet oppassen met de concurrentie. Sommige trucs kosten 30 euro, maar het kan oplopen tot een half miljoen.
‘Sommige trucs kosten wel een paar miljoen. Dan koop je vooral het geheim. Je hebt er dan ook de rechten over, al is dat heel lastig te claimen. Je kan moeilijk naar de rechtbank als iemand in India jouw truc nadoet. Maar er is een wereldwijde gentlemen’s code: bepaalde illusies zijn zo beschermd, die koop je bij de originele bouwer. Als je dat niet doet, kom je op een zwarte lijst.
‘Je moet je best doen om te zorgen dat de trucs geheim blijven. De crew die backstage in de theaters werkt, moet bijvoorbeeld iets ondertekenen. Ik merk bij mijn eigen shows wel dat er mensen zijn die vaak komen en dan helemaal links of rechts gaan zitten. De moeilijke stoelen, noemen wij dat. Soms wordt dat soort bezoekers eropuit gestuurd om te filmen, om het te kunnen jatten.’
Hoe zien je dagen eruit?
‘Ik sta rond 11 uur op. Soms moet ik naar de naaister, want kleding gaat ook snel kapot op het podium, soms moet ik een nieuw scharniertje ergens op zetten. In de middag en avond ben ik nog creatief bezig in de loods van m’n vader.
‘Inmiddels ben ik druk bezig met mijn eigen theatershow. Dat is een grote droom die uitkomt. Ik schrijf mijn scripts, denk na over de visuals. In de avond moet ik vaak optreden. Tegenwoordig sport ik ook veel. Vorig jaar mocht ik Hans Klok vervangen in The Harbour Club in Amsterdam. Toen voelde ik wel druk, want hij was altijd een voorbeeld.’
Heb je collega’s?
‘Ik heb iets van acht dames waarmee ik kan rouleren op het podium. Soms heb ik er eentje nodig voor de show, soms vijf. Drie mannen zijn stagehands: zij prepareren alles, laden in en uit, en rijden de trucs het podium op. Voor mijn theatertournee heb ik ook licht- en geluidmensen. Heel leuk om met zoveel professionals te werken.’
Las ik nou dat je een van de assistentes ten huwelijk had gevraagd?
‘Dat klopt, maar het is inmiddels uit, dus dat is een illusie nu. Ik zou wel een relatie willen, maar ik ben zo met goochelen bezig dat het iemand moet zijn die in dit wereldje zit. Ik ben niet de makkelijkste. Als ik heb opgetreden en er iets niet goed is gegaan, dan kan ik flink balen.’
Lukt het nu beter om sociale contacten te onderhouden dan op school?
‘Ja, dat lukt. Ik hoef ook geen grote vriendengroep. Uitgaan of drinken is niet mijn ding. Ik ben elke dag bezig met m’n passie, het heeft me nooit verveeld. Ik woon sinds mijn 20ste op mezelf, net over de grens in Bree want in Weert kon ik niks vinden.
‘Bij mijn vader wonen was leuk, maar hij moest altijd vroeg op en ik kwam laat thuis. Hij is mijn beste vriend, we gaan vaak naar de sauna en trainen, maar ik wilde niemand tot last zijn.
‘Ik werk zeven dagen in de week. De afgelopen vijf jaar ben ik niet meer op vakantie geweest. Soms probeer ik tijd vrij te maken voor andere dingen, maar twee weken weg zou ik veel te veel vinden. Het lijkt me wel lekker om even af te kunnen schakelen, maar dat roep ik al jaren en ik doe het nooit. Dit werk gaat altijd voor.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant