Na de uitspraken van de Australische Joshua Cavallo over homofobie bij zijn oude voetbalclub delen NU.nl-lezers Yannick Coenen en Dennis Langelaan hun ervaringen. Zij zijn homoseksueel en voetballen al jaren. "Ik stuurde een anonieme Valentijnskaart naar een teamgenoot."
Dennis Langelaan (34) voetbalt al sinds zijn achtste en kwam rond zijn zeventiende uit de kast. Destijds speelde hij in een selectieteam van zijn plaatselijke club. "Ik kreeg eigenlijk vooral positieve reacties", vertelt hij. "Het ergste wat ik heb meegemaakt, is dat iemand zei: 'Jij bent toch die homo?' Dat kwam dan vooral van jongens waarmee ik nauwelijks contact had. Het bleef altijd bij woorden."
Zestien jaar later speelt in een vriendenteam, waarin de meeste spelers jonger zijn dan hij. "In het begin waren ze verbaasd toen ik vertelde dat ik op mannen val, maar ik heb me altijd geaccepteerd gevoeld", zegt hij. "Ze zeiden vaak dat ze het niet van mij hadden verwacht."
Die reactie vindt hij soms lastig. "Het is niet iets wat ik juist wil benadrukken. Het is gewoon wie ik ben", legt Dennis uit.
In de kleedkamer en op het veld hoort hij af en toe het woord 'homo' als grap of scheldwoord, bijvoorbeeld richting een teamgenoot die handschoenen aantrekt of zich aanstelt. Dennis reageert daar meestal direct op. "Dan zeg ik: 'Ja, wat is er?'"
Die aanpak werkt vaak, merkt hij. "Meestal kunnen we er met z'n allen om lachen en soms biedt iemand zelfs zijn excuses aan", vertelt hij. Het raakt hem persoonlijk niet. "Ik voel me er totaal niet door aangesproken. Wel kan ik me goed voorstellen dat dit anders is voor mensen die bijvoorbeeld niet uit de kast durven komen."
Voetballer Yannick Coenen (21) wist al jong dat hij op mannen viel. "Maar het vertellen aan mensen waarmee ik al jaren op het voetbalveld sta? Dat deed ik heel weinig. Op mijn club heerste een echte machocultuur, terwijl jonge jongens zichzelf nog moeten leren kennen. Iedereen die anders was, werd het mikpunt van pesterijen."
Er was dan ook weinig ruimte om te delen hoe het met je ging, zegt Yannick. "Je wordt opgejut in de kleedkamer in de aanloop naar een voetbalwedstrijd. En op het veld vliegen de 'homo' en de 'ben je een wijf of zo' je om de oren als een soort scheldwoorden. Mensen wisten niet dat ik op mannen viel, maar zulke dingen raakten mij wel."
In die tijd werd Yannick verliefd op één van zijn teamgenoten. "Dat vond ik toen heel lastig, omdat ik er niks mee kon. Ik heb zelfs anoniem een Valentijnskaart gestuurd, stiekem in de hoop dat mensen erachter kwamen dat ik het was. Dat gebeurde niet. Over die verliefdheid heb ik destijds veel verdriet gehad, maar inmiddels kan ik er om lachen."
Op zijn zestiende kreeg Yannick een vriendje. "Ik vertelde dat aan mijn ouders, broer, oma en beste vriendin, maar niet op de voetbalclub. Thuis was ik uit de kast gekomen en had ik een lieve vriend. Bij de sportclub was ik vooral iemand die een rol speelde om zo 'gewoon' mogelijk te zijn. Maar ondanks dat je niks zegt, houden ze er wel rekening mee. Alsof mijn ploeggenoten het wel aanvoelden."
Hoewel hij zijn geaardheid later met een heel klein groepje mensen deelde, merkte Yannick dat hij meer blikken kreeg in de kleedkamer en dat mensen zich afstandelijker gingen gedragen tegenover hem.
Inmiddels voetbalt Yannick in een studententeam in een andere plaats. "Ik heb duidelijk gemaakt dat ik homoseksueel ben. Zij accepteren dat en maken er geen punt van. Het voelt fijn om dat 'geheim' kwijt te zijn. Dat is eigenlijk zoals het hoort."
Yannicks teamgenoten zijn inmiddels vrienden geworden. "Ik kan vrij voetballen en mijn beste spel laten zien." Daar draait het volgens hem uiteindelijk om: "Dat iedereen kan sporten, ongeacht wie je bent of van wie je houdt."
Om meer bewustwording te creëren, staat Yannick samen met een theatergroep op het podium. Hij vertelt en speelt verhalen na van sporters die bijvoorbeeld homoseksueel zijn. Tijdens de voorstelling deelt hij ook een deel van zijn eigen verhaal.
Begrip voor homoseksualiteit binnen voetbalclubs is hard nodig, zegt Yannick. "Er wordt in het wilde weg 'homo' naar elkaar geroepen op het veld, en door toeschouwers in voetbalstadions. Veel mensen weten niet eens wat ze eigenlijk roepen. Ik snap dat er in een verhitte wedstrijd wat haantjesgedrag is, maar 'homo' gebruiken om te schelden, hoort daar absoluut niet bij."
Source: Nu.nl algemeen