Home

Niet zijn nitraat maar de fakkel van een ander deed de politiewagen uitbranden, beweert John B.

John B. zou bij de extreemrechtse rellen van vorig jaar september in Den Haag met een nitraat een politieauto hebben laten uitbranden. Het OM, zo bleek dinsdag in de rechtbank, wil dat hij opdraait voor de schade van 43 duizend euro.

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.

Van schuldbesef is bij John B. dinsdagmiddag in de rechtbank in Den Haag weinig te merken. Als de rechter vraagt waarom hij tijdens de rellen op het Malieveld op 20 september een nitraat in een politieauto gooide, haalt de Sallander zijn schouders op. ‘Ik vind het ook niet echt handig van de politie dat die auto daar staat.’

Volgens B. – ruim 2 meter lang, haren achterover gekamd – leidde juist het politieoptreden tot chaos tijdens de anti-immigratiedemonstratie. ‘We konden geen kant op, er was paniek. Ik zag mensen die door de politie werden aangereden’, verklaart hij. Zijn eigen rol typeert hij als ‘een beetje meeloopgedrag’. ‘Achteraf had ik er beter helemaal niet heen kunnen gaan.’

De 33-jarige logistiek medewerker van een ziekenhuis wordt verdacht van brandstichting en openlijk geweld tegen een politieauto. De brandende politiewagen groeide uit tot hét symbool van de extreemrechtse rellen. Volgens justitie behoorde B. tot de circa 1.500 relschoppers die die dag betrokken waren bij de ongeregeldheden. Vier politieagenten raakten gewond, PersVeilig meldde daarnaast acht gewonde journalisten. Tot nog toe werden zo’n veertig personen opgepakt.

Schade van 43 duizend euro

Het Openbaar Ministerie eist tegen B. een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast wil het OM dat hij opdraait voor de schade aan de politiewagen, een bedrag van ruim 43 duizend euro. Tijdens het voordragen van de eis frunnikt B. wat aan zijn baardje en kijkt hij met een strakke blik richting de officier van justitie.

Over zijn motieven blijft B. vaag. ‘Ik wilde mijn stem laten horen’, zegt hij. Zijn advocaat Edwin Breetveld stelt dat B. zich verzet tegen de uitbreiding van het aantal asielzoekerscentra. ‘Ik kan me druk maken als ik te veel naar het nieuws kijk’, zegt B. ‘Dan word ik helemaal gek, overprikkeld.’

Samen met zijn jongere broer ging hij naar Den Haag, nadat hij op TikTok over de demonstratie had gelezen. Nadat hij ‘vier, vijf bier’ op had, kreeg hij naar eigen zeggen van een andere demonstrant twee nitraten aangeboden. ‘In de gauwigheid werd dat in mijn handen gedrukt.’

Dat hij vervolgens een nitraat afstak en in de politiewagen legde – die op dat moment al geen achterruit meer had – is vastgelegd op beeld. Terwijl andere demonstranten tegen de auto schoppen en met stokken slaan, moedigt een omstander de geweldsexplosie aan: ‘Ja! Goed zo! Ja! Hoppa! Lekker zeg.’ In zijn leren jack met witte kraag steekt B. af tegen de overwegend in het zwart geklede relschoppers om hem heen.

Grootspraak

Centraal in de zaak staat de vraag of de brand daadwerkelijk is veroorzaakt door de nitraat van B. In berichten aan zijn familie-app suggereerde hij aanvankelijk van wel. ‘Daarna heb ik paar van die bommen afgestoken en in die auto gegooid🤣. Ding direct brandde’, schreef hij. In de rechtszaal trekt hij die woorden in. Volgens B. was het grootspraak. ‘Ik zeg wel vaker dingen die niet kloppen.’

Hij wijst erop dat volgens het politiedossier later ook iemand anders een brandende fakkel in de politieauto gooide. Toch roept een selfie waarop B. tevreden poseert voor de brandende wagen vragen op. ‘Het is niet door mij in brand gestoken’, houdt hij in de rechtbank vol.

B. is geen onbekende van justitie. Eerder werd hij veroordeeld voor uitgaansgeweld en voor het beledigen, bedreigen en mishandelen van agenten. ‘Ik heb vroeger wel altijd een slechte relatie met de politie gehad, dat is wel zo.’ Nu bagatelliseert hij zijn eigen aandeel bij de rellen. ‘Het was niet het ergste wat daar die dag gebeurde. Ik heb niks gegooid, niemand geslagen en ik ben snel weggegaan.’

In zijn slotwoord klaagt B. over zijn voorlopige hechtenis. ‘Het is teleurstellend dat ik niet eerder ben vrijgelaten. Ik word al 36 dagen gegijzeld’, zegt hij. Hij vraagt om schorsing van zijn detentie, mede omdat zijn vriendin zwanger is. ‘Ik wil bij de geboorte zijn. Als ik dat mis, is dat voor mij een levenslange straf, en dat past niet in een democratie.’

Toch besluit de rechtbank aan het eind van de zitting dat B. voorlopig vast blijft zitten. Op 27 januari volgt het vonnis.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next