Annemarie Prins (1932-2026), actrice, regisseur, schrijver Annemarie Prins gaf aan het politieke theater een artistieke betekenis. Haar gezelschap Terzijde bestond maar vier jaar, maar was zeer invloedrijk. In alles wat ze deed schuilt een indringende combinatie van compassie en aanklacht.
Annemarie Prins in 2022.
Met haar gezelschap Theater Terzijde, opgericht in 1965, verwierf Annemarie Prins grote bekendheid; ze gaf aan het politieke, geëngageerde theater een belangrijke artistieke betekenis. In haar regie en speelstijl was volop plaats voor grootse effecten, theatrale uitvergroting en zelfs het surreële. Annemarie Margaretha Prins, geboren in 1932 in Amsterdam, is dinsdag op 93-jarige leeftijd overleden.
Voordat ze zich op professionele wijze verbond aan het theater volgde Prins de acteursopleiding aan de Toneelschool Arnhem. Al snel richtte ze haar aandacht op het regisseren. Ze reisde naar Polen om daar kennis te maken met het expressionistische theater van een regisseur als Jerzy Grotowski. Hier ontdekte zij het belang van de menselijke stem als een muzikaal onderdeel van een voorstelling.
De naam van het gezelschap, ‘terzijde’, klinkt wat bescheiden maar de inzet was dat allesbehalve. Hoewel haar groep maar vier jaar bestond was de doorwerking van Terzijde groot. Toen ze in de jaren negentig een programma maakte over de Spaanse dichter Gabriel García Lorca koos ze als motto: ‘Een gepassioneerde aanklacht tegen alles wat het leven vernietigt.’
Deze woorden gelden als een leidmotief voor haar werk. Het stuk heette El Paseo, de reis ofwel de wandeling. In de Spaanse Burgeroorlog stond dit synoniem voor iemand meenemen ter executie. De voorstelling speelde zich af op locatie van een nieuwe, nog kale theaterruimte in Amsterdam. Ook in het begin van de jaren negentig organiseerde Prins een solidariteitsactie voor kunstenaars in het zwaar door oorlog getroffen Sarajevo.
Dergelijke initiatieven tekenden het theaterwerk van Prins. Ze zocht nadrukkelijk naar nieuwe wegen, met engagement, toneel op locatie en collagetheater. Ze gebruikte het repertoire op maatschappijkritische wijze, zoals in haar rigide bewerking van Leonce en Lena van de Duitse schrijver Georg Büchner, een satirisch stuk over een koning en koningin als kinderlijke machthebbers. Maar ondertussen schuilt er veel gevaar in hun zogenaamde naïviteit. Prins was behalve regisseur zelf ook actrice, schrijver van teksten en romans en ze trad op in tal van films en toneelstukken.
In alles wat ze deed schuilt een indringende combinatie van compassie en aanklacht, zelfs rebellie. In 1994 was ze te zien in Voor de pensionering (Vor dem Ruhestand) van de Oostenrijker Thomas Bernhard, een extreem grimmig stuk over een broer die zich een keer per jaar, op de verjaardag van Heinrich Himmler, als nazi verkleedt; hij en zijn ene zus zijn overtuigd nazi. De andere zus, Clara, vanwege een dwarslaesie gekluisterd aan een rolstoel, aanschouwt dit spel vol afgrijzen, maar ze kan nauwelijks spreken. Prins vertolkte die rol subliem.
In seizoen 2008 was ze te gast bij Zomergasten van de VPRO en vertelde ze aan interviewer Bas Heijne over haar idealisme in het theater; ze reisde onder meer naar Cambodja om daar met actrices een voorstelling te maken over het Pol Pot-regime. Dit was tekenend voor Prins: ter plaatse toneel maken, weg uit de veilige schouwburg.
Vanaf de jaren negentig acteerde ze weer zelf, onder meer in de monologen Harmoniehof (1997) over de verstikkende wereld van de kleine wijk in Amsterdam-Zuid (‘een dorp in een stad’); deze monoloog vormde de grondslag voor haar deels autobiografische roman Zelfbeheersing (2002). De voorstelling werd bekroond met de Albert van Dalsumprijs.
Indringend was haar optreden bij het Noord Nederlands Toneel met de voorstelling over longkanker dood en zo…, (2017; tekst Sophie Kassies), welbewust met kleine beginletter. Er komen zinnen in voor die de toeschouwer deden huiveren, zoals deze: ‘Hij bevalt me goed, mijn kanker. Het is een erge, een die nooit geneest.’ En deze: ‘Ik wil doodgaan nu ik nog Annemarie ben.’ Prins in haar zeer autobiografische rol vraagt om een ‘waardig levenseinde’, ze heeft de euthanasieverklaring ondertekend.
Op de televisie verwierf ze grote bekendheid met de rol van eigenwijze vrouw in de serie Oud Geld (1998-1999). Ook speelde ze in tal van films, onder andere in Atlantis (2008) van Digna Sinke. De voorstelling dood en zo…ontstond in de Ardennen tijdens filmopnamen van Oorlogsgeheimen (2014), toen Annemarie Prins tijdens het nachtelijke wachten op de set vertelde over haar ziekte aan haar twee generaties jongere collega Eva Duijvestein (1976). In de voorstelling eindigde de solo van Prins er toen mee dat de ‘kanker voorlopig bleek te zijn genezen’.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC